Skip to content

documenta 14 – 2017

De Documenta is een moderne kunst manifestatie die sinds 1955 iedere 5 jaar in Kassel plaatsvindt. Bij de 14-de aflevering in 2017 werd gedurende 100 dagen de hele stad  met moderne kunst gevuld. Voorafgaand was er ook een tentoonstelling in Athene om de Europese cultuurband te accentueren. De Documenta gaat door voor het politieke en sociale geweten van de hedendaagse internationale kunstwereld.  Na de verschrikkingen van WW2  startte Arnold Bode (1900-1977) in 1955 een internationale dialoog vol universele idealen. In het begin betekende internationaal vooral westers maar sinds Documenta X (1977)  van de Française Catherine David (1954) werd dat Eurocentrisme verlaten en kreeg de 3de en 4de wereld een gelijkwaardige plek. De Documenta is namelijk een tentoonstelling die niet alleen is bedacht vanuit de kunst maar ook vanuit een drang om de wereld te verbeteren.

De laatste tijd krijgt iedere aflevering een andere conservator en bij nr. 14 is dat de Poolse kunstcriticus Adam Szymczyk (1970). In 2008 was hij co-curator van de 5-de Berlijn Biënnale en volgens de New York Times de superster onder de curators. Van 2003 tot 2014 was hij de  hoofdcurator van de Kunsthalle in Basel en in 2013 werd hij aangesteld als artistiek directeur van de 14de Documenta. Hij heeft dus 4 jaar de tijd gehad om zijn klus te klaren. Hij is de juiste man want zijn intenties komen overeen met de uitgangspunten van de Documenta. Het klinkt een beetje ouderwets maar hij wil de chauvinistische, blanke, mannelijke, nationalistische en kolonialistische manier van denken bevragen met de uitheemse praktijken en kennis. Om dit nobele streven te versterken heeft zijn team de kunstmarkt van de kapitaalkrachtige verzamelaars uitgesloten en is op zoek gegaan naar 160 onbekende kunstenaars.

Aan de Nederlandse krantencritici te beoordelen is Szymczyk niet volledig geslaagd in zijn streven. De tegelijkertijd georganiseerde en veel kleinere  Skulptur Projekte in Münster gaat zelfs met de eer strijken van meest toonaangevende kunstevent. Deze wordt eens per 10 jaar gehouden en is alleen al daardoor exclusiever. Toch is de impact van de vaak onvindbare beelden of gesloten projecten niet te vergelijken met de overdonderende hoeveelheid van de Documenta. Die kunstjournalisten hebben ons wel op het verkeerde been gezet waardoor we er slechts één dag voor hebben gereserveerd. Achteraf gezien waren 2 dagen beter geweest om naast het kijkplezier ook de verdieping mogelijk te maken. Nu zijn alle objecten in een dag van 10:00 tot 20:00 geperst en die overdaad heeft zeker geschaad. Mijn 10 dierbaarste ervaringen zijn in volgorde van openbaring:

De Argentijnse Marta Minujin (1943) bouwde in 1983 in Buenos Aires na de val van de Argentijnse dictatuur, naar voorbeeld van het democratische icoon in Athene, Het Parthenon van de boeken. Toen was het een schaalmodel en het bevatte 25.000 verboden boeken die in de kelders van de junta lagen opgeslagen. Nu in Kassel mag ze groots uitpakken en haar tempel op ware grootte (30x65x20 m)op het centrale Friedrichsplatz neerzetten. Hij bevat 68.000 verboden boeken die door het publiek gedoneerd zijn. Na afloop worden de boeken op vertoon van het Documenta ticket willekeurig  weer onder de bevolking verspreid.

De Irakese Koerd Hiwa K (1975) woont nu in Berlijn. Hij was vroeger in zijn vaderland een realistische schilder. Hij schildert niet meer zodat hij de werkelijkheid meer naar zijn hand kan zetten. Voor de Biënnale van Venetië maakte hij een bel die was gegoten uit militair oorlogstuig van de Irak/Iran oorlog (1980-1988) en veranderde daarmee het oorlogskabaal in een muziekgeluid.  Voor de Documenta 14 bouwde hij When We Were Exhaling Images. Het is een stellage van 20 rioolpijpen waarin hij studenten van de Kunsthochschule Kassel een pijp krijgen om hun leefwereld te creëren. Hij reflecteert hiermee natuurlijk op de abominabele woonplekken van vluchtelingen.

De Mexicaan Guillermo Galindo (1960) maakt muziek instrumenten van door immigranten achtergelaten voorwerpen. In Fluchtzieleuropahavarieschallkörper (2017) voorziet hij een bij Lesbos achtergelaten houten boot van pianosnaren en probeert zo met muziek de wereld te beïnvloeden. Hij wil geen welluidend geluid produceren maar staat de materialen hun eigen geluiden toe. In die voorwerpen kan het verleden en de toekomst gehoord worden. Galindo componeert ook muziek waarin hij de reizen van migranten toelicht.

De Israëliër Roee Rosen (1963) heeft als schilder, schrijver en filmer een eigen universum gecreëerd. In Live and Die as Eva Braun geeft hij de kijker de kans om de maîtresse van Hitler te worden. Voor de Documenta  14 heeft hij een operette met een Russisch libretto gemaakt dat The Dust Channel heet. Het gaat over een Israëlische familie die overmatig bang voor vuil en zand is. Het zand staat voor de woestijn die in Israël de grootste bron van xenofobie is. De detentie-centra voor politieke vluchtingen heten Holot naar het Hebreeuwse woord zand.  De operette duurt 23 minuten en is prachtig gefilmd. De modern klassieke muziek is nog mooier. Aangezien de componist niet wordt genoemd zou ook die discipline door Rosen zijn ingevuld.

De Noorse Marét Ánne Sara (1983) protesteert met Pile o’ Sápmi tegen de Noorse Rendier Wet uit 2007. Die legt beperkingen op aan het houden van rendieren en daardoor zal de identiteit van de  Sámi gemeenschap verloren gaan. Marét Ánne Sara is zelf ook van Sámi afkomst en refereert met de naam Pile o’ Sápmi aan de  Pile of Bones waarmee de Cree indianen in Canada met gestapelde buffalo beenderen de geesten van de dieren aan het land koppelen. Ook met het verdwijnen van de buffalo zijn inheemse culturen verdwenen.

De Thai Arin Rungjan (1975) kijkt argwanend naar de geschiedenis van zijn land. Historische feiten zijn nooit eenduidig en worden door de verschillende dictators van ideologie veranderd. Voor de Documenta heeft hij met 246247596248914102516… een kopie uit hout en koper gemaakt van het Democratie Monument in Bangkok uit 1934 dat staat voor de overwinning op het absolute Siamese koningshuis. De daaropvolgende periode van militaire tirannie eindigde in de chaotische periode 1973 /1976 met de terugkomst van het koningshuis.  And then there were none (Tomorrow we will become Thailand.) is een begeleidende videofilm waarin een traag dansend paar wonderschoon de studentenopstand van 1973/1976 uitbeeldt. Het monument en de dans zijn tegengesteld aan lading en duiden zo de subjectiviteit aan van datgene dat we geschiedenis noemen.

De Griekse schilder Apostolos Gheorgiou (1952) verplaatst zich door de stille ruimten van alledag. Hij balanceert tussen emotionele leegte en naderend onheil. Zijn figuren dragen een kostuum om zich te beschermen en worden daardoor tragische antihelden die zweven tussen vrede en droefheid. Ze worden onverwacht gestopt in hun bezigheden en geven de toeschouwer de mogelijkheid om hun verleden en toekomst in te vullen. De onbekendheid met wat we zien en het mysterie van wat er gebeurt is creëert een vervreemdende spanning. Georgiou is met 5 schilderijen aanwezig op de Documenta 14 in een chic verlaten appartement boven een voormalige winkel.  Als serie tonen ze een prettige vorm van verstilling die helend werkt.

De Zweedse Britta Marakatt-Labba (1951) is textielontwerpster en illustrator. Haar geborduurde verhalen tonen de mythes van de Sami Cultuur. Het zijn miniatuur werelden gevormd met naald en draad. Ze bevatten scènes uit het dagelijks leven, politieke reflecties en verhalen over de Sami cultuur en geschiedenis. De prachtige natuur en de witte sneeuw van het fonkelende winterlandschap zijn constant aanwezig. In het 24 meter lange Historja zijn de verhalen voor een keer aan elkaar gekoppeld.

De Pool Piotr Uklanski (1968) reageert op het cult boek The Nazis (1999) waarin de door Hollywood acteurs gespeelde Nazis verzameld zijn. Zijn boek Real nazis dat gelijktijdig met de Documenta uitkomt is gevuld met echte Nazi partijbonzen, oorlogshelden en oorlogmisdadigers. De portretten zijn na uitgebreid speurwerk in de archieven opgedoken en geven een grimmig  inkijkje in de bron van het kwaad. Het is een fascinerende ervaring om voor zo’n wand monsters te staan. De 7de van rechts op de onderste rij is Leni Riefenstahl.

De Amerikaanse feministen en kunstenaarsduo Annie Sprinkle (1954) en Beth Stephens (1960) hebben een ontroerende handleiding voor onze omgang met de aarde geschreven. In 2005 startten ze een 7-jaars project van trouwrituelen. Ze trouwden met de aarde, de Appalachen, de zee bij Venetië, de steenkool van Spanje, het Kallevesi meer in Finland, de maan en de zon. Hun Ecosex manifesto stelt: We caress the rocks, pleasure the waterfalls, and admire Earth’s curves often. Op de Documenta tonen ze hun We make love with the Earth through our senses. In hun 25 huwelijksvoorwaarden geven ze haar/hem dezelfde rechten als de partner in een conventioneel huwelijk.

 

zie ook:

documenta 13: https://erikgveld.wordpress.com/2012/09/21/documenta-13/

 

Advertenties

Karin Weiland – Dietrich & Riefenstahl – 2011

 

De Duitse biografe/politicologe Karin Wieland (1958) heeft 7 jaar geschreven aan haar dubbelbiografie van Marlene Dietrich (1901-1992) en Leni Riefenstahl (1902-2003). De Duitse diva’s hebben elkaar amper ontmoet en worden hoofdzakelijk door hun nationaliteit aan elkaar gekoppeld. Ze zijn in Berlijn geboren en behoren tot de verloren generatie die na WW1 hun weg in Duitsland zocht. Zelfstandige vrouwen die moesten overleven in de donkere wolk van opkomend nazisme en WW2. Beiden kwamen na wat omzwervingen bij de film terecht waar ze bekend werden. De Nederlandse vertaling heeft als motto: Twee vrouwenlevens in Hollywood en Berlijn. Het is een praktische constatering die minder inspireert dan de ambitieuze Duitse voetnoot: Der Traum von der neuen FrauDe Engelse vertaling geeft de beste samenvatting van het boek: Hollywood, Berlin, a century in two lives.

Marlene Dietrich is voor mij een nog steeds groeiend mysterie sinds het zien van de 5 films die ze begin jaren 30 maakte met regisseur Josef van Sternberg. Ik las in 2011 de Donald Spoto biografie en kan niet genoeg van haar krijgen. Het intrigeert me hoe een luie actrice met beperkte zangstem zo duidelijk haar stempel kan drukken. Door dat ongrijpbare blijft de fascinatie in stand die haar tot een van mijn filmvrouwen maakt.
Leni Riefenstahl is hoofdzakelijk bekend door haar documentaires over de Nazi-partijdag in Neurenberg (Triumph des Willens – 1933) en de Olympische spelen van Berlijn (Olympia 1936). De films behoren tot de canon van de cinema maar ik heb ze nooit kunnen scheiden van het kwaad. Van haar leven en relatie tot Hitler weet ik zo weinig af dat ieder biografie welkom is.

Een boek over 2 belangrijke Duitse vrouwen van een Duitse schrijfster in de stijl van de parallelle levens van Plutarchus (46-120) en dat ook nog een beeld geeft van de moderne vrouw in de 20ste eeuw is mooi meegenomen. Zeker als het imposant is uitgegeven door Atlas Contact en het doordrong tot de finale van de Amerikaanse National Book Critics Circle. Ik ontdek het voor het eerst tussen de ramsj van het Amsterdamse Stefan Sterk filiaal . Toch koop ik niet omdat de omvang van > 700 pagina’s me afschrikt. Later kom ik het boek nog een keer tegen in Deventer waar ik bijna koop maar wel om ben. De definitieve keuze tot aanschaf is moeilijk te achterhalen. Als blijkt dat dezelfde ramsj aanbieding ook via Bol.com verkrijgbaar is grijp ik als nog de kans. Het blijkt het perfecte boek om in Duitse sferen te komen voor mijn Oostenrijk vakantie van 2017.

Karin Wieland beschrijft de twee levens chronologisch en wisselt ze per hoofdstuk af zodat de tijdvakken samenvallen. Haar vrouwen hebben echter zo weinig raakvlakken dat ik de levens hier voor de leesbaarheid afzonderlijk samenvat.

Marlene Dietrich behoort als nazaat van Pruisische militairen tot de oude orde die door de crisis na WW1 van het politieke toneel verdwijnt. De hoge inflatie geeft iedereen gelijke kansen. Marlene gaat bij het toneel nadat ze vanwege een blessure haar viool carrière moet beëindigen. Ze is knap, jong en sexy en krijgt daardoor gemakkelijk bijrollen. Door haar middelmatige talent wordt ze niet gezien als een bedreiging voor de hoofdrolspelers. Ze neemt bokslies voor de weerbaarheid en leert daar de concentratie om te winnen. Ze speelt op één avond in meerdere rollen tegelijkertijd en komt door haar inzet langzaam boven drijven. Haar filmwerk is in eerste instantie een bijproduct van het toneelwerk. Dat verandert als in 1929 de Amerikaanse regisseur Josef van Sternberg naar Berlijn komt voor de opname van Der Blaue Engel. Bij de audities doet Marlene Dietrich amper haar best en haar vermoeide elegantie fascineert hem mateloos. (Langzaam liep je met je sensuele benen in een verveelde rust over het podium. Eigenlijk speelde of deed je helemaal niets. Maar juist dat niets heeft je later beroemd gemaakt. Uit dat niets heb je een eigen stijl gecreëerd.)  Ze krijgt de hoofdrol naast de dan al beroemde Emil Jannings. De film wordt een succes en Sternberg en Dietrich krijgen een relatie ondanks dat beiden al gehuwd zijn. Ze gaat met hem mee naar Hollywood voor vervolgfilms. De Californische woestijn is geen vergelijk met het bruisende Berlijn en ze voelt zich al snel verveeld en verlaten. Het liefst wil ze terug naar Duitsland maar blijft doorfilmen tot ze in 1933 niet meer terug kan vanwege het Nazisme. Na 4 films met van Sternberg (Morocco, Dishonered, Shanghai Express en Blonde Venus) is de rek eruit en stopt het succes. Ze kan populaire rollen spelen bij andere regisseurs en wordt voor een paar jaar een filmster die $200.000 tot $ 450.000 per film verdient. Tot ook daar de grens bereikt is en ze tot slot $250.000 aangeboden wordt om niet in een film op te treden.
De Tweede Wereldoorlog is haar redding. Ze meet zich een uniform aan en gaat namens de USO (United Service Organisation) optreden voor de Amerikaanse soldaten in Europa. Als Duitse wordt ze populair bij soldaten die tegen haar landgenoten vechten. Ze houdt er financieel weinig aan over en keert na de oorlog berooid terug naar Amerika. Ze is dan al Amerikaans staatsburger geworden maar wil niet terug naar de woestijn van Hollywood.  Ze leeft in hotelkamers en houdt lange lijsten bij welk kledingstuk zich in welke stad en welke koffer bevindt. Ondanks de vele affaires blijft ze eenzaam en verloren en kan zich aan niemand binden. Een zwaar leven waarin ze altijd veel monden (echtgenoot met vrouw, dochter met man, moeder etc) moet voeden en continu geldzorgen heeft. Haar vaderland ligt in puin, Amerika is oppervlakkig en Parijs blijkt na de oorlog niet meer wat het was. Ze speelt in verschillende films de Duitse dame en kan zo in haar levensonderhoud voorzien.
Haar laatste carrière start in 1953 waarin ze als zangeres met coach en begeleider Burt Bacharach in nachtclubs en concertzalen optreed. Opnieuw weet ze door onderpresteren de aandacht op zich te vestigen. Alle grote couturiers staan in de rij voor haar jurken en tegelijkertijd draagt niemand een herenkostuum als zij. In Israël zingt ze ondanks nadrukkelijk verbod het eerste Duitstalige lied. Tot ze in 1975 haar been breekt tijdens een tournee in Australië en niet meer in het openbaar verschijnt. De laatste 15 jaar van haar leven woont ze als een kluizenaar in een appartement in Parijs en ontvangt alleen nog intimi.  Ze laat zich niet meer filmen of fotograferen tot haar dood in 1992.

Anders dan Marlene Dietrich behoort Leni Riefenstahl tot de nieuwe generatie. Haar vader is loodgieter en ze grijpt haar kansen in de nieuwe tijd. Ze werkt hard aan haar lichaam en kiest de ritmische expressionistische dans tot haar kunst. Na lessen bij de besten brengt ze het tot solovoorstellingen maar de critici worden niet overtuigd. De spirituele inhoud ontbreekt en haar techniek komt voor het gevoel.  Na een blessure stapt ze over naar de film en wordt actrice. Ze vertolkt in de bergfilms van de regisseur Arnold Fank (1889-1974) de natuurvrouw die hoog in bergen door 2 minnaars betwist wordt. Ze is de enige vrouw op de set en zorgt ze er nauwlettend voor dat het ook zo blijft. In 1933 laat Hitler zijn oog op haar vallen en stelt haar aan als regisseur van zijn Nazi promotie films. Hij ziet in haar de ideale Duitse vrouw: gezond, energiek, sportief, ambitieus, jong en knap. Na het beginnetje Sieg des Glauben (1933) over de partijdag in Nürnberg doet ze hetzelfde thema groter over in Triumph des Willens (1935). Er volgt een legerdocumentaire Tag der Freiheit – Unsere Wehrmacht (1936) en tot slot Olympia (1938) over de Olympische spelen van Berlijn. Vooral die laatste film wordt met militaire discipline voorbereid en ze dirigeert de cameraploegen met strategische nauwkeurigheid.
Tijdens de oorlog heeft Hitler het te druk met andere zaken en mist ze zijn nieuwe opdrachten. Ze probeert het als 
oorlogsfilmster aan het front maar de werkelijkheid is te hard. Ze vlucht naar de speelfilm en begint aan Penthesilea dat handelt over een mythische Amazone koningin. Als de opnamen in Spanje geen doorgang kunnen vinden stapt ze over naar Tiefland waarvoor ze in 1,5 jaar 5 miljoen mark mag uitgeven. Als Berlijn in oorlogsgevaar komt verhuist ze naar het Oostenrijkse Kitzbühel en werkt met nazi geld door aan de film. De oorlog wordt verloren en ze kan haar film niet afmaken. Ze houdt zich schuil voor de geallieerden maar wordt gevonden en komt voor de Duitse denazificatie rechtbanken. Men kan haar geen misdaden aanrekenen en ze wordt als Mitläuferin bestempeld. Ze pakt haar werk weer op en maakt met de verkoop van haar huis Tiefland af. De film komt in 1954 uit en krijgt verwoestende kritieken. De Duitse film die voor WW2 de grootste van Europa was is ouderwets geworden en weggevaagd door het Italiaanse neorealisme. Riefenstahl voert ruim 50 door de staat betaalde rechtszaken om zich vrij te pleiten van haar vermeende oorlogsmisdaden. Haar naam blijft besmet en ze verlegt haar aandacht naar Afrika waar niemand haar kent. Het budget ontbreekt om documentaires te filmen en ze beperkt zich tot fotografie. Jaren lang woont ze bij de primitieve Nuba’s in Soedan en breekt in 1974 door met haar fotoboek over deze stam. Haar nobele wilden vallen ongemerkt samen met een post hippie tijdgeest. De popsterren flirten met haar kwade verleden en ze wordt salonfähig. Alleen Susan Sontag vergeet haar geschiedenis niet en vergelijkt haar pure Afrikanen met het Arische schoonheidsideaal van de Nazi’s. Op 75-jarige leeftijd verlegt ze haar aandacht naar de onderwaterfotografie en publiceert in 1978 Koraaltuinen en in 1990 Onderwaterwonder. Op  100-jarige leeftijd maakt ze weer een film: Impressies onder water. Twee jaar later sterft ze aan kanker. 

Dietrich, Anna May Wong en Riefenstahl in 1928 op een Berlijns feestje

Karin Wieland heeft haar 700 pagina’s netjes verdeeld over de dames. Vooral bij Riefenstahl wil ze een paar feiten rechtzetten en toont aan dat ze bewust voor het foute kamp koos. Ze is dus zeker niet de naïeve kunstenares die werd misleid door Hitler. Riefenstahl ontmoette en steunde de Nazi kopstukken en was een persoonlijk favoriet van Adolf Hitler. Marlene Dietrich komt er natuurlijk beter af. Maar ook van haar krijgen we geen vrolijk beeld. We zien een eenzame vrouw die alles krijgt waar ze haar zinnen op zet maar het daarna weer snel laat vallen. Voor de oorlog verlangt ze in de Hollywood woestijn naar het culturele Europa. Na de oorlog is haar vaderland verwoest en is er niets meer om naar terug te keren. Haar rol in Judgment at Nuremburg (Stanley Kramer 1961) toont heel treffend een verwoeste stad en een gebroken oude vrouw. Het is dan ook onvoorstelbaar dat diezelfde vrouw een jaar later de zittende president J.F. Kennedy nog wist te verleiden tot een vrijage. Net zo als ze op nog latere leeftijd relaties had met veel jongere mannen als Yul Brynner en Burt Bacharach. Wat dat betreft was zij echt de moderne vrouw die zich als een man toe-eigende waar ze behoefte aan had. Haar lijst van affaires is lang en bestaat uit mannen zowel als vrouwen. The Sewing Circle was haar lesbische clubje in Hollywood en ze had een relatie met de spil Mercedes de Acosta die tevens een verhouding had met Greta Garbo. Dietrich was al in 1923 voor het succes kwam in Duitsland getrouwd met Rudolf Sieber (1897-1976) en kreeg in 1924 een dochter Maria. Ze is nooit gescheiden en kon tot zijn dood in 1976 onder de dekmantel van dat huwelijk haar gang gaan. De meest tragische affaires zijn de levenslange relaties met Erich Maria Remarque, Josef von Sternberg en Jean Gabin. Het is steeds Dietrich die keer op keer de mannen radeloos achterlaat en na verloop van tijd weer contact zoekt. Alle liefdesbrieven gingen naar haar man die ze voor haar archiveerde. Vaak was het haar mannelijk hoofdrolspeler uit de film die onderhanden was (Gary Cooper, Maurice Chevalier, Douglas Fairbanks Jr., John Gilbert, Jean Gabin, John Wayne), of bekende mensen uit het party leven (Ernest Hemingway, Frank Sinatra, Eddy Fisher , Yul Brynner) of gewoon collega’s (WW2 generaals Patton & Garvin, Burt Bacharach). De laatste solitaire 15 jaar in haar Parijse flat had ze genoeg om over na te denken.

De nieuwe vrouwen van Karin Wieland verwezenlijken niet bewust hun droom maar werden door de omstandigheden gedwongen zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden. Dietrich wilde violiste worden en kwam via toneel bij de film terecht. Tijdens WW2 was haar carrière over en ging ze haar filmliedjes zingen voor de troepen en eindigde officieel als zangeres.  Riefenstahl was een danseres maar kwam vanwege een blessure in de filmwereld terecht. Eerst als actrice, daarna als regisseur en toen het geld op raakte als fotografe. Beiden vrouwen hebben gemeen dat leeftijd nooit een rol speelde bij hun keuzes. Dietrich vertrouwde tot 73-jarige leeftijd op haar sex appeal en Riefenstahl begon met 76 nog een nieuwe carrière als onderwaterfotografe en hield dat tot haar honderdste vol. Beiden vergaarden geen financiële vermogens en hun geldzorgen zullen zeker mee gespeeld hebben in hun carrière verloop.

Zie ook voor de Donald Spoto Biografie van Marlene Dietrich:
https://erikgveld.wordpress.com/2011/05/08/donald-spoto-%E2%80%93-blue-angel-%E2%80%93-the-life-of-marlene-dietrich/

10 filmvrouwen:
https://erikgveld.wordpress.com/2012/03/01/10-filmvrouwen/

blikveld 2017-3

blikveld 2017-2

Thomas Mann – Koninklijke Hoogheid – 1909

Tijdens het scheren dwaal ik wel eens door het huis en stop voor de tweede keus boekenkast in de logeerkamer. Het is een overstroom reservoir voor de woonkamerboeken. Natuurlijk staat de kast ook vol en fungeert hij tevens als doorgangshuis voor de derde keus op zolder. De doorstroomcriteria zijn intuitief en omkeerbaar. In alle drie de kasten staan nog te lezen boeken die met te grote ogen in de ramsj zijn gekocht. Zo ook Koninklijke Hoogheid van Thomas Mann dat al in 1979 van fl. 24,90 voor fl. 8,50 is gevonden. Gelukkig staat Thomas Mann garant voor kwaliteit en blijkt hij een veilige investering. Al zijn romans zijn ook nog steeds nieuw te koop bij Bol.com. Maar zoals met veel Duitse schrijvers wil mijn lezen niet goed lukken. Ik begin verwachtingsvol maar verzand vroeg of laat in een abstracte woordenbrei. Hoeveel meeslepender schrijven de Engelsen of de Fransen en bij dat rijtje kunnen de Spanjaarden zich de laatste tijd ook voegen.
Ik heb Thomas Mann meer dan een eerlijke kans gegeven. Zijn dikke debuutroman Buddenbrooks (1901) over het verval van een prominente Hamburgse familie was lang interessant maar is toch niet uitgelezen. Net als de nog omvangrijker Toverberg (1924) waar de conversatie op een Dostojevskiaanse manier uit de hand liep. Zijn Goethe roman Lotte in Weimar (1939) beloofde veel te onthullen over de grootste Duitser maar was zo vormelijk ouderwets dat ik ook daar op 2/3 deel vastliep. Dr. Faustus (1947) heb ik zelfs anderhalf keer gelezen maar gaf me nooit het inzicht in de duivel dat verondersteld was. Tot slot probeerde ik Felix Krull (1954) maar mede omdat Mann het zelf ook opgaf, is ook dit boek snel gestopt. Recentelijk is in 2014 zijn Jozef en zijn broers (1933-1943) vertaald. De recensies waren best wel positief maar de omvang van 1344 pagina’s en het christelijke thema schrokken me af.
Hoe vreemd was het dus dat mijn oog viel op Koninklijke Hoogheid (1909) en ik zomaar besloot vanwege de naderende Oostenrijk vakantie onze Thomas een nieuwe kans te geven. Hij heeft toch niet voor niets in 1929 de Nobelprijs voor de Literatuur gekregen. Vooral het thema sprak me aan over hoe een vorstelijke erfgenaam valt voor een burgermeisje en hij tot het inzicht komt dat het leven meer is dan ceremonies bijwonen.

Hertog Johan Albrecht is rond 1900 vorst van het denkbeeldige Duitse staatje Grimmburg dat 1 miljoen inwoners telt. Land en vorst zijn aan elkaar overgeleverd in een eeuwenoude geschiedenis. De staatsschuld is hoog en vorst en inwoners moeten zuinig aan doen. Men leeft dankzij het herfinancieren van oude leningen en obligaties. De troonopvolger Albrecht II is zwak en woont tijdens de wintermaanden in de warme Middellandse Zee regio. De roman begint bij de komst van de tweede zoon: Klaus Heinrich. Hij wordt geboren met een ingekrompen handje en voldoet daarmee aan de profetie van een zigeunerin die lang geleden voorspelde dat een eenarmige vorst weer voorspoed zal brengen. Klaus Heinrich krijgt een vorstelijke opvoeding en vindt daardoor nooit aansluiting bij zijn leeftijdsgenoten. De school wordt speciaal om hem heen gevormd en de hoofdleraar wil hem geen vragen stellen waar hij geen antwoord op weet. Raoul Ueberbein is de enige docent die oprecht zijn mening geeft en er ontstaat een vader/zoon relatie. Als Klaus Heinrich zich op een bal eindelijk eens laat gaan en tot dansen komt merkt hij dat de groep er genoegen in stelt hem tot hun burgerlijke niveau neer te halen. Ze slaan door en kunnen het niet laten om hem belachelijk te maken.
Als de hertog sterft kan de ziekelijke opvolger Albrecht II zijn ceremoniële taken niet aan en laat die door Klaus Heinrich uitvoeren. Hij heeft het er druk mee maar haalt er geen voldoening uit. Zijn wereld verandert als de schatrijke Amerikaanse industrieel Samuel Spoelman zich in het hertogdom vestigt. Hij wordt vergezeld door zijn jonge dochter Imma, haar vreemd gestoorde gezelschapsdame gravin Löwenjoul en de zenuwachtige hond Percival. Imma is adrem en eigengereid en doet, naast een studie algebra, aan liefdadigheids-werk. Klaus Heinrich raakt geïmponeerd als Imma zich niet door militairen laat tegenhouden en resoluut door een afzetting heenloopt. Hij arrangeert een ontmoeting maar wordt bits bejegend en op afstand gehouden. Toch houdt hij vol, wordt uitgenodigd op de thee en mag met Imma en de freule lange paardrijtochten maken. Toch blijven ze maar kibbelen en Imma wil hem niet in vertrouwen nemen. Ze vindt hem een poseur die alleen maar ceremoniële conversaties kan voeren. In hun maatschappelijke posities zijn veel overeenkomsten. Ze 
zijn allebei buitenstaanders die hun leven hebben afgeschermd tegen de opdringerige buitenwereld. Pas als Klaus Heinrich, na een gesprek met Knobelsdorf (Minister van Staat), geïnteresseerd raakt in staatskunde krijgt hij de aandacht van Imma. Ze gaan samen economie boeken lezen en op het bal vinden ze elkaar ten overstaan van de geïnteresseerde burgerij. De profetie van de zigeunerin komt uit en het land wordt gered door de kapitaalsteun van schoonvader Spoelman. Er kan weer goedkoper gefinancierd worden en het zelfvertrouwen en de welvaart keren weer terug,

Thomas Mann (1875-1955) is een bedachtzaam schrijver.  Zijn romans zijn het resultaat van veel denkwerk dat wordt gevangen in lange geboetseerde zinnen. Hij is zo nauwkeurig dat het lijkt alsof er werkelijke situaties onder zijn loep zijn gelegd. Zijn liefdevolle oog voor details is zo nauwkeurig dat het soms komisch wordt. Hij geniet zelf ook van zijn zinnen maar legt er een stijvere satire in dan zijn tijdgenoot Marcel Proust (1871-1922). Waar Proust vooral aandacht heeft voor de kunst en de menselijke relaties kiest Mann voor de maatschappelijke context. Dit kan een reden zijn waarom ik hem vroeger minder waardeerde. Grimmburg is een parlementaire constitutionele monarchie waarbij de vorst zijn macht moet delen met de volksvertegenwoordiging en gebonden is door een grondwet. Precies als bij onze Willem Alexander en daarmee geeft Mann honderd jaar eerder een nog steeds relevant inkijkje in de gevangenis van het vorstelijke bestaan. Ook de staatszaken hebben overeenkomst met de huidige Griekse kredietcrisis. Door de hoge rente van de staatsschuld groeit het begrotingstekort en wordt dat steeds moeilijker te financieren. Het onderhoud van de vorstelijke paleizen schiet erbij in en de opbrengsten van het land komen niet meer bij de bevolking terecht. Bij het bosbeheer blijft de herplant achterwege en de volle melk is niet voor de boeren maar voor de verkoop.
Maar ook de menselijke interactie krijgt zijn aandacht en Mann toont veel inlevingsvermogen. We volgen de dilemma’s van de minister van financiën en begrijpen dat de ervaren minister van Staat een huwelijk tussen Klaus Heinrich en Imma vanuit staatsbelang belangrijk vindt. Als het aan Klaus Heinrich lag zou dat er nooit komen. Hij is als de rozenstruik in het oude kasteel die prachtige bloemen heeft die echter pas gaan geuren als het land weer welvarend is. Knobelsdorf zet Klaus Heinrich aan tot handelen en als hij zo’n roos aan Imma geeft reageert zij beduusd voor de naderende relatie. Net zoals zij zich trouwens zich bij iedere toenaderingspoging niet meteen gewonnen geeft. Mann creëert daarmee een mooie volwassen liefdesrelatie waarbij Imma het beste in Klaus bovenhaalt en hij haar gevoelige snaar raakt.

Ik lees Koninklijke Hoogheid met als handicap de vertaling van N. Schuitemaker die al in 1938 uitkwam. Het is een stroeve tekst met de nodige vreemde woorden: een litewka schijnt een kledingstuk te zijn en trantelen is drentelen. Bij de nieuwe vertaling van Tinke Davids kreeg Schuitemaker natuurlijk veel kritiek: Een eerdere vertaling deed door veel fouten, slordigheden en hier en daar zelfs een stupiditeit afbreuk aan de charme van het boek. Heel jammer dus dat ik niet up-to-date las. Toch bleef er genoeg te genieten en wekte Koninklijke Hoogheid een honger naar meer Thomas Mann op. Het dure en omvangrijke Jozef en zijn broers is nog een stap te ver. Beter om eerst Lotte in Weimar een tweede kans te geven. Ik bekijk zijn foto’s in deze blog nu met meer gewillige ogen dan voorheen en hoop dat het ook voor Lotte opgaat. Mann is een gevoelige vriendelijke man geworden die hij eerder nog niet was. Maar de magie is bij Lotte in Weimar al op pagina 50 verdwenen. Het lezen is geforceerd en het einde lijkt met nog 330 pagina’s te gaan erg ver weg. Opnieuw kan de oude vertaling uit 1955 van C.J.E. Dinaux hier debet aan zijn. De zinnen zijn lang en abstract en de betekenis is niet altijd te doorgronden. Even denk ik daarin de kern van de Duitse geest met zijn vele mitsen en maren te betreden. Maar doorlezen is niet meer mogelijk en ik geef me over aan mijn oude onvermogen om de Duitse taal en in bijzonder Thomas Mann volledig te doorgronden.

Op de omslag van mijn roman staat een bewerkte foto van een Duitse filmstill uit de Duitse speelfiim Königlich Hoheit van Harald Braun uit 1953 met Ruth Leuwerik en Dieter Borsche. De film blijkt zelf op Youtube in zijn geheel te bekijken.

( https://www.youtube.com/watch?v=fJ230GGnMD0).

 

Mircea Cartarescu – Het onmetelijke mausoleum – 2007

De man in het pyjama overhemd is de Roemeense schrijver Mircea Cartarescu (1956). Als hij je aandacht krijgt is hij de grootste levende schrijver. Zijn enige probleem ligt bij de aandacht en concentratie van de lezer. Een geest staat alleen open als hij dat zelf niet door heeft. Zolang je Cartarescu onbevangen kunt volgen zijn de literaire toppen verblindend hoog. Als het leesgenoegen omslaat in plicht worden de dalen overeenkomstig diep en duister.

Met Het Onmetelijke Mausoleum kom ik bij het sluitstuk van zijn Orbitor trilogie. De strijd is gestreden, de leeservaring was uniek en ik kan voldaan afscheid nemen. Even leek het erop dat ik het einde niet zou halen. Het zou perfect passen bij zijn doelstelling om een onleesbaar boek te schrijven. Met nog 240 pagina’s te gaan kan ik niet meer volgen en stap ter ontspanning over naar Ons soort mensen van Juli Zeh. Als ik daarna terugkeer blijkt er op 120 pagina’s voor het einde opnieuw een horde te staan die ik omzeil met The Blazing World van Siri Hustvedt. Pas na Nino Haratischwili’s magistrale Het Achtste leven voor Brilka valt er een leespauze waarin ik onbevangen kan terugkeren naar het fantastische vuurwerk van mijn oostblokgigant. Ik lees eerst nog even de samenvatting op mijn conceptblog om de personages en de draad van het verhaal weer op te vatten. Ik word er niet veel wijzer van en ik spring maar gewoon in het diepe en kom na een paar pagina’s weer boven. Net zoals in een werkelijk zwembad ligt voor mij het probleem bij het ‘er door komen’ en is het best wel lekker als je eenmaal in het water ligt. Het geeft een goed gevoel om de trilogie na 7 jaar volledig gelezen weg te zetten. Als een unieke leeservaring die ik niet snel zal herhalen.

Toch zal ik Mircea Cartarescu niet alleen uit snobisme in de hogere regionen van mijn favorieten plaatsen. Al is het maar voor de moeite die de schrijver en ik als lezer hebben geïnvesteerd. De oorspronkelijke Roemeense delen van zijn trilogie kwamen in 1996, 2002 en 2007 uit. Als je de gemiddelde schrijftijd voor het eerste deel toevoegt kom je uit op 17 jaar schrijven aan de in totaal 1668 (476+573+619) pagina’s. Het zal dus ook voor Cartarescu een verlossing zijn geweest om het laatste woord te bereiken. Net als voor de lezer die het leesproces soms als een mentale fitness oefening ervaart. Anders dan bij het zwembad blijft het lezen na de begindrempel een proces van voortdurend afzien. Pas aan het einde komt de tevredenheid en weer later kijk je met een voldaan gevoel naar de drie ruggen in de kast. Iedere schrijver geeft je een andere inzicht. Proust toont de ruimte van de denkwereld,  Tolstoj presenteert de mens in al zijn facetten en Marias attendeert je op de keuzemomenten. Cartarescu geeft je inzicht in de vrijheid van het schrijven. Hij is met zijn pen werkelijk ongebonden en kan gaan en staan waar hij wil. Zijn wereld is groter dan ik er uit kan lezen en zijn kennis overstijgt mijn begrip op bijna ieder terrein. Bij toeval lees ik dat de veel voorkomende vlinders symbool staan voor de ziel. Zo zijn er vast meer motieven ingebouwd die mij ontgaan. Hij heeft er niet voor niets 17 jaar aan gewerkt. Het blijft onvoorstelbaar hoe vertaler Jan Willem Bos de tekst heeft ontward en in het Nederlands weer heeft opgebouwd.

Cartarescu springt ieder hoofdstuk in een andere handeling. Vaak weet je pas na een pagina wie er praat en waar hij is. De verhaallijnen wisselen elkaar af per hoofdstuk en worden later weer opgepakt. 

Voor deze samenvatting zijn de fragmenten gebundeld naar onderwerp. De roman is een verzameling indrukken met als rode draad de geschiedenis van Roemenië. We beginnen, net als bij de vorige delen, in het 2-kamerflatje in Boekarest waar de kleine Mircea vanuit zijn vensterbank over de stad uitkijkt. Hij luistert naar de verhalen van zijn moeder Maria die de hele dag bezig is met haar huishouden. Ze vertelt over de gesprekken in de rij voor de bakker die gaan over de opstand tegen ‘ome Ceausescu’. Zijn vader Costel gaat insecten bestrijden en als Mircea meegaat komt hij op de verdieping van de meisjes. Vervolgens schakelen we terug naar zijn kindertijd in Floreasca waar de 4/5 jarige de wereld ontdekt en alle onzin heel geloofwaardig kan maken tot zijn ouders hem tot de orde roepen. De jongen fantaseert veel. In een stedelijke droomachtige tocht eindigt hij bij een bed waarop zijn buurmeisje Silvia ligt. In een andere droom vliegt hij boven de stad waar de beelden tot leven komen. Hij praat vaak met zijn buurman Herman die de bijbel duidt aan de hand van de relatie techniek/mystiek en hem attendeert op een Alien invasie. Ook vertelt Herman over hoe de harige rupsen tot vlinder worden. Mircea denkt ondertussen aan Gekke Dan de Mendebiel die de kinderlokker van de buurt is.

Aan de hand van de carrière van vader Costel wordt de geschiedenis van de communistische partij verteld. Onder Nicolas Ceausescu verandert de Russische volkspartij in een Roemeense Nationalistische partij. De leider begint heel populair en krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Costel is journalist en draagt de nationale boodschap uit. Hij is trouw totdat de grootheidswaanzin bij Ceausescu toeslaat en hij het Paleis van het Volk bouwt. De staatsschuld kan met moeite worden afgelost en veroorzaakt voor de bevolking honger, koude en angst. Ceausescu’s echtgenote Leana/Elena wordt door het volk als de kwade invloed gezien. Vader Costel verbrandt uit protest zijn partijboekje. De gepensioneerde Securitatekolonel Ion Stanila is nog wel trouw aan het regime en maakt verkleed als oud vrouwtje foto’s van de protestanten. Hij ziet daartussen ook de slome Mircea lopen die, tegen de waarschuwingen van zijn moeder in, toch is gaan kijken wat er aan de hand is. De opstand wordt bestreden door in de lucht te schieten, de betogers houden stand tot er naast Mircea een meisje vanachter door haar hoofd word geschoten. De ME arriveert en voert betogers waaronder Mircea af. Later ziet hij thuis met zijn ouders op de tv dat de revolutionairen al op het balkon staan als er wordt geschoten.

In vogelvlucht perspectief wordt de Roemeense geschiedenis verteld die eindigt bij een 10 meter grote boerin als beeld voor de revolutie. Zij plukt 30 personen uit de menigte en plaatst ze op het balkon van het partijgebouw. Aan de hand van de ingewanden van de dictator wordt nogmaals de geschiedenis van Roemenië geduid. De 30 revolutionairen doen zich te goed doen aan een overvloedige maaltijd en verkrachten na afloop de reuzin van de Roemeense Revolutie. De opstand eindigt met een betoog van een vrijwilliger die na de revolutie lijdt onder het terrorisme en iedereen de schuld geeft van het onrecht dat het Roemeense volk is aangedaan.

Op een avond in 1989 staat de 16-jarige Mircea voor zijn raam. Een enorme sneeuwvlok van 30 km valt neer en de standbeelden komen tot leven. Ze lopen naar het grote plein en worden daar door Lenin toegesproken. Ze gaan op zoek naar een levende leider en vinden die in de Securitate kolonel Ion. Gezamenlijk gaan ze op weg naar het Paleis van het Volk.
Na een benauwde winterse reis in een overvolle trolleybus komt Mircea aan in het ziekenhuis waar zijn buurman Herman ligt met een doorzichtige schedel waarin zich een vreemd wezen bevindt. Er blijkt een foetus te groeien die leeft van zijn hersens. Ook Herman gaat op weg naar het Paleis van het Volk.
Victor is een ongevoelige sadist die letterlijk geen pijn voelt. Na een termijn vreemdelingenlegioen gaat hij naar Amsterdam waar hij zijn Roemeense moeder Coca zoekt. Hij heeft nog nooit van Roemenië  gehoord en verdiept zich in de geschiedenis. Dan reist hij af voor nader onderzoek en ontdekt wie zijn echte moeder is. Het is Maria en Mircea is zijn tweelingbroer waarvan hij op 1,5 leeftijd is gescheiden. Ook Victor gaat op weg naar het paleis.
Tot slot gaat de schrijver Mircea ook naar het paleis en ontmoet in de grote zaal alle personages van zijn totale trilogie. Hij komt tegenover Victor te staan, ze leggen hun fotohelften tegen elkaar en erkennen dat ze broers zijn.

Eén verhaal heeft niets met de andere verhalen te maken. Het vertelt van de Poolse zijdefabrikant Witold die in de 19de eeuw aan het Comomeer woont en als in een droom een mystieke bruiloft beleeft waarin hij met Miriam een extatische liefdesdaad verricht.

Geleidelijk had de wenteling der uren, de slijpschijf van alle uurwerken op de wereld, haar lichaam verschrompeld, haar haar en haar botten dunner gemaakt, haar borsten doen hangen…Mama was doortrokken van ouderdom en verwaarlozing. Maria was verandert in Marioara, zoals papa en de hele familie haar noemden, in de vrouw die voor iedereen zorgt en nooit voor zichzelf, in de verbannen, in de onttroonde, aan geheugenverlies leidende Marioara.  etc,etc, etc      22

Ik probeer uit alle macht te voorkomen dat mijn manuscript in een dagboek verandert, zoals ik, van begin af aan, me ertegen heb verzet dat het literatuur werd. Ik wil verder schrijven over mijn inwendige holten, over mijn hallucinaties, die waarachtiger zijn dan de wereld zelf, ……., maar mijn hallucinatie is deze dagen naar buiten getreden en heeft de wereld overspoeld, en het valt me steeds moeilijker vast te stellen aan welke kant van ieder vel van mijn manuscript ik me bevind, alsof ieder vel papier een spiegel is op de bovenkant waarvan twee werelden elkaar ontmoeten die beiden even gerechtigd zijn zichzelf ‘echt’ te noemen.          192

Ik heb geen kindertijd en ook geen jeugd gekend, ik heb niets begrepen van wat zich op de wereld afspeelt, ik heb altijd gemeend dat ik, mijn hele leven, een eenzaam monster zou zijn, zonder vrouw, zonder huis, zonder een steen om mijn hoofd op te rusten te leggen, voorbestemd om jarenlang te schrijven aan een onleesbaar en eindeloos boek, dat op een dag het heelal zal vervangen.      193

Gisterenochtend werd ik wakker met Hermans woorden in gedachten. Al twintig jaar had ik daar niet meer aan gedacht., hoewel ze, net als alle andere, al die tijd in mijn geest waren gebleven, in met zachte sloten van vlees afgesloten kamertjes, met de kleur van scrotumhuid, de een naast de ander in een uitgestorven gang.       194

Ik ben neergevallen in de verzweerde huid van de bladzijde. Echt schrijven doe ik niet meer. Deze vellen papier zijn het van betekenis verstoken dagboek van mijn zwerftocht. Zij vertellen niet langer het verhaal van Mircea, maar alleen de geschiedenis van een in de geschiedenis neergestorte man. Als in een absurde film waar geen touw aan vast te knopen is (ons leven is absurd, geen touw aan vast te knopen), tonen ze me lopend door de stad………..446

Ik schrijf als een bezetene, leunend op één elleboog, bij het aardegrauwe licht van de metrohalte. Regelmatig prik ik met de balpen door het broze vel papier heen, dat steunt op andere vellen, zodat ik door de driekantige kieren soms de letters van de vorige bladzijde kan zien, zoals ik door de breuken in de dag van vandaag, in plotselinge opflakkeringen van roodgloeiend geheugen, de gebeurtenissen van de dag van gisteren kan waarnemen, en dat doe ik ook, want in onze hersenen liggen de dagen niet laag op laag, als een sponzig manuscript, als een dagboek met lacunes en vlekken van ons leven, maar leven ze simultaan, verblindend, in alle tijden tegelijk, zoals ook de pagina’s van mijn onleesbare en monsterlijke boek zouden moeten leven.       482

Met het Onmetelijke mausoleum wordt gerefereerd aan het huidige Parlementspaleis (Palatul Parlamentului) in Boekarest. Ten tijde van Ceausescu heette het Huis van het volk (Casa Poporului). Het is met zijn 350.000 m2 vloeroppervlak het grootste gebouw van Europa en alleen het Pentagon is groter. Het oppervlak is 270 x 240 meter en het heeft 20 verdiepingen waarvan 8 ondergronds tot 92 meter diep zijn aangebracht. In totaal bevat het 2000 kamers en zalen. Sinds 1994 biedt het onderdak aan het Roemeens parlement en fungeert het als congrescentrum.

25/10/2010 – De wetenden (1996)
https://erikgveld.wordpress.com/2011/04/25/cartarescu/

26/03/2015 – De trofee (2002)
https://erikgveld.wordpress.com/2015/03/26/mircea-cartarescu-de-trofee-2002/

 

Nino Haratischwili – Het achtste leven (voor Brilka) – 2014

Toen God de aarde onder de volken verdeelde bewaarde hij voor zichzelf het mooiste stukje. Na afloop bleef er een gemakzuchtige boer achter die niet de moeite had genomen om zich te melden. God was zo tevreden over zijn onthechtheid dat hij hem zijn eigen stukje land gaf. Zo kwamen de Georgiërs aan hun grondgebied ten oosten van de Zwarte Zee. Ze noemen het zelf Kartvelebi. De naam Georgië wordt voornamelijk door het buitenland gebruikt. Het is niet afkomstig van Sint George van de draak maar een verbastering van het Griekse woord boer. Het paarse Georgië ligt tussen de Zwarte en de Kaspische Zee en begrenst met het gele Armenië en het oranje Azerbaijan de Kaukasus. De drie landen waren tot 1991 onderdeel van Sovjet Rusland en proberen nu met moeite hun zelfstandigheid te bewaren. De aan Rusland grenzende Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië zijn in feite al overgelopen en voor Adzjarië is de zaak onbeslist. Door al die Krimmige schermutselingen is de relatie met Rusland niet best. De 5 miljoen inwoners zijn voor 90% orthodox christen en het land is 2 x zo groot als Nederland. Vooral vanwege dat christendom is er affiniteit met onze Europese cultuur en maakt het nog net deel uit van Oost Europa. Herkenbare mensenlevens die door fascisme en communisme zijn gebroken en voorlopig onherstelbare schade hebben opgelopen. Ze zijn zo diep door het stof gegaan dat het Westen hen wantrouwig als ongewenste vluchteling of asielzoeker afwijst.
Ieder serieus boek dat licht in hun duisternis brengt grijp ik met beiden handen aan. 
Een jonge literaire ster wordt helemaal gretig omarmd en gekoesterd. Haar exotische naam vraagt wel enige gewenning. Nino Haratischwili komt volkomen uit het niets met een buitensporig epos over een Georgische familie. Je twijfelt nog even of iemand van 32 de inhoud heeft om 1250 pagina’s lang te boeien. Maar als de recensies in kranten en op internet goed blijven en de naam Tolstoj herhaaldelijk valt is het gebeurd.

Nino Haratischwili heeft een steile schrijverscarrière. Ze is in 1983 in Georgië geboren en schrijft daar al van 1998 tot 2003 toneelstukken voor een zelf opgericht theatergezelschap. In 2003 verhuist ze naar Hamburg waar ze tot 2007 theaterregie studeert. Ze blijft daarna in Duitsland en komt in 2010 met haar debuutroman Juja. Een jaar later volgt Mein sanfter Zwilling en in 2014 breekt ze groots door met haar derde roman Het achtste leven (voor Brilka). Ze lijkt me even slim als haar vertelster Nitsa en schrijft meteen maar in het Duits. In eerste instantie wil ze over het Georgië van jaren 80/90 schrijven. Dat is de chaotische periode rond de onafhankelijkheid van 1991. Voor haar onwetende Duitse lezers voegt ze vervolgens inleidende hoofdstukken toe en voor ze het weet wordt de roman een epos dat begint in 1900.

Mijn als altijd hooggestemde verwachtingen worden meteen in de proloog ruimschoots overtroffen. De Tolstoj vergelijking klopt en ik raak al snel geëmotioneerd door haar menselijk toon en natuurlijke vertelstijl. Hoe kan een debuterende schrijfster op 32 leeftijd al zo’n doorleefde ziel bezitten? Het blijkt mogelijk, zeker omdat Tolstoj ook al met 38 aan zijn nog omvattender Oorlog en Vrede van 1600 pagina’s begon. De dikte van een boek bepaalt onwillekeurig het leestempo. Je wilt met grote stappen vooruit maar Haratischwili dwingt je met haar oog voor detail tot aandacht en onthaasting. Je moet haar tekst lezen als een kort verhaal en vergeten welk dik pakket papier nog in je rechterhand te gaan is. Je van dag tot dag als een van de karakters laten meestromen met de verwoestende vloedgolf van het leven. Er gebeurt zoveel dat de familiestamboom regelmatig voor herbezinning geraadpleegd wordt. De vrouwen dragen het verhaal en doorstaan veel leed. Ze lijken daardoor na afloop meer inwisselbaar dan de mannen die opvallen door afwezigheid. Ze gaan in het leger of werken voor de partij en komen alleen met verlof langs om een kind te maken. Zo verandert een familie in een vrouwenhuishouden waar de grootmoeder en oudtantes volop meebepalen.

Van de 7 hoofdstukken zijn er dan ook 6 gewijd aan een vrouw. Kostja is de enige man die de ruimte en zelfs een eigen hoofdstuk krijgt. Is Het achtste leven daarmee ook een vrouwenboek? Ik vind van niet maar dat de vraag opkomt zegt wel iets over de strekking. Haratischwili beschrijft haar vrouwen zo indringend dat je meent met werkelijke levens te maken te hebben. Na afloop was ik blij dat er ondanks al haar research sprake is van volledig verzonnen personages. Een extra compliment voor de schrijfster die daarmee de prestatie van Jung Chang (1952) overtreft. Changs beschreef in Wilde Zwanen (1991) drie werkelijk bestaande dochters van het China doet eerder aan geschiedschrijving dan fictieve literatuur. (Chang was toen trouwens al bijna 40 en haar boek is dik maar komt toch niet verder dan de helft van dat van Nino). Alle personages van Haratischwili zijn ambivalente mensen van vlees en bloed en zo overtuigend dat ik volop in hun liefde en leed kan participeren. Het leed is groot maar blijft als bij Tolstoj draagbaar. Vanaf de onafhankelijkheid van Georgië in 1991 slaat de chaos van de anarchie toe en wordt het persoonlijke bestaansfundament beschadigd. De personages gaan langzaam ten onder en de schrijfstijl neigt naar de waanzin van Dostojevski. De noodlottige levens verliezen hun grip, draaien door en vernietigen zichzelf. De vertelster kan het niet meer volhouden en vlucht naar Duitsland.

Haratischwili laat haar verhaal in 2006 vertellen door de jarige 32-jarige Nitsa Jasji die zich richt tot haar 13-jarige nichtje Brilka Jasji. In 7 hoofdstukken worden de belangrijkste familieleden beschreven. Het achtste hoofdstuk blijft leeg en is bestemd voor Brilka. Ze is danseres, wil de liedjes van haar oudtante Kitty choreograferen en verwacht dat Nitsa het familieverhaal erbij zal schrijven. Deze heeft daar helemaal geen zin in maar ziet tot slot toch in dat Brilka haar nodig heeft en stemt toe haar verhalende tante-rol te vervullen.

Haar relaas begint netjes bij de start van de 19de eeuw en baant zich geduldig en gedetailleerd zijn weg naar het heden. De politiek wordt ingevlochten met geschiedenis paragrafen waarin we de gesel van het communisme ondergaan. Tot in 1921 toen de bolsjewieken Georgië inlijfden was de hoofdstad Tbilisi een welvarend handelscentrum tussen Oost en West. Het dynamische land verandert in een onbeduidende grensstaat met als enige verdienste dat Stalin er is geboren. Tijdens WW2 kan de bevolking  partij kiezen tussen twee kwaden. Het deel dat aan Duitse zijde vecht voor een vrij Georgië wordt na afloop hard gestraft. Tot slot blijkt bij de onafhankelijkheid van 1991 de ellende alleen maar toe te nemen. Het land vervalt in chaos en anarchie en de bevolking kan zichzelf met moeite in leven houden. De politiek heeft grote invloed op de mensenlevens. De staat is zo dichtbij dat er amper vrije keuzes zijn. Geluk is mogelijk maar slechts van korte duur in dit meeslepende relaas van menselijk onvermogen om het leven vorm te geven.

Het verhaal begint bij de overgrootvader die een geheim chocolade recept overdraagt op zijn dochters. Ze zetten het verrukkelijke drankje in als ze hun zin door willen drijven. Maar de keerzijde van het genot is dat het slecht afloopt met de proever. De chocoladefabrikant heeft 2 dochters. Stasia wil danseres worden en ontmoet de vrije geest van Sopio Erstavi. Ze trouwt met Simon Jasji en plant de familiestamboom. Haar zus de knappe Christine kiest voor het openbare leven en trouwt partijbaas Ramas. Ze wordt vervolgens uitgeleend aan zijn communistische baas en uit jaloezie verminkt door haar echtgenoot die daarna zelfmoord pleegt. Stasia krijgt 2 kinderen. Kostja gaat het leger in en stijgt in Rusland tot grote hoogte. Zijn zuster Kitty moet lijden onder het verraad van haar geliefde Andro Erstavi die de Duitse zijde koos. Zij eindigt als wereldberoemd popzangeres in Engeland. Kostja krijgt slechts een dochter Elene die wispelturig en weerbarstig is. Ze verleidt de naïeve Micha Erstavi tot verkrachting waarna ze abortus pleegt. Vervolgens krijgt ze 2 kinderen van loslopende mannen die snel uit zicht raken. De ene dochter is Nitsa die het boek schrijft en de tweede is Daria die de moeder is van nichtje Brilka waarvoor Het achtste leven is geschreven.

Het zijn stuk voor stuk tragische levens. Te overdadig om samen te vatten. Zeven levens krijgen ieder een korte roman van 180 pagina’s als hoofdstuk! Juist door de zwaarte van hun bestaan krijgen de levens betekenis. Het leed lijkt de kapstok waaraan hun menselijkheid is opgehangen. Er gebeurt zoveel moois en afschuwelijks dat het je gaat duizelen. Niemand wordt gespaard of houdt schone handen. Als Nitsa denkt een verstandhouding met haar opa Kostja te hebben gebruikt hij haar goedbedoelde bekentenissen om schoon schip te maken. Als Andro Erstavi voor een vrij Georgië denkt te strijden wordt zijn zwangere vriendin Kitty door communiste Marian tot een abortus gemarteld. Als die Marian een relatie heeft met Kostja wordt zij door echtgenote Nana en Kitty bloedig gewroken. En zo blijven we 1250 pagina’s lang op het puntje van onze stoel en vallen van ontroering naar verbazing en afgrijzen. Tot de laatste pagina blijft het verhaal origineel en persoonlijk. Bij het overschrijven van de ontknopingszinnen vallen haar eigenzinnige beeldspraken en originele gedachten weer op. Hoe kan Haratischwili dit ooit overtreffen?

 

Revoluties kenmerken zich altijd door onbeleefdheid, waarschijnlijk omdat de heersende klassen niet tijdig de moeite namen het volk goede manieren bij te brengen.    Trotski     66

Sluipenderwijs had hij afscheid genomen van het heden, doordat het dun en doorschijnend was geworden en uiteindelijk scheuren begon te vertonen; oud, verzwakt, gebrekkig, met zwakke nieren, zonder aanzien en niet meer omgeven door de geur van voornaamheid was de chocoladefabrikant ingekapseld geraakt in een ondoordringbare, niet meer los te weken korst van verdriet.       265

De wereld deed een reidans. De skeletten onder de grond gaven het ritme aan. De rozen bloeiden alleen nog zwart. Alle wegen voelden aan als zwaaiende hangbruggen die elk ogenblik konden instorten. Zelfs de sneeuw kreeg een blauwe weerschijn. De hemel was doorboord; ook aan de horizon zag je kogelinslagen en de zon stond weliswaar vermoeid te stralen, maar kon geen warmte meer geven.
De bomen maakten fluisterend afspraken en verhingen zich aan elkaars takken. De vogels vielen uit de lucht, omdat ze bij het zien van de reidans het vliegen verleerden, en de kinderen werden op slag volwassen en poetsten granaten. Tranen waren zeldzaam en kostbaar geworden. Alleen maskers waren gratis.       283

De willekeur waarmee hij om zich heen sloeg, als een draak die zijn vuur niet meer onder controle heeft, was een verschrikking en deed denken aan willekeur uit de jaren dertig.       495

Terwijl hij toch een diepe eerbied voelde voor de rituelen van de dorpelingen, die zo zonder twijfel leefden, zo ver van al het moderne, alsof ze hun eigen tijdrekening hadden. Maar tegelijkertijd had hij een hekel aan die traditiegebonden compromisloosheid, dat bijgeloof, hun gebrek aan bereidheid om iets boven de wetten van hun voorouders te stellen.      522/523

Ze zag er niet uit als een diep ongelukkige vrouw. Haar gezicht had tijdens haar huwelijk leren liegen.   588

Ze had het gevoel dat er heel lang geleden een stuk van de hemel was afgebroken en een dik wolkendek naar beneden was gevallen, waaruit het nu splinters dromen regende.      701

Maar de grond scheurde ongemerkt open. De tijd werd tegen de haren ingestreken, het verloop werd verlegd, het ongeluk was als de vleugelslag van een zwarte vogel, die hen in zijn duikvlucht allemaal even raakte.       782

Daarna stonden ze op het donkere erf, Lana had haar armen strak om haar lichaam geslagen en keek naar de hemel: opeens waren daarboven miljoenen sterren verschenen, ze leken zo dichtbij alsof ze boven hun hoofd een diadeem wilden vormen. Alsof de nacht zich een beetje dieper over de aarde wilde buigen om naar haar te luisteren.      793

Mijn hele kindertijd, die ik in het Groene Huis doorbracht, die tijd voor ik vragen begon te stellen, voordat ik woede en verdriet kon opkroppen, voordat ik de mooie, mij als onze familiegeschiedenis voorgeschotelde puzzel uit elkaar haalde, voordat ik achter de voor mijn neus dichtgetrokken gordijnen begon te gluren, leefde ik met de verhalen, die Stasia’s herinneringen waren.        874

Het Engels smaakte naar zeelucht en de herfstachtige schemering aan de noordelijke kust, een beetje naar viskramen, een beetje naar regen. Het Frans, dat ik nooit had geleerd, moest als abrikozengelei op je tong smelten en naar droge witte wijn smaken. Het Russisch smaakte naar de eindeloze verte, naar graanvelden, naar eenzaamheid en illusies. Maar het Georgisch smaakte stoffig, vol, bijna overvol, en soms naar verstoppertje spelen in het bos. Het Duits dat Severin me leerde, smaakte daarentegen eerst ijskoud en bitter, daarna veranderde de smaak in die van algen, het smaakte naar donkergroen mos, toen werd de smaak weer streng, maar aangenamer, en later, veel later, smaakte het Duits voor mij naar rijpe kastanjes en naar hoogte, ja naar een duizelingwekkende hoogte.         1092

We kwamen aan in Wenen. Een stad die, zo was mijn indruk, getuige was geweest van iets afschuwelijks, toen van schrik de adem had ingehouden en sindsdien geen frisse lucht meer binnen had gekregen.       1241

We reden langs de Adriatische kust. We sneden de tijd in stukken. We geloofden er niet meer in, we hadden onze eigen tijd.      1251