Skip to content

Oorlogsfilms 1-10

Regelmatig spat er een snipper van het filmblok af. Na de western, muziekfilm, biopic, rechtbankfilm, thriller, sportfilm en de science fictionfilm  is het nu de oorlogsfilm die zich verzelfstandigt. De genreduiding gebeurt tijdens het kijken en is een van de verzamelgenoegens. Het is een voortdurend proces waarbij nieuwe ontstaan en de oude veranderen. De oorlogsfilm is een duidelijk genre waarover weinig twijfel bestaat. Oorlog is de gewapende strijd tussen volken of staten. In een verhalende oorlogsfilm ondergaan verschillende personages het oorlogsgeweld en de gevolgen ervan. Dat kan ‘realtime’ verbeeld zijn of vanuit de invalshoek van de reflectie achteraf. Het is een ruim genre en de uitzonderingen zijn de overlappingen met andere reeds bestaande genre’s: western, science fiction en nog te duiden overige vechtgenre’s: sword&sandal, samoerai en ridders.

enemy-at-the-gates

Enemy at the gates – Jean-Jacques Annaud – 2001

Jean Jacques Annaud is een eigenzinnige Franse regisseur die maatschappelijke of dierenfilms maakt. Het lukt hem altijd om voor zijn specifieke privé onderwerpen grote budgetten bijeen te schrapen. Alleen al daarom is het interessant om zijn enige oorlogsfilm te bekijken. De speelt in het verwoeste Stalingrad van 1942 waar de Russen wanhopig  tegen de Duitse aanvallers vechten. De Russische scherpschutter Jude Law wordt door partijleider Nikita Chroesjtsjov (1894-1971) tot held gebombardeerd en de journalist Ralph Fiennes schrijft hem de hemel in. De Duitsers zetten hun expert Ed Harris tegenover hem. Om de zaak te compliceren wordt burgerwacht Rachel Weiss verliefd op Law terwijl Fiennes haar begeert. Ed Harris zet een val voor zijn rivaal maar gelukkig voor de film blijft Law door toeval in leven. Als Weiss dodelijk wordt verwond zet hij zijn leven op het spel om Harris uit zijn schuilplaats te lokken. Eind goed al goed: Law doodt Harris, Rachel herstelt van haar verwondingen en wordt door Law in het overvolle hospitaal teruggevonden. Jean-Jacques Annaud filmt een grimmige en smerige oorlog. Een originele poging om met een klein verhaal een grote strijd te duiden. De filmbeelden lijken erg op de verslaggeving van de Irak/Syrië strijd. Ook moest ik denken aan de roman Leven & Lot (1959) van Vasili Grosman (1905-1964) die zich afspeelt in de strijd om Stalingrad. Bob Hoskins is een onverwacht goede Chroesjtsjov. Ed Harris wordt met zijn staalblauwe ogen een perfect koele Arische sniper. Rachel Weiss is als altijd competent maar kan haar troeven niet geheel uitspelen. Ook Law komt niet veel verder dan met zijn ingepakte geweer door de puinhopen te sluipen. Budget $68 miljoen, opbrengst worldwide $95 miljoen.

American Sniper – Clint Eastwood – 2014

Hollywood heeft een zwak voor waargebeurde verhalen. Dit keer dat van de Texaan Chris Kyle die op latere leeftijd als scherpschutter bij de US Navy Seals komt en 4 tours in Irak doet. Hoofdrolspeler Bradley Cooper kocht de rechten en kwam voor de rol 20 kg spiermassa aan. Hij huurde de 84-jarige Clint Eastwood in omdat het de enige regisseur was die van Chris Kyle mocht regisseren. Om het nog spannender te maken werd de werkelijke Chris Kyle vlak voor de opnamen in Amerika door een veteraan doodgeschoten. Clint Eastwood maakt zijn vertrouwde verzorgde en soepel gemonteerde film. We volgen Kyle chronologisch door zijn opleiding bij de Seals (SEa, Air, Land), zien zijn liefde voor Sienna Miller en de 4 termijnen in Irak. Eastwood kan zijn Hollywood verleden niet verloochenen en maakt er een persoonlijke strijd van tussen Kyle en de Arabische scherpschutter Mustafa. Pas als Kyle definitief wint kan hij Irak loslaten en in thuisblijven. Daar is hij in eerste instantie gevoelloos en kan pas door zijn werk met de oorlogsveteranen terugkomen bij zijn emoties en gezin. Tot hij dus door een veteraan wordt doodgeschoten. Een ruwe film met een boodschap die toch mooier is geworden dan de werkelijkheid. Een andere Irakganger Kevin Powers heeft in 2002 met zijn aangrijpende roman The Yellow Birds een veel aangrijpender beeld geschetst. (zie https://erikgveld.wordpress.com/2013/05/29/kevin-powers-the-yellow-birds-2012/)
Budget $60 miljoen, opbrengst WW $ 560 miljoen.

The eagle had landed – John Sturges – 1976

John Sturges (1910-1992) is een actiefilm regisseur en voornamelijk bekend van zijn westerns. De oorlogsfilm is natuurlijk bij uitstek een actiefilm en alleen daarom al is The eagle has landed interessant. Een beetje jammer is wel dat de toen 66 jarige Sturges zijn laatste film voornamelijk voor het geld draaide en er een routineklus van maakte.  Toch blijkt een routineklus van Sturges nog steeds beter dan een geslaagde film van een middelmatige regisseur.
Een Duits commando onder leiding van Michael Caine laat zich in 1943, verkleed als Pools regiment, afzetten in Engeland om Winston Churchill te ontvoeren. De Duitse inlichtingendienst weet dat Churchill een paar vakantiedagen in een kusthuis zal verblijven en dat is dus de plek om toe te slaan. Donald Sutherland is een Duitse Ier die wordt vooruitgestuurd om contact te leggen met de lokale bevolking.  Hij verleidt een Engels paardenmeisje en vindt zijn spionnencontact langs de kust om een radioboodschap uit te zenden. Het plan loopt averij op als een Engels kind in een watermolen valt en wordt gered door een Duitse soldaat. Tijdens de actie valt op dat hij onder zijn Poolse kleding een Duits uniform draagt. Het ontvoerdersteam zet snel door en Caine infiltreert in de villa van Churchill. Hij doodt hem en wordt zelf kort daarop zelf ook neergeschoten. De bewakers van Churchill hebben medelijden met de stand-in die zijn Churchill rol zo goed speelde. De Engelsen hadden de afleiding bedacht om Churchill in het geheim elders te laten vergaderen. Donald Sutherland spreekt heerlijk zingend Iers, Michael Caine en Robert Duvall hebben geloofwaardige Duitsers in huis. Budget $6 miljoen.

Route Irish – Ken Loach – 2010

Regisseur Ken Loach is, samen met Mike Leigh, de expert van het Engelse sociaal economische drama en niet de voor de hand liggende regisseur om een oorlogsfilm mee te maken. Gelukkig passen de thuislevens van de soldaten wel weer in zijn straatje en situeert hij zijn Irak film voor een groot deel in Liverpool.  De ex-militair Fergus (Mark Womack) haalt zijn vriend Frankie over om voor £10.000 per maand als huurling in Irak te werken. Als die vriend omkomt voelt Fergus zich verantwoordelijk voor zijn dood en gaat hij op onderzoek uit. Het voorval vond plaats op de Route Irish, de meest gevaarlijke straat in Bagdad. De huurlingen hebben immuniteit voor hun gedrag en zijn potente duwers met korte lontjes die recht op hun doel afgaan. Ze worden ingehuurd door aannemers die met alle middelen hun handel beschermen. Via de mobiel van Frank ontdekt Fergus dat de huurlingen een burgertaxi hebben beschoten. Een Iraakse familie is daarbij omgekomen en de huurlingen willen hun fout verbergen. Frankie ontdekte de waarheid en werd uit de weg geruimd. Als Fergus deze feiten heeft achterhaald plaatst hij een bom in de auto van de aannemers. Maar zijn wraak kan Fergus niet bevrijden van zijn oorlog trauma’s en hij pleegt zelfmoord.  Ken Loach volgt Fergus in Liverpool en gaat via zijn gedachten naar Irak. Hij maakt er gewoon een lekker sociaal drama van met veel couleur locale zoals een partijtje blindenvoetbal. Hij kijkt met hetzelfde mededogen naar de Iraakse bevolking als naar hun Engelse soortgenoten. Wat goed duidelijk wordt is dat door het gedrag van de huurlingen de Irakese bevolking in de armen van Al Qaida wordt gedreven. (cijfers budget/opbrengst niet gevonden)

Fury – David Ayers

Brad Pitt heeft de beginnend regisseur David Ayers een stapje verder gebracht. Alleen al zijn filmsterrennaam resulteerde in een budget van $68 miljoen voor een moderne oorlogsfilm. We volgen de bemanning van een Amerikaanse tank in Duitsland die op de tankloop de naam Fury heeft geschilderd. Commandant Brad Pitt heeft zijn 4 koppige bemanning vanaf de invasie bij Normandië in leven kunnen houden. Ze zijn ondertussen ver in Duitsland doorgedrongen en ondervinden nog veel tegenstand van de superieure Duitse tanks. Onderweg krijgen ze in Logan Lerman een nieuwe boordschutter die eigenlijk als klerk is opgeleid. Door zijn naïeve ogen beleven we de vieze manier van oorlogvoeren waarin geen plek is voor edele gebaren. Zonder enige menselijkheid worden alle Duitsers die ze tegenkomen rücksichtloos neergeschoten. De tankdivisie wordt uitgedund door vijandelijk vuur en Fury komt met gebroken rupsbanden op een kruispunt vast in de modder te staan. Als een Duitse divisie nadert vlucht de bemanning niet en houdt tot de laatste man stand. Alleen Lerman komt er levend vanaf doordat hij zich via het vloerluik onder de tank laat zakken. Regisseur David Ayers heeft door zich te concentreren op slechts één tank een indringende oorlogsfilm gemaakt. Vooral de uitzichtloze situaties, het slechte weer en de grote hoeveelheden modder maken indruk.  Budget $68 miljoen, Opbrengst WW $ 172.

The Train – John Frankenheimer – 1964

Het blijft een feest om een ouderwetse analoge film te bekijken. Om te ontdekken wat er mogelijk was in die pré-digitale, onbewerkte tijd. John Frankenheimer was een meester in het thriller genre en heeft dus spanning aan zijn oorlogsfilm toegevoegd. Hij vond in de combinatie oorlog en kunstschatten een thema van alle tijden. Een paar dagen voor de geallieerden in 1944 Parijs bereiken willen de Duitsers de Franse erfgoed schilderijen nog snel naar Duitsland afvoeren. De Franse spoorwegbeambte Burt Lancaster zit in het verzet maar wil geen verzetslevens aan kunst opofferen. In eerste instantie gaat het om tijd rekken en op die basis wil hij meewerken. Als er vervolgens  saboteurs sterven kan hij zich niet afzijdig houden. Hij rijdt mee met het vervoer en laat de namen van de stations die worden gepasseerd veranderen. De Duitsers denken dat ze richting vaderland rijden maar keren in werkelijkheid terug naar Parijs. Dat is natuurlijk niet lang vol te houden en de rit eindigt in een laatste scene waar de Duitse kolonel Paul Scofield Lancaster uitmaakt voor cultuurbarbaar (een stuk mensenvlees) voordat hij in koele bloede wordt omgelegd (zie foto). John Frankenheimer heeft 25 jaar na de eerste kleurenfilm toch nog een zwart wit film gemaakt. Een realistische keuze met al die grauwe locomotieven, rokende stoom en glimmende rails. Het mocht blijkbaar wat kosten want we zien zelfs hoe een ontspoorde locomotief van de rails wordt gehesen. De film scoorde nummer 1 in de film top 100 van een treinentijdschrift. Een mooie rol van Jeanne Moreau die met tegenzin de gewonde Lancaster helpt omdat ze het risico te groot vind. De Duitsers zijn keihard in hun represailles en de vraag blijft altijd geldig: Hoeveel mensenlevens is een trein met schilderijen waard? Budget $ 7,5 miljoen, opbrengst WW $ 15 miljoen en 100% beoordeling op rotten tomato’s site.

Halls of Montezuma – Lewis Milestone – 1950.

Lewis Milestone heeft met All quiet on the western front al in 1930 de ultieme oorlogsfilm gemaakt. Hij deed dat door juist de Duitse kant van WW1 te belichten en zijn hoofdpersoon op een onvergetelijke manier aan zijn einde te laten komen. De soldaat ziet een vlinder over de loopgraaf vliegen, richt zich te ver op en wordt doodgeschoten. Hoe is de zinloosheid van de oorlog beter in beeld te brengen. Twintig jaar later maakt hij Halls of Montezuma waarin Luitenant Richard Widmark de voorhoede is van de invasie van een Stille Oceaan eiland. De Japanners bestoken hun basis met raketten vanuit een onbekende plek. De Amerikanen moeten koste wat het kost die locatie achterhalen voordat de grote invasie plaatsvindt. De gevangen genomen Japanners geven niet veel van de puzzel prijs maar die wordt natuurlijk net op tijd gelegd. Lewis Milestone heeft er bijna een documentaire van gemaakt. Netjes zien we alle  standaard gevecht situaties: invasie met landingsvaartuigen, het opruimen van mitrailleursnesten met vlammen werpende tanks,  sluipschutters, verkenningspatrouilles , man tot man gevechten, dood door eigen vuur, etc. Eén voor een sterven de maten van Widmark en hun bezittingen worden eerst op gênante details gescand voor ze naar het thuisfront worden gestuurd. Jack Palance mag nog niet zoveel zeggen voor hij in een paar jaar later in Shane (George Stevens 1953) de ultieme bad guy werd. Ook Richard Boone is nog niet op het niveau van zijn latere boeven rollen. De veelzijdige Richard Widmark speelt nu eens wel aan de goede kant. Gefilmd in 1950 dus toen de kleuren nog het mooist waren in het sprankelend technicolor. Gedachten flashbacks en originele oorlogsbeelden voltooien het beeld.  Opbrengst $ 3,6 miljoen.

Von Ryan Express – Mark Robson – 1965

Frank Sinatra was in de jaren 50 net zo bekend als filmacteur dan als zanger. Het medium film blijkt vergankelijker dan de muziek want hij gaat de geschiedenis in als zanger. Zijn manier van acteren zit dicht bij zijn persoonlijkheid en is moeilijk van zijn persoon te scheiden.  Net als bij John Wayne duurt het even voor je hem gaat waarderen.
De Amerikaanse piloot/kolonel Sinatra stort aan het einde van WW2 in Italië neer. Hij wordt gevangen genomen en is in het krijgsgevangenen kamp de meerdere in rang van de opstandige Engelse majoor Trevor Howard. Ondanks de naderende bevrijding willen de principiële Engelsen de strijd tot het einde toe doorzetten. De instelling van de pragmatisch Sinatra is om de laatste weken levend door te komen. Ze worden kortstondig bevrijd maar opnieuw door de Duitsers gevangen genomen en op treintransport naar Duitsland gezet. Onderweg overmeesteren ze de bewakers en kunnen met bluf, valse orders en geluk via Milaan naar Zwitserland ontkomen. In de stations vermommen ze zich als Duitsers maar ze hebben slechts één Duits sprekende aalmoezenier aan boord. Op het eind wordt het opnieuw spannend als ze in Zwitserland door 3 Messerschmitts worden aangevallen. De rails voor hen wordt beschadigd en achter hen is een Duitse troepentrein in aantocht. In de jaren 60 verkocht Hollywood geen goed einde en onze tragische held Sinatra wordt bij de laatste actie neergeschoten. Het blijft imposant hoe hij met minimaal acteerwerk toch opvallend aanwezig blijft. Trevor Howard heeft er heel wat meer inspanning voor nodig. De film is een lekker ouderwets avontuur met mooie Italiaanse landschappen en imposante muziek. Raffaella Carra mag even als Italiaanse schone langskomen maar wordt als verraadster te snel doodgeschoten. Mark Robsen heeft vakwerk geleverd. Budget $6 miljoen, opbrengst $ 17 miljoen.

Guns of Navarone – J. Lee Thompson – 1961

The Guns of Navarone is voor mij de moeder van alle oorlogsfilms. Ik heb hem nog op supergroot scherm gezien en een paar scènes onthouden: de spionne met de ontblote rug, de mitrailleur onder het zeildoek van de vissersboot, het ontstekingscontact in de liftschacht en de naar beneden stortende kanonnen. Het kader is echter verloren gegaan omdat het verhaal van Alister MacLean uit 1957 zo weinig omhelst. Anthony Quale krijgt met zijn team zes dagen de tijd om de zware Duitse radargestuurde kanonnen op het Griekse eiland Navarone uit te schakelen voor de geallieerde marine zijn offensief inzet. Het team bestaat natuurlijk uit eigenzinnige experts die maar moeizaam kunnen samenwerken. Gregory Peck is de onpeilbare bergbeklimmer, Anthony Quinn de opvliegerige Griekse local, David Niven de intellectuele Engelse explosievenexpert. Aangevuld met wat jonge energie en brute kracht krijgen ze lokale steun van Irene Papas en de zwijgende verraadster Gia Scala. Ze krijgen een ongeluk met hun zeilboot voor de kust, Quale breekt zijn been en Peck neemt de leiding over, ze klimmen langs een steile klifwand omhoog, worden gevangen genomen maar komen vrij, fingeren een aanval op de andere oever van het eiland en sluipen het verlaten fort binnen. Daar plaatsen ze de explosieven en vluchten met touw vanuit de kanonnenmond weer richting zee waar ze worden opgepikt. In die boot vindt Anthony Quinn eindelijk de liefde van zijn leven in Irene Papas. Regisseur J. Lee Thompson heeft weinig klassiekers gemaakt. Je kunt je dus afvragen of Navarone  meer de film is van producer Carl Foreman. Tijdens het kijken maakt het niet veel uit want er wordt vakwerk geleverd. Mooie ethische discussies die door  David Niven  worden aangezwengeld. Dat als je moe bent van de oorlog het geen excuus is om je taak niet goed uit te voeren. Wat doe je met een gewond teamlid: achterlaten, doden of meeslepen? Kan de bevelhebber zelf ook vuile handen maken? Peck weet steeds de adequate keuzes te maken en is hard en gevoelig tegelijkertijd. Oscar voor Special effects.  Budget $ 6 miljoen, Opbrengst WW $ 30 miljoen.

Escape to Victory – John Huston – 1981

Escape to Victory geeft een genreprobleem. Het wordt toch een oorlogsfilm omdat het belang van het partijtje voetbal tussen Duitse soldaten en hun Engelse krijgsgevangenen het sportieve spel overstijgt. Wat begint als een project om het moreel van de krijgsgevangenen in Parijs te verbeteren wordt al snel opgeblazen tot propaganda voor de Mannschaft. Speler/coach Michael Caine van de gevangenen eist extra voeding en alle goede spelers uit de werkkampen elders in Europa. Hij redt daarmee levens want veel spelers komen in slechte fysieke toestand aan. De Engelsen in het team houden als altijd de plicht hoog en vinden dat er ook ontsnapt moet worden. In samenwerking met het verzet wordt er een tunnel naar de gastenkleedkamer gegraven. Als ze met de rust 4-1 achterstaan weigeren ze om te vluchten. Ze willen op het veld wraak nemen en daar van de Duitsers winnen. Bij de 4-4 eindstand scandeert de Franse tribune ‘Victoire!’ Het publiek overstroomt het veld en in de menigte kunnen de spelers zich omkleden naar burger en met de massa ontvluchten. De Amerikaanse regisseur John Huston probeert niet het voetbal te ontleden en maakt van het spel meer oorlog dan sport. Hij verwart ons voetbal met zijn American Football en maakt de tackles tot het belangrijkste onderdeel van het spel. Zijn aandacht ligt veel meer bij het verhaal en dat wordt verteld met droge aandacht en ingetogen beelden. Sylvester Stallone speelt een opvallend functionele rol als de Amerikaanse pragmaticus. Verder mogen veel bekende voetbalsterren van weleer meespelen:  Pelé, Bobby Moore, onze Co Prins en Paul van Himst zijn te herkennen. Budget $ 10 miljoen, opbrengst WW $ 27 miljoen.

 

Advertenties

DDW 2017

De DDW lijkt wel net zo beroemd als DWDD. Eindhoven ontvangt ieder jaar 300.000 bezoekers voor haar Dutch Design Week. Het is een uitgebreide manifestatie waar je met gemak de hele week zou kunnen dwalen. Voor iedereen is een plek gevonden om zijn ontwerpen te tonen. De leukste expositie is The Graduation Show in De Witte Dame waar de eindexamen kandidaten van de Design Academy Eindhoven hun afstudeeropdrachten tonen. Als student hebben ze de vrijheid om hun gedachten de vrije loop te laten en ze gebruiken die ook. De minderheid toont design aan de buitenkant van het materiaal en de functie. Maar zoals de moderne kunst steeds conceptioneler wordt, is dat bij design ook het geval. De gedachte wordt steeds belangrijker en het uiterlijkt komt op de tweede plaats. Veel ontwerpen dienen ook een maatschappelijke doel en zijn sociaal of milieutechnisch relevant. De jonge en energieke ontwerpers staan bij hun project en leggen geduldig de beweegredenen uit. Van de > 150 producten in de Witte Dame spraken deze 10 mij het meest aan.

Lauren Leerdam onderzoekt in Wired een nieuwe toepassing voor gevlochten staaldraad. Het resulteert in een schappenkast die eenvoudig gedemonteerd kan worden. De slappe staalkabels worden stijver naarmate ze sterker vervormd worden en verkrijgen met de plankjes een derde dimensie die functioneel is. Gedemonteerd neemt de kast verrassend weinig ruimte in en kan eenvoudig vervoerd worden.

Lisanne Koning geeft met haar Inside the Box de getroffenen in rampgebieden iets extra’s. De inhoud van haar kartonnen doos blijft essentieel gevuld met voedsel en medicijnen. Er is echter geen plek voor speelgoed dat een basisbehoefte voor de kinderen is. Door te spelen worden ze geholpen om met de ellende om te gaan. Lisanne print aan de binnenkant van de dozen afbeeldingen van dieren, apparaten, bouwpakketten en bordspelletjes . Ze kunnen worden uitgeknipt en veranderen daardoor in speelgoed. Kleurcodes geven aan voor welke leeftijd de activiteit bestemd is. De  verpakkingsdozen worden niet langer verspild en krijgen een tweede bestemming in het opvrolijken van de meest kwetsbaren.

Billie van Katwijk geeft in Ventri een zinvolle tweede bestemming aan koeienmagen. In de vleesindustrie zijn ze een afvalproduct en alleen nog maar te gebruiken als pens in hondenvoedsel. Nu worden die magen een fascinerend nieuw materiaal voor damestassen. De 4 magen zijn, afhankelijk van hun functie, verschillend in maat en vorm. Sommige huiden zijn kronkelende landschappen en anderen lijken meer op een reptiel. In het leerlooi proces veranderen ze van een ruwe natuurlijke vorm in een unieke reeks nieuwe leersoorten. Iedere tas heeft zijn eigen uitstraling en toont hoe slachthuisafval in luxueus design kan veranderen. 

Keisuke Fujita wil met Voltaic Realism menselijk leed inzichtelijk maken. Jaarlijks zijn er in de wereld 800.000 zelfmoorden en Twitter wordt iedere seconde overspoeld met berichten van mensen die de wereld vertellen dat ze willen sterven. Die woorden op het scherm zijn voor Keisuke Fujita niet voldoende invoelbaar. Hij wil dit lijden materialiseren voordat het verloren gaat. Zijn real-time installatie converteert de digitale signalen in substantie. Iedere Tweet gebruikt 0,0054 gram koolstof op zijn weg over de servers en netwerken. Voor iedere waargenomen zelfmoord-bericht wordt dus 0,0054 gram koolstof van een blok koolstof geschraapt wat op de duur resulteert in een dieptrieste boodschap.

Bram van Oostenbruggen heeft met Brum (Brams Rum) een nieuw concept voor de drankfles bedacht. Sterke drank als rum of whisky wint aan kwaliteit als het rijpt in een eikenhouten vat. De vluchtige delen verdampen door het hout en de smaak wordt ronder en minder branderig. Bram brengt dit proces van de kelder naar de woonkamer. Door iedere fles van een plankje te voorzien kan de smaak in de huiskamer doorrijpen. De ervaring van de consument wordt rijker als hij ziet, ruikt en proeft hoe de drank zich met de tijd ontplooid. Het proces verloopt sneller dan in een vat omdat de verhouding hout/drank vele malen groter is.

Mark Gombault heeft is Slide-to-adept zijn verhuis ervaring uitgewerkt. Anders dan een normale kast is zijn meubelstuk compact en vervoerbaar. Iedere onderdeel kan variabel in elkaar worden geschoven en wordt met een bout verzekerd. De kast wordt aangepast aan iedere plek en heeft een  diversiteit aan opbergmogelijkheden. Bijkomend economisch en duurzaam voordeel is dat bij de fabricage minimaal houtverlies optreedt.

Basse Stittgen heeft zich met Blood Related in koeienbloed verdiept. Hij ziet in bloed tegelijkertijd een bron van leven als een kenmerk  van de dood. Het vertelt hem duizend verhalen die doordrenkt zijn van betekenis en mystiek. Het verhaal van bloed als afvalprodukt wordt volgens hem onderbelicht. De vleesindustrie produceert miljoenen liters bloed en doet er niets mee. Stittgen beschouwt bloed als bioprodukt en perst er na droging (200 gram vaste stof in 1 liter bloed) huishoudelijke producten van.  Voor de DDW heeft hij naast de schalen en kommetjes ook een grammofoonplaat gemaakt. In de groef is het geluid van de hartslag van de koe te horen. Kan dit biomateriaal ooit een grondstof worden zonder bijkomende associaties?

Julian Jaramillo zet zich met Current Home af tegen de mooie en koesterende binnenhuis architectuur. Hij nodigt de natuur uit om ook binnenshuis gevaar te introduceren. Angst kan ons verlammen maar geeft ook een gezonde realiteitszin. Het veroorzaakt een geestelijke alertheid die energie genereert. Julian verrijkt het interieur met installaties die hun eigen leven leiden. De kroonluchter is aangesloten op het gasnet en produceert op onverwachte momenten vuurwerk. De muur is voorzien van onzichtbare elektra draden die willekeurige vonken veroorzaken en het pleisterwerk aantasten. Het onvoorspelbare proces houdt de mens alert terwijl de schoonheid intact blijft.

Mark Henning speelt met Normaal in op de behoefte van de politieke populisten die graag hun wantrouwen uitspreken voor alles wat niet normaal is. Zijn project betreft onderzoekt naar de handdruk als meest maatschappelijke uitingsvorm van menselijke omgang. Door de komst van de vluchtelingen is het onderwerp van integratie, gedeelde waarden en dominante bevolkingsgroepen relevant geworden.  De uitkomst van zijn onderzoek is een trainingstafel voor de perfecte handdruk. Het bestaat uit een serie regels en gereedschappen om de handdruk aan te leren en uit te voeren. Op een speelse manier wordt zodoende de absurditeit getoond van het begrip normaal.

Kostas Lambridis heeft met Elemental Cabinet een meubelstuk gemaakt dat de dilemma’s van de ontwerper toont.  Hij verenigt  alle soorten van creatieve vormgeving in zijn versie van het 18de eeuwse Badminton Cabinet dat met € 25 miljoen het duurste meubelstuk ter wereld is. Ieder niveau is gemaakt van een ander materiaal variërend van metaal, hout, plastic tot textiel. Als tweede ontwerplaag staat de linkerkant voor onze behoefte tot orde terwijl de rechterkant de natuurlijke toestand van de materialen toont. De achterkant is de derde laag en toont de mallen waarmee de voorkant is gemaakt.

Salman Rushdie – The golden house – 2017

Dankzij Neelie Kroes lees ik dan toch eindelijk mijn eerste roman van Salman Rushdie. Als voormalig Europees Commissaris bewerkstelligde zij het gratis internet-roamen in de EU en sinds 2017 kunnen we op ook op vakantie onze krant lezen. De EU maakt daarmee een gigantische stap voorwaarts in het tergend trage federatie proces. Vroeger vonden we na 4 weken reizen bij thuiskomst 24 kranten die netjes door de buurvrouw op een stapel waren gelegd. Pas als ze waren doorgebladerd kon het normale leven weer beginnen. Want je weet maar nooit welke ramp of openbaring we hadden gemist. In de vier thuisdagen tot het werk weer begon moest er dus iedere dag een week kranten bijgelezen worden. Dat is aanpoten en het kwam er meestal op neer dat de koppen en de AJAX stukjes gelezen werden. Het culturele tweede deel van de krant is tijdlozer en opeens interessanter. De boekenbijlagen kwamen op een stapeltje voor als er meer tijd was. Het valt te bezien of Rushdie toen daaruit boven was komen drijven. Nu stralen de 5 sterren me tegemoet als ik ’s ochtends in het caravanbed bij de koffie en muesli de digitale krant lees. Heerlijk om weer eens recent én Engels te gaan lezen en ik noteer de titel op het actielijstje voor bij thuiskomst.

Als mijn echtgenote de nieuwe Hudson Bay op het Rokin op kleur inspecteert loop ik door het naastliggende Scheltemapand en leg menig ramsj boek terug. Maar wel koop ik de nieuwe hardcover van The Golden House. Ik kies zelfs voor de €2 duurdere Engelse uitgave van Jonathan Cape boven de witte versie van het Amerikaanse Random House. Ik begrijp gewoon niet waarom een boek met een witte kaft wordt ingebonden. Een wit ontwerp voor de losse omslag kan nog maar om ook nog de hardcover zelf in het wit uit te voeren is voor mij een discrepantie tussen de gewichtloze kleur en het stevige materiaal. De Nederlandse uitgave van Atlas Contact heeft als paperback dat probleem niet en is juist wel mooi als witte uitgave.

Salman Rushdie (1947 Bombay) is in 1989 wereldberoemd geworden toen de Iraanse ayatollah Khomeini (1902-1989) hem met zijn fatwa vogelvrij verklaarde. Het gebeurde naar aanleiding van The Satanic Verses (1988) waarin de profeet beledigd werd. Rushdie was toen al bekend vanwege de Bookerprize die hij in 1981 voor zijn Midnight Children kreeg. In 2001 mocht hij zelfs als enige buitenlander het boekenweekgeschenk Woede schrijven. Het is moeilijk te verklaren waarom ik tot het roamingduwtje heb gewacht met een aankoop. Zijn boeken waren vaak te dik en meestal ook te surreëel. Ook zijn sombere Indiase oogopslag zal niet meegeholpen hebben. Voor The Golden House is de aanleiding er zeker wel. Het Amerika van Donald Trump is dagelijks in het nieuws en Rushdie’s roman is in het hedendaagse New York ten tijde van Obama gesitueerd. Het begint in 2009 met de inauguratie van de verlichte president met zijn exceptionele vrouw en eindigt met de tweestrijd tussen de She-Bat (Hillary Clinton) en The Joker (Donald Trump). Als de kwaadaardige Joker wint verandert New York in een donker Gotham City.

In 2009 komt de 70-jarige Nero Golden met zijn 3 zoons vanuit het niets in Greenwich Village wonen. Ze betrekken een kolossaal neo-renaissance pand dat al sinds 1980 leeg staat. Het grenst aan een gemeenschappelijke binnentuin. Die ‘Garden’ wordt ook gebruikt door de andere blokbewoners en het is hun vlucht uit het drukke Manhattan. De filmstudent René Unterlinden (22) woont daar bij zijn ouders en we beleven het verhaal door zijn ogen. Zijn weldoordachte lenige zinnen in de eerste persoon meervoud laten onheilspellende voorkennis doorschemeren. René reikt de lezer steeds een nieuw stukje van de puzzel aan die hij zelf al heeft gelegd. Hij is de zoon van 2 college professors en vindt langzaam zijn weg in de filmwereld. De Indiase familie Golden is een goed onderwerp voor een filmscript en hij raakt met ze aan de praat. Via de 3 zoons kan hij hun verleden voor een deel achterhalen. De Golden’s hebben Bombay verlaten nadat hun hotel door een terroristengroep is belaagd en hun moeder bij een schietpartij omkwam. Vader Nero is een vastgoedmagnaat die in New York zijn werkzaamheden voort kan zetten. Oudste zoon Pitya (Petronius) is 42 en is zwaar autistisch. Hij komt amper de deur uit en drinkt grote hoeveelheden alcohol om de wereld op afstand te houden. De middelste zoon Apu (Lucus Apuleius) is 41 en was in India een verdienstelijk schilder. Hij is super sociaal en vindt al snel zijn weg in het artiestenmilieu van New York. De sombere en onzekere D (Dionysus) van 22 heeft een andere moeder die vlak na zijn geboorte verdween. Hij heeft zijn plek in de wereld nog niet gevonden en is onzeker over zijn identiteit als man.

Het verhaal komt op stoom met de 26-jarige Russische schoonheid Vasilia Arsenjeva die de vader Nero inpalmt en met hem trouwt. Heel slim paait ze hem met haar charmes en wacht geduldig af tot hij zal sterven. Om de vrede met de zoons te bewaren ziet ze in eerste instantie af van kinderen. Maar ze verandert van mening en zegt heel slim dat ze wil scheiden omdat haar lichaam een kind verlangt. In eerste instantie negeert Nero haar behoefte maar gaat na enige massage van haar kant toch akkoord. Uit een medisch rapport blijkt echter dat zijn zaad niet bruikbaar is. Vasilia past de waarden in het rapport aan en haalt René over om haar zwanger te maken. René houdt zijn overspel verborgen tegenover zijn vriendin Suchittra waar hij films mee maakt. De bevruchting lukt niet meteen en René gaat uitkijken naar zijn maandelijkse sessies van 3 dagen supersex. Het lukt maar net om zijn groeiende expertise verborgen te houden voor zijn vriendin. Langzaam vertrekken de 3 zoons uit huis. Apu heeft verkering met de Somalische beeldhouwster Ubah Tour. D vindt de feministe Rya Zacheriassen en zelfs de autistische Petya komt van zijn ruimtevrees af door een streep rond Manhattan te trekken. Dankzij zijn jarenlange gameverslaving heeft hij een expertise opgebouwd die zeer winstgevende games oplevert.

Op de helft van het boek zet de neergang van de familie Golden in. De ouders van René sterven onverwacht in een verkeersongeluk en Nero nodigt hem uit in The Golden House te komen wonen. Hij wordt kind aan huis maar kan de ondergang niet keren. Apu en Ubah gaan naar India en worden daar omgelegd door het verleden van zijn vader. D denkt aan een sex change, voelt zich het liefst onzijdig en schiet zich tenslotte een kogel door het hoofd. Tot slot wordt Pitya tijdens een Halloween optocht door een seriemoordenaar doodgeschoten. René groeit zodoende vanwege de geheime relatie met zijn zoon Vespasian uit tot het hoofdpersonage van de roman. Vasilia schermt de zoon af en René kan hem alleen van afstand in de tuin observeren. Hij is er ook niet bij als Nero Golden zijn Indiase voorgeschiedenis over criminele witwaspraktijken aan schoondochter Rya Zacheriassen vertelt. In een moment van verstandhouding biecht René aan Nero op dat hij Vespasian heeft verwekt en zijn vriendin Suchittra verbreekt daarna de relatie. Het personeel van huize Golden neemt een voor een ontslag en door een onvoorzichtigheid van de kok brandt het pand af. Vasilia kan haar zoon nog net naar buiten gooien in de handen van een brandweerman. Zijzelf  komt met Nero en haar moeder om in de vlammen. Het verhaal springt in het laatste hoofdstuk 10 jaar vooruit en we beleven de première van René’s  film The Golden House. René kijkt terug en vertelt hoe hij zijn liefde voor Suchittra heeft gerepareerd en hoe Nero hem voor de brand als vader van zijn zoon heeft erkend. Daardoor was adopteren mogelijk en ze leven gelukkig als succesvol filmechtpaar met hun zoon Vespasian.

Salman Rushdie heeft er op 70 jarige leeftijd nog echt zin in. Hij imponeert met zijn scherpe observaties, erudiete kennis, originele verbanden en omineuze vooruitblikken. Het lezen is een feest en even denk ik het beste boek van 2017 vast te houden. De toon van zijn verteller René is prachtig en doet denken aan de Nick Carraway verteller uit de The Great Gatsby (Scott Fitzgerald 1925). Het is eenzelfde jeugdige toeschouwer die de grote wereld van afstand bekijkt en langzaam steeds meer in het verhaal wordt getrokken. René schrijft filmscripts en zijn observaties worden geduid met scenes uit klassieke films. Ook in zijn schrijfstijl vinden we soms kenmerken van een filmscript terug zoals de scène duidingen en camera-instellingen. Ik heb het overgrote deel van de films gezien en herken waar hij het over heeft. Toch wordt zelfs voor mij dat feest van herkenning op den duur gekunsteld. Het omslagmoment ligt halverwege de 370 pagina’s als het begin van het einde wordt ingezet. Het lijkt wel of Rushdie zijn eigen verwachtingen niet kan waarmaken. Hij heeft zijn web zo dicht geweven dat het zichzelf verstikt. Iedere zin blijft origineel en slim gevonden maar de magie is verdwenen. Je gaat merken dat het Rushdie is die naar het eind toeschrijft en niet het verhaal dat zichzelf ontwikkelt. Ieder deelgebied wordt dan een klein essay met een lijstje voorbeelden dat het verhaal vaker in de weg staat dan vooruit helpt. De verteller praat niet meer en gaat schrijven. Als de derde zoon dood is gloort de hoop dat er een overdreven Griekse tragedie in de maak is. Maar die tragische grootsheid wordt ontkracht doordat Nero zijn Griekse verleden in één monoloog verklapt aan zijn schoondochter. Hoeveel mooier was het geweest als het ons in delen geopenbaard was. Bij de vergeldingsdood van Apu in India had al een eerste openbaring kunnen komen. Rushdie ontrafelt echter niets meer en biedt de lezer geen stukjes meer van de puzzel. Hij geeft in een keer de hele afbeelding prijs alsof hij zijn verhaal snel wil afronden. Het witwas en maffia verleden van Nero wordt daarmee een aparte scène in het grote verhaal. Alsof hij alvast voor de Hollywood verfilming een actie climax inlast.

Mijn kritiek is niet zwaarwegend en meer bedoeld als alternatief voor de verhaallijn dan afkeuring. Het was een groot genoegen om Rushdie’s literaire vuurwerk te volgen. Ook inhoudelijk waren er voldoende nieuwe inzichten. Zoals de jongste zoon D denkt over een sex change ingreep maar dan het gender bender voorbij streeft en aankomt in een houding waar het geslacht er niet meer toe doet. Ook de alternatieve waarheden van Donald Trump en het populisme komen ruim aan bod:

The question is, can I get you to believe it, can I get it repeated enough times to make it as good as true.  The question is, can I lie better than the truth.     217

Now the only person you think is lying to you is the expert who actually knows something. He is the one not to believe because he is the expert and the elites are against the people, they will do the people down. To know the truth is to be elite. If you say you saw God’s face in a watermelon, more people will believe you than if you find the Missing Link, because if you’re a scientist then you’re elite. Reality TV is fake but it’s not elite so you buy it. The news: that’s elite.    218

En nog een paar mooie ontknopingszinnen:

A world without mistery is like a picture with no shadows, by seeing too much it shows you nothing.          26

Happiness writes in white ink on a white page.    –  Henry de Montherlant (1895-1970)   69/70

One mans ceiling is another man’s floor.       204

This is how we are: we fall in love with each others strengths, but love deepens toward permanence when we fall in love with each other’s weaknesses.     258

Biopics 21-30

pollock

Pollock – Ed Harris – 2000

Jackson Pollock (1912-1956) is een Amerikaanse schilder die met zijn dripping techniek het action painten wereldberoemd maakte. Zijn abstract expressionistische werk straalt energie en plezier uit. De biopic van Ed Harris toont een volledig tegenovergesteld beeld van de kunstenaar. Regisseur Ed Harris speelt zelf de hoofdrol en laat een tragisch contactgestoord persoon zien die in een voortdurende staat van crisis leeft. Pollock zou tegenwoordig zwaar autistisch worden genoemd. Hij schildert bijna als therapie en kan zelfs daar geen plezier aan beleven. Gelukkig ontmoet hij in kunstenares Lee Krasner (Marcia Gay Harden) een liefhebbende partner die het belang van zijn werk inziet en hem gaat promoten. Als Peggy Guggenheim zijn werk exposeert komt de roem maar niet het geluk. Ze verhuizen van het te prikkelende Manhattan naar het rustige landleven van Long Island waar hij in afzondering zijn stijl kan vinden.  Met de roem neemt ook de alcohol consumptie toe en de relatie loopt op zijn eind. Val Kilmer speelt mooi de vriend Willem de Kooning en Jennifer Connelly is het liefje dat samen met hem sterft als hij op 44 jarige leeftijd dronken achter het stuur zit. Ed Harris heeft 10 jaar aan zijn regiedebuut gewerkt. Hij vertelt zijn verhaal netjes chronologisch en laat veel van de schildertechniek zien. Natuurlijk mist hij het essentiële moment niet waarop Pollock het druppen ontdekt.
Budget $6 miljoen / Box office worldwide 10 miljoen.

get-on-up-hero-image

Get on up – Tate Taylor – 2014

De raise to fame van James Brown (1933-2006) wordt voortdurend opengebroken door flashbacks en forwardshifts. We beginnen in 1988 met de arrogante versie op de top van zijn roem, springen naar een Vietnam benefietvoorstelling uit 1968  en snijden pas dan naar 1939 als hij 4 jaar is. Hij wordt geboren in een black trash hutje in het bos en weggegeven aan zijn tante die een flophouse runt. Na het stelen van een kostuum gaat hij voor 4 jaar de gevangenis in en komt aansluitend in een pleeggezin. Met de pleegbroer richt hij The Famous Flames op en ze treden lokaal op. Na een privé plaatopname komt het contract op naam van James Brown & the Famous Flames. De band mag blijven maar James bepaalt voortaan met harde hand de lijn. Hij doet dat ook tegenover zijn manager Dan Aykroyd en de promoters/zaal eigenaren. Zijn ego wordt gigantisch en de bandleden adresseren hem met Mr. Brown en krijgen $20 boetes voor te laat komen of valse noten spelen. Acteur Chadwick Boseman speelt een charismatische maar zelfingenomen James Brown. Hij danst met dezelfde gummi benen als The Godfather of Soul. Ik ben geen fan dus de vele funkliedjes lijken te veel op elkaar. De crossover hits zijn bekender en worden mooi vertolkt. ‘Please, please, please‘ en natuurlijk het altijd indrukwekkende ‘It’s a man’s world‘. De film gebruikt de originele opnamen van James Brown en Mick Jagger was mede producent.
Budget $ 30 miljoen, Boxoffice USA $ 30 miljoen.

Anonymous – Roland Emmerich – 2011

De grootste schrijver ooit blijft ook het grootste raadsel ooit. Zo groot dat blockbuster/rampenfilm regisseur Roland Emmerich zich ermee gaat bemoeien. Hij maakt er een voor zijn doen kleine ($30 miljoen) film over. De vraag is of William Shakespeare (1564-1616) de schrijver was van zijn eigen toneelstukken. Alles wijst erop dat de toneelstukken door een edelman zijn geschreven. Zijn vader en zijn eigen kinderen waren analfabeet. Zijn erfenis bevatte geen toneelstukken, zelfgeschreven teksten of brieven. Als eenvoudig burgerman moet hij Grieks, Latijn hebben beheerst en in Italië geweest zijn. Alles wijst op een rijke edelman als schrijver. Dus Benjamin Johnson, Kit Marlowe en de earl of Oxford Edward de Vere komen in aanmerking. Een edelman mag nooit broodschrijver zijn dus Edward van Oxford schrijft en geeft de tekst aan Benjamin Johnson die het tenslotte weer naar Shakespeare doorsluist. Om het echt ingewikkeld te maken speelt de troonopvolging van Elizabeth op de achtergrond. Jacobus van Schotland staat tegenover Essex, de bastaardzoon van Elizabeth. Essex mobiliseert de volksmassa maar wordt verraden en terechtgesteld.  Jacobus wordt de nieuwe koning. Dieper in het verhaal blijkt Oxford ook een buitenechtelijk kind van Elizabeth te zijn. Toch heeft hij tevens een affaire met Elizabeth waaruit opnieuw een zoon wordt geboren. Regisseur Roland Emmerich heeft alles samengebonden en een waarachtige film gemaakt. Hij heeft zich ingehouden en een origineel tijdsbeeld gemaakt met een mooi open theater. Rhys Ifans krijgt eindelijk eens een keer de hoofdrol en Vanessa Redgrave heeft natuurlijk een adequate Elizabeth in huis. Haar jurken zijn precies zoals ik in mijn vroegere blog laat zien. (08/11/2012: https://erikgveld.wordpress.com/2012/11/08/elizabeth-1-engeland-1533-1603/) Budget $30 miljoen, Boxoffice WW $15 miljoen.

Immortal Beloved – Bernard Rose – 1994

Net als bij Citizen Kane (Orson Welles 1941) begint dit levensverhaal van Ludwig van Beethoven (1770-1827) ook bij zijn dood waarvandaan vervolgens teruggedacht wordt. Zijn rechterhand Anton Schindler (Jeroen Krabbé) vindt een brief in de nalatenschap waarin over een anonieme Immortal Beloved wordt beschreven. Aan de hand van gesprekken met de vrouwen in Beethovens leven ontstaat vervolgens het levensverhaal. Valerina Golino en Isabella Rosselini zijn de bekendsten in de rij intimi die ieder hun eigen beeld geven van een luidruchtige en lompe Beethoven die al jong doof wordt. Hij adopteert zijn neef Carl maar die pleegt zelfmoord. Volgens de film blijkt dat zijn zoon te zijn die hij bij schoonzus Johanna van Steege verwekt heeft. Zij zou dan vervolgens de Immortal Beloved moeten zijn. Regisseur en schrijver Bernard Rose maakt er een karikatuur van vol aannames en onwaarheden. Beethoven had maar heel weinig intieme omgang met vrouwen en de Immortal Beloved is volgens Maynard Solomon in de biografie Beethoven Antonia Brentano.  Er wordt zo slecht geacteerd dat je de acteurs gaat beschouwen als de instrumenten en de montage als compositie van een groot orkestwerk.  Gary Oldman zet Beethoven breed aan en hij grossiert natuurlijk in over the top rollen. Knap dat hij gedurende 6 weken van dageliks 6 uur trainen zijn pianopartijen zelf kon spelen. De filmmuziek is natuurlijk prachtig en wordt gedirigeerd door George Solti.  Boxoffice USA $ 10 miljoen.

The theory of everything – James Marsh – 2014

Netjes chronologisch ondergaan we met hoofdrolspeler Eddie Redmayne de fysieke teloorgang van Stephen Hawkings (1942). Zijn motorneuron ziekte openbaart zich al als hij in 1964 op 22 jarige leeftijd in Cambridge studeert. Gelukkig heeft hij vlak daarvoor in Felicity Jones een slim en lief vriendinnetje gevonden. Ze houdt onvoorwaardelijk van hem en steunt met een ontroerend nuchterheid. Door het uitblijven van spierprikkels verschrompelen zijn spieren en is zijn levensverwachting 2 jaar. Het brengt hem op het onderwerp van zijn afstudeeronderwerp: tijd. Hij wil met een wiskundige vergelijking aantonen dat tijd een begin heeft. Het filmverhaal is een grote lijdensweg en het is jammer dat er weinig inzicht in zijn denkwereld wordt gegeven. We gaan van de krukken naar rolstoel en komen tot slot uit bij de spraakcomputer. Gelukkig voor de film houdt Felicity het zorgzame opofferen niet vol en krijgt ze een eigen leven met Charly Cox. Hawkings handicap blijft interessant voor de vrouwen en hij zijn spraaklerares ontfermt zich over hem. Regisseur James Marsh levert degelijk werk af en benut het voorspelbaar sentimentele om zijn boodschap over te brengen. Het zijn natuurlijk typische Oscar hoofdrollen waarin de acteur uit kan pakken. Eddie Redmayne slaagt daarin en wint een Oscar terwijl Felicity Jones, het scenario én de muziek een nominatie krijgen. Door al die Oscar aandacht werd de film natuurlijk wel een kassucces. Budget $15 miljoen, BoxOffice WW $123 miljoen.

Jimi: All is by my side – John Ridley – 2013

De ene popster stapt in de schoenen van de andere. Rapper André Benjamin van Outcast mag voor 2 uur stergitarist Jimi Hendrix (1942-1970) zijn. Producer, scenarist en regisseur John Ridley focust zich op de Engelse periode waarin Hendrix gemaakt en beroemd werd. Het verhaal begint in 1966 bij de vriendin van Keith Richard, Linda Keith (Hayley Attwell). Zij ziet de potentie van de stille gitarist en schoolt hem om van begeleider naar solo act. Ze krijgt de bassist Chas Chandler van de The Animals zover de groep te verlaten en zijn manager te worden. Bassist Noel Redding en jazzdrummer Mitch Mitchel worden gecuretteerd en Hendrix wordt overtuigd dat hij kan zingen. Als de oude contracten zijn afgekocht is The Jimi Hendrix Experience geboren. Maar Hendrix blijkt een ongeleid projectiel, fladdert van vrouw naar optreden en het kost veel moeite om de band bij elkaar te houden. Hendrix krijgt als linkshandige zijn rechtse Fender Telecaster, neemt Hey Joe van Tim Rose op en haalt de hitparade in Engeland. De film eindigt met zijn optreden op het Amerikaanse Monterey Festival waarna hij ook in Amerika beroemd wordt.

André Benjamin speelt een macho Hendrix die een vrouwenmagneet is en zomaar gewelddadig kan worden. John Ridley maakt er meer documentaire dan speelfilm van. Zijn filmfragmenten lijken op historische opnamen die met ontbrekende overgangen tot een verhaal gemonteerd worden. Het is een gewaagde poging om een tijdsdocument te maken. Jammer dat de muziekrechten niet werden verkregen en de muziek daardoor onvoldoende aan bod komt. Wat rest is meer een tijdsbeeld met veel druk pratende mensen en hippe groupies dan een muziekfilm. Jammer dat de film zo een flop werd. Boxoffice WW $1 miljoen. 

Bright Star – Jane Campion – 2009

De Australische regisseur Jane Campion heeft de 3 jaar durende romance die John Keats (1795-1821) op het eind van zijn leven met buurmeisje Fanny Brawne had stemmig en sober verfilmd. We volgen de platonische liefde vanuit Fannies standpunt. Abbie Cornish zet een schoon en dapper meisje neer dat heerlijk dwars en obstinaat kan zijn. Ze verdoet haar tijd aan borduur- en naaiwerk en heeft op alles en iedereen kritiek. Dat verandert als haar buurman de dichter Charles Brown een logee krijgt. De onzekere John Keats wordt haar doelwit en zoals het hoort komen ze langzaam ondanks alle kibbelpartijen nader tot elkaar. Keats schrijft het ene meesterwerk na het nadere maar wordt nog niet gewaardeerd door de literaire wereld. Voor zijn tubercolose vertrekt hij  naar Rome waar hij op 26 jarige leeftijd sterft. Pas na zijn dood krijgt hij zijn plaats tussen de grote dichters. Ben Whishaw maakt er een volkse en bescheiden Keats van die het niet van zijn uiterlijk moet hebben. Hij past daarmee mooi bij de stralende Cornish. Haar ogen zijn haar wapen want de mode van de tijd schreef alleen maar ruimvallende soepjurpen voor. Voor de ingetogen fotografie van cameraman Greig Fraser zou ik de film eigenlijk nog en keer moeten bekijken.  Budget $8,5 miljoen, boxoffice USA $ 4,5 miljoen.

1492 – Conquest of Paradise – Ridley Scott

Iedere film van Ridley Scott is op zijn minst het aankijken waard. Groots en ongearticuleerd vertelt hij zijn verhaal van Christoffel Columbus (1451-1506). Over hoe Isabella van Castille (1451-1504) hem eerst met 3 schepen rond de aarde stuurt op zoek naar een land dat Marco Polo als rijk omschreef. Er wordt nieuw land ontdekt en hij vertrekt met een vervolgvloot van 17 schepen en 1500 bemanningsleden. Sigourney Weaver is een mooie chique Isabella en draagt oogverblindend mooie jurken. De Fransman Gerard Depardieu mag de Italiaan Columbus spelen. Hij spreekt zijn Engels met een Frans accent en moet zodoende een Italiaan voorstellen die aan het Spaanse hof is beland. Hij vaart met zijn schip gewoon langs de 28-ste breedtegraat en liegt de bemanning voor dat het maar 700 mijl is. Ze landen in San Salvador en de eerste tocht is te overzien. De tweede keer komen ze niet veel verder en blijven ze 5 jaar zonder het beloofd paradijs te vinden. De edellieden komen (onder leiding van ultieme bad man Michael Wincott) in opstand en de nederzetting gaat ten onder aan interne strijd. De compromis aanpak van Colombus wordt vervangen door de harde hand. Hij wordt teruggestuurd naar in Spanje en gevangen gezet. Isabella bevrijdt hem en berooid keert hij terug naar vrouw en zoons voor een saaie oude dag. Hij mag niet meer ontdekken en Amerigo Vespucci (1454-1512) zet als eerste voet op het vaste land van Amerika.

De scoop van de film is kleiner dan je van Ridley Scott verwacht. Spanje is mooi gefilmd, de zeereis is bekend en valt dus tegen. In Zuid Amerika blijven we alleen maar in de nederzetting op het eilandje. Het geheel doet een beetje denken aan Mutiny on the bounty (Lewis Milestone 1962) of The Bounty (Roger Donaldson 1984) maar dan zonder liefde en met een Gerard Depardieu die zich niet meten kan met Marlon Brando of Mel Gibson. Budget $ 47 miljoen, Boxoffice WW $ 60 miljoen.

Notorious – George Tillman Jr – 2009

The Notorious B.I.G. is de stagename van de Amerikaanse Eastcoast rapper Christopher Wallace (1972-1997), a.k.a. Biggie Smalls. Hij groeit op in Brooklyn waar hij al op 18 jarige leeftijd vader is. Hij gaat dealen om zijn gezin te onderhouden en komt in de gevangenis terecht. Zijn moeder, de altijd overheerlijk Angela Bassett, kan het tij niet keren. Hij begint met schrijven en rappen en komt met 19 jaar in contact met Sean ‘Puffy’ Combs (Derek Luke) die later Bad Boy Records sticht. Hun motto wordt al snel :What don’t break a nigga, make a nigga. Zijn rapstijl brengt de soul in de rap. Hij komt in contact met Lil’ Kim en Tupac Shakur (1971-1996) en trouwt met zangers Faith Evans. Als Tupac in Las Vegas wordt neergeschoten ontstaat de oorlog tussen Eastside en Westside rappers. In 1997 komt Biggie op 24 jarige leeftijd in LA door een drive by shooting aan zijn einde. Vlak daarna komt zijn tweede album Life after death uit en verkoopt 10 miljoen copies. De gigantische Jamal Woolard speelt Biggie Small als een groot kind dat steeds opnieuw de vrouwen kan verleiden en zijn overspel rechtzetten. Tegelijkertijd is hij heel gewelddadig en egoïstisch. Regisseur George Tillman Jr. geeft een inkijkje in de gesloten zwarte wereld. Rap is heel groot in Amerika en al in het eerste weekend is het budget van $ 20 miljoen terugverdiend. Boxoffice WW $ 45 miljoen.

The Danish Girl – Tom Hooper – 2015

Het trieste verhaal begint netjes bij het begin in het Kopenhagen van rond 1925. Portret schilderes Gerda Webener (Alicia Vikander) vraagt haar man de landschapsschilder Einar Wegener (Eddie Redmayne) om de poseren voor een vrouwelijk model dat niet komt opdagen. Wat begint met een spelletje blijkt een onomkeerbaar proces. Zij neemt hem als vrouw verkleed mee uit en noemt haar Lili, de zuster van haar man. Einar kan echter geen afstand nemen van Lili en zij wordt een derde persoon die ontmoetingen met mannen heeft. De radiotherapie en elektroshocken kunnen de ‘krankzinnigheid’ en ‘perversiteit’ niet keren. Gerda wordt beroemd met schilderijen van Lily en ze verhuizen naar Parijs. Daar krijgt Lily de overhand en moet Gerda langzaam afstand nemen van haar man. Tot slot besluit Einar ook fysiek te veranderen in de vrouw Lily Elbe. Er is maar één arts die de operatie aandurft en hij verhuist voor 2 operaties naar Dresden. Na de tweede operatie sterft hij/zij in 1931 aan een infectie. 

Cameraman Danny Cohen schildert met het licht van de Deense Gouden Eeuw en zijn beelden worden als schilderijen van Vilhelm Hammershoi (1864-1916). Regisseur Tom Hooper vindt zijn onderwerp al bijzonder genoeg en regisseert degelijk Hollywood zonder grote risico’s. Alicia Vikander kreeg Oscar voor haar bijrol en Eddie Redmayne kan zijn Oscar uit 2014 voor The theory of everything (James Marsh – 2014 zie boven) niet herhalen en blijft steken bij een nominatie. De film is gemaakt aan de hand van het Lili Elbe dagboek dat in 1933 werd gepubliceerd. Budget $15 miljoen, boxoffice USA $12 miljoen


wat eraan voorafging:

  1. Spiceworld – Bob Spiers – 1997
  2. Behind the Candelabra – Steven Soderbergh 2013
  3. Mr. Turner – Mike Leigh – 2014
  4. Ray – Taylor Hackford – 2004
  5. I’m not there – Todd Haynes – 2007
  6. The last Station – Michael Hoffman – 2009
  7. Coalminers daughter – Michael Apted – 1980
  8. Basquiat – Julian Schnabel – 1996
  9. What’s love got to do with it – Brian Gibson – 1996.
  10. Sid and Nancy – Alex Cox – 1986
  11. Nowhere Boy – Sam Tayler-Wood – 2009
  12. Effie Gray – Richard Laxton – 2014
  13. The Runaways – Floria Sigismundi – 2010
  14. The last king of Scotland – Kevin Macdonald – 2006
  15. De – Lovely – Irwin Winkler – 2004
  16. Cromwell – Ken Hughes – 1970
  17. Jersey Boys – Clint Eastwood – 2014
  18. Me & Orson Welles – Richard Linklater – 2008
  19. Molière – Laurant Tirard – 2007
  20. The assassination of Trotski – Joseph Losey – 1972

https://erikgveld.wordpress.com/2016/08/11/biopics-1-10/
https://erikgveld.wordpress.com/2016/10/29/biopics-11-20/

documenta 14 – 2017

De Documenta is een moderne kunst manifestatie die sinds 1955 iedere 5 jaar in Kassel plaatsvindt. Bij de 14-de aflevering in 2017 werd gedurende 100 dagen de hele stad  met moderne kunst gevuld. Voorafgaand was er ook een tentoonstelling in Athene om de Europese cultuurband te accentueren. De Documenta gaat door voor het politieke en sociale geweten van de hedendaagse internationale kunstwereld.  Na de verschrikkingen van WW2  startte Arnold Bode (1900-1977) in 1955 een internationale dialoog vol universele idealen. In het begin betekende internationaal vooral westers maar sinds Documenta X (1977)  van de Française Catherine David (1954) werd dat Eurocentrisme verlaten en kreeg de 3de en 4de wereld een gelijkwaardige plek. De Documenta is namelijk een tentoonstelling die niet alleen is bedacht vanuit de kunst maar ook vanuit een drang om de wereld te verbeteren.

De laatste tijd krijgt iedere aflevering een andere conservator en bij nr. 14 is dat de Poolse kunstcriticus Adam Szymczyk (1970). In 2008 was hij co-curator van de 5-de Berlijn Biënnale en volgens de New York Times de superster onder de curators. Van 2003 tot 2014 was hij de  hoofdcurator van de Kunsthalle in Basel en in 2013 werd hij aangesteld als artistiek directeur van de 14de Documenta. Hij heeft dus 4 jaar de tijd gehad om zijn klus te klaren. Hij is de juiste man want zijn intenties komen overeen met de uitgangspunten van de Documenta. Het klinkt een beetje ouderwets maar hij wil de chauvinistische, blanke, mannelijke, nationalistische en kolonialistische manier van denken bevragen met de uitheemse praktijken en kennis. Om dit nobele streven te versterken heeft zijn team de kunstmarkt van de kapitaalkrachtige verzamelaars uitgesloten en is op zoek gegaan naar 160 onbekende kunstenaars.

Aan de Nederlandse krantencritici te beoordelen is Szymczyk niet volledig geslaagd in zijn streven. De tegelijkertijd georganiseerde en veel kleinere  Skulptur Projekte in Münster gaat zelfs met de eer strijken van meest toonaangevende kunstevent. Deze wordt eens per 10 jaar gehouden en is alleen al daardoor exclusiever. Toch is de impact van de vaak onvindbare beelden of gesloten projecten niet te vergelijken met de overdonderende hoeveelheid van de Documenta. Die kunstjournalisten hebben ons wel op het verkeerde been gezet waardoor we er slechts één dag voor hebben gereserveerd. Achteraf gezien waren 2 dagen beter geweest om naast het kijkplezier ook de verdieping mogelijk te maken. Nu zijn alle objecten in een dag van 10:00 tot 20:00 geperst en die overdaad heeft zeker geschaad. Mijn 10 dierbaarste ervaringen zijn in volgorde van openbaring:

De Argentijnse Marta Minujin (1943) bouwde in 1983 in Buenos Aires na de val van de Argentijnse dictatuur, naar voorbeeld van het democratische icoon in Athene, Het Parthenon van de boeken. Toen was het een schaalmodel en het bevatte 25.000 verboden boeken die in de kelders van de junta lagen opgeslagen. Nu in Kassel mag ze groots uitpakken en haar tempel op ware grootte (30x65x20 m)op het centrale Friedrichsplatz neerzetten. Hij bevat 68.000 verboden boeken die door het publiek gedoneerd zijn. Na afloop worden de boeken op vertoon van het Documenta ticket willekeurig  weer onder de bevolking verspreid.

De Irakese Koerd Hiwa K (1975) woont nu in Berlijn. Hij was vroeger in zijn vaderland een realistische schilder. Hij schildert niet meer zodat hij de werkelijkheid meer naar zijn hand kan zetten. Voor de Biënnale van Venetië maakte hij een bel die was gegoten uit militair oorlogstuig van de Irak/Iran oorlog (1980-1988) en veranderde daarmee het oorlogskabaal in een muziekgeluid.  Voor de Documenta 14 bouwde hij When We Were Exhaling Images. Het is een stellage van 20 rioolpijpen waarin hij studenten van de Kunsthochschule Kassel een pijp krijgen om hun leefwereld te creëren. Hij reflecteert hiermee natuurlijk op de abominabele woonplekken van vluchtelingen.

De Mexicaan Guillermo Galindo (1960) maakt muziek instrumenten van door immigranten achtergelaten voorwerpen. In Fluchtzieleuropahavarieschallkörper (2017) voorziet hij een bij Lesbos achtergelaten houten boot van pianosnaren en probeert zo met muziek de wereld te beïnvloeden. Hij wil geen welluidend geluid produceren maar staat de materialen hun eigen geluiden toe. In die voorwerpen kan het verleden en de toekomst gehoord worden. Galindo componeert ook muziek waarin hij de reizen van migranten toelicht.

De Israëliër Roee Rosen (1963) heeft als schilder, schrijver en filmer een eigen universum gecreëerd. In Live and Die as Eva Braun geeft hij de kijker de kans om de maîtresse van Hitler te worden. Voor de Documenta  14 heeft hij een operette met een Russisch libretto gemaakt dat The Dust Channel heet. Het gaat over een Israëlische familie die overmatig bang voor vuil en zand is. Het zand staat voor de woestijn die in Israël de grootste bron van xenofobie is. De detentie-centra voor politieke vluchtingen heten Holot naar het Hebreeuwse woord zand.  De operette duurt 23 minuten en is prachtig gefilmd. De modern klassieke muziek is nog mooier. Aangezien de componist niet wordt genoemd zou ook die discipline door Rosen zijn ingevuld.

De Noorse Marét Ánne Sara (1983) protesteert met Pile o’ Sápmi tegen de Noorse Rendier Wet uit 2007. Die legt beperkingen op aan het houden van rendieren en daardoor zal de identiteit van de  Sámi gemeenschap verloren gaan. Marét Ánne Sara is zelf ook van Sámi afkomst en refereert met de naam Pile o’ Sápmi aan de  Pile of Bones waarmee de Cree indianen in Canada met gestapelde buffalo beenderen de geesten van de dieren aan het land koppelen. Ook met het verdwijnen van de buffalo zijn inheemse culturen verdwenen.

De Thai Arin Rungjan (1975) kijkt argwanend naar de geschiedenis van zijn land. Historische feiten zijn nooit eenduidig en worden door de verschillende dictators van ideologie veranderd. Voor de Documenta heeft hij met 246247596248914102516… een kopie uit hout en koper gemaakt van het Democratie Monument in Bangkok uit 1934 dat staat voor de overwinning op het absolute Siamese koningshuis. De daaropvolgende periode van militaire tirannie eindigde in de chaotische periode 1973 /1976 met de terugkomst van het koningshuis.  And then there were none (Tomorrow we will become Thailand.) is een begeleidende videofilm waarin een traag dansend paar wonderschoon de studentenopstand van 1973/1976 uitbeeldt. Het monument en de dans zijn tegengesteld aan lading en duiden zo de subjectiviteit aan van datgene dat we geschiedenis noemen.

De Griekse schilder Apostolos Gheorgiou (1952) verplaatst zich door de stille ruimten van alledag. Hij balanceert tussen emotionele leegte en naderend onheil. Zijn figuren dragen een kostuum om zich te beschermen en worden daardoor tragische antihelden die zweven tussen vrede en droefheid. Ze worden onverwacht gestopt in hun bezigheden en geven de toeschouwer de mogelijkheid om hun verleden en toekomst in te vullen. De onbekendheid met wat we zien en het mysterie van wat er gebeurt is creëert een vervreemdende spanning. Georgiou is met 5 schilderijen aanwezig op de Documenta 14 in een chic verlaten appartement boven een voormalige winkel.  Als serie tonen ze een prettige vorm van verstilling die helend werkt.

De Zweedse Britta Marakatt-Labba (1951) is textielontwerpster en illustrator. Haar geborduurde verhalen tonen de mythes van de Sami Cultuur. Het zijn miniatuur werelden gevormd met naald en draad. Ze bevatten scènes uit het dagelijks leven, politieke reflecties en verhalen over de Sami cultuur en geschiedenis. De prachtige natuur en de witte sneeuw van het fonkelende winterlandschap zijn constant aanwezig. In het 24 meter lange Historja zijn de verhalen voor een keer aan elkaar gekoppeld.

De Pool Piotr Uklanski (1968) reageert op het cult boek The Nazis (1999) waarin de door Hollywood acteurs gespeelde Nazis verzameld zijn. Zijn boek Real nazis dat gelijktijdig met de Documenta uitkomt is gevuld met echte Nazi partijbonzen, oorlogshelden en oorlogmisdadigers. De portretten zijn na uitgebreid speurwerk in de archieven opgedoken en geven een grimmig  inkijkje in de bron van het kwaad. Het is een fascinerende ervaring om voor zo’n wand monsters te staan. De 7de van rechts op de onderste rij is Leni Riefenstahl.

De Amerikaanse feministen en kunstenaarsduo Annie Sprinkle (1954) en Beth Stephens (1960) hebben een ontroerende handleiding voor onze omgang met de aarde geschreven. In 2005 startten ze een 7-jaars project van trouwrituelen. Ze trouwden met de aarde, de Appalachen, de zee bij Venetië, de steenkool van Spanje, het Kallevesi meer in Finland, de maan en de zon. Hun Ecosex manifesto stelt: We caress the rocks, pleasure the waterfalls, and admire Earth’s curves often. Op de Documenta tonen ze hun We make love with the Earth through our senses. In hun 25 huwelijksvoorwaarden geven ze haar/hem dezelfde rechten als de partner in een conventioneel huwelijk.

 

zie ook:

documenta 13: https://erikgveld.wordpress.com/2012/09/21/documenta-13/

 

Karin Weiland – Dietrich & Riefenstahl – 2011

 

De Duitse biografe/politicologe Karin Wieland (1958) heeft 7 jaar geschreven aan haar dubbelbiografie van Marlene Dietrich (1901-1992) en Leni Riefenstahl (1902-2003). De Duitse diva’s hebben elkaar amper ontmoet en worden hoofdzakelijk door hun nationaliteit aan elkaar gekoppeld. Ze zijn in Berlijn geboren en behoren tot de verloren generatie die na WW1 hun weg in Duitsland zocht. Zelfstandige vrouwen die moesten overleven in de donkere wolk van opkomend nazisme en WW2. Beiden kwamen na wat omzwervingen bij de film terecht waar ze bekend werden. De Nederlandse vertaling heeft als motto: Twee vrouwenlevens in Hollywood en Berlijn. Het is een praktische constatering die minder inspireert dan de ambitieuze Duitse voetnoot: Der Traum von der neuen FrauDe Engelse vertaling geeft de beste samenvatting van het boek: Hollywood, Berlin, a century in two lives.

Marlene Dietrich is voor mij een nog steeds groeiend mysterie sinds het zien van de 5 films die ze begin jaren 30 maakte met regisseur Josef van Sternberg. Ik las in 2011 de Donald Spoto biografie en kan niet genoeg van haar krijgen. Het intrigeert me hoe een luie actrice met beperkte zangstem zo duidelijk haar stempel kan drukken. Door dat ongrijpbare blijft de fascinatie in stand die haar tot een van mijn filmvrouwen maakt.
Leni Riefenstahl is hoofdzakelijk bekend door haar documentaires over de Nazi-partijdag in Neurenberg (Triumph des Willens – 1933) en de Olympische spelen van Berlijn (Olympia 1936). De films behoren tot de canon van de cinema maar ik heb ze nooit kunnen scheiden van het kwaad. Van haar leven en relatie tot Hitler weet ik zo weinig af dat ieder biografie welkom is.

Een boek over 2 belangrijke Duitse vrouwen van een Duitse schrijfster in de stijl van de parallelle levens van Plutarchus (46-120) en dat ook nog een beeld geeft van de moderne vrouw in de 20ste eeuw is mooi meegenomen. Zeker als het imposant is uitgegeven door Atlas Contact en het doordrong tot de finale van de Amerikaanse National Book Critics Circle. Ik ontdek het voor het eerst tussen de ramsj van het Amsterdamse Stefan Sterk filiaal . Toch koop ik niet omdat de omvang van > 700 pagina’s me afschrikt. Later kom ik het boek nog een keer tegen in Deventer waar ik bijna koop maar wel om ben. De definitieve keuze tot aanschaf is moeilijk te achterhalen. Als blijkt dat dezelfde ramsj aanbieding ook via Bol.com verkrijgbaar is grijp ik als nog de kans. Het blijkt het perfecte boek om in Duitse sferen te komen voor mijn Oostenrijk vakantie van 2017.

Karin Wieland beschrijft de twee levens chronologisch en wisselt ze per hoofdstuk af zodat de tijdvakken samenvallen. Haar vrouwen hebben echter zo weinig raakvlakken dat ik de levens hier voor de leesbaarheid afzonderlijk samenvat.

Marlene Dietrich behoort als nazaat van Pruisische militairen tot de oude orde die door de crisis na WW1 van het politieke toneel verdwijnt. De hoge inflatie geeft iedereen gelijke kansen. Marlene gaat bij het toneel nadat ze vanwege een blessure haar viool carrière moet beëindigen. Ze is knap, jong en sexy en krijgt daardoor gemakkelijk bijrollen. Door haar middelmatige talent wordt ze niet gezien als een bedreiging voor de hoofdrolspelers. Ze neemt bokslies voor de weerbaarheid en leert daar de concentratie om te winnen. Ze speelt op één avond in meerdere rollen tegelijkertijd en komt door haar inzet langzaam boven drijven. Haar filmwerk is in eerste instantie een bijproduct van het toneelwerk. Dat verandert als in 1929 de Amerikaanse regisseur Josef van Sternberg naar Berlijn komt voor de opname van Der Blaue Engel. Bij de audities doet Marlene Dietrich amper haar best en haar vermoeide elegantie fascineert hem mateloos. (Langzaam liep je met je sensuele benen in een verveelde rust over het podium. Eigenlijk speelde of deed je helemaal niets. Maar juist dat niets heeft je later beroemd gemaakt. Uit dat niets heb je een eigen stijl gecreëerd.)  Ze krijgt de hoofdrol naast de dan al beroemde Emil Jannings. De film wordt een succes en Sternberg en Dietrich krijgen een relatie ondanks dat beiden al gehuwd zijn. Ze gaat met hem mee naar Hollywood voor vervolgfilms. De Californische woestijn is geen vergelijk met het bruisende Berlijn en ze voelt zich al snel verveeld en verlaten. Het liefst wil ze terug naar Duitsland maar blijft doorfilmen tot ze in 1933 niet meer terug kan vanwege het Nazisme. Na 4 films met van Sternberg (Morocco, Dishonered, Shanghai Express en Blonde Venus) is de rek eruit en stopt het succes. Ze kan populaire rollen spelen bij andere regisseurs en wordt voor een paar jaar een filmster die $200.000 tot $ 450.000 per film verdient. Tot ook daar de grens bereikt is en ze tot slot $250.000 aangeboden wordt om niet in een film op te treden.
De Tweede Wereldoorlog is haar redding. Ze meet zich een uniform aan en gaat namens de USO (United Service Organisation) optreden voor de Amerikaanse soldaten in Europa. Als Duitse wordt ze populair bij soldaten die tegen haar landgenoten vechten. Ze houdt er financieel weinig aan over en keert na de oorlog berooid terug naar Amerika. Ze is dan al Amerikaans staatsburger geworden maar wil niet terug naar de woestijn van Hollywood.  Ze leeft in hotelkamers en houdt lange lijsten bij welk kledingstuk zich in welke stad en welke koffer bevindt. Ondanks de vele affaires blijft ze eenzaam en verloren en kan zich aan niemand binden. Een zwaar leven waarin ze altijd veel monden (echtgenoot met vrouw, dochter met man, moeder etc) moet voeden en continu geldzorgen heeft. Haar vaderland ligt in puin, Amerika is oppervlakkig en Parijs blijkt na de oorlog niet meer wat het was. Ze speelt in verschillende films de Duitse dame en kan zo in haar levensonderhoud voorzien.
Haar laatste carrière start in 1953 waarin ze als zangeres met coach en begeleider Burt Bacharach in nachtclubs en concertzalen optreed. Opnieuw weet ze door onderpresteren de aandacht op zich te vestigen. Alle grote couturiers staan in de rij voor haar jurken en tegelijkertijd draagt niemand een herenkostuum als zij. In Israël zingt ze ondanks nadrukkelijk verbod het eerste Duitstalige lied. Tot ze in 1975 haar been breekt tijdens een tournee in Australië en niet meer in het openbaar verschijnt. De laatste 15 jaar van haar leven woont ze als een kluizenaar in een appartement in Parijs en ontvangt alleen nog intimi.  Ze laat zich niet meer filmen of fotograferen tot haar dood in 1992.

Anders dan Marlene Dietrich behoort Leni Riefenstahl tot de nieuwe generatie. Haar vader is loodgieter en ze grijpt haar kansen in de nieuwe tijd. Ze werkt hard aan haar lichaam en kiest de ritmische expressionistische dans tot haar kunst. Na lessen bij de besten brengt ze het tot solovoorstellingen maar de critici worden niet overtuigd. De spirituele inhoud ontbreekt en haar techniek komt voor het gevoel.  Na een blessure stapt ze over naar de film en wordt actrice. Ze vertolkt in de bergfilms van de regisseur Arnold Fank (1889-1974) de natuurvrouw die hoog in bergen door 2 minnaars betwist wordt. Ze is de enige vrouw op de set en zorgt ze er nauwlettend voor dat het ook zo blijft. In 1933 laat Hitler zijn oog op haar vallen en stelt haar aan als regisseur van zijn Nazi promotie films. Hij ziet in haar de ideale Duitse vrouw: gezond, energiek, sportief, ambitieus, jong en knap. Na het beginnetje Sieg des Glauben (1933) over de partijdag in Nürnberg doet ze hetzelfde thema groter over in Triumph des Willens (1935). Er volgt een legerdocumentaire Tag der Freiheit – Unsere Wehrmacht (1936) en tot slot Olympia (1938) over de Olympische spelen van Berlijn. Vooral die laatste film wordt met militaire discipline voorbereid en ze dirigeert de cameraploegen met strategische nauwkeurigheid.
Tijdens de oorlog heeft Hitler het te druk met andere zaken en mist ze zijn nieuwe opdrachten. Ze probeert het als 
oorlogsfilmster aan het front maar de werkelijkheid is te hard. Ze vlucht naar de speelfilm en begint aan Penthesilea dat handelt over een mythische Amazone koningin. Als de opnamen in Spanje geen doorgang kunnen vinden stapt ze over naar Tiefland waarvoor ze in 1,5 jaar 5 miljoen mark mag uitgeven. Als Berlijn in oorlogsgevaar komt verhuist ze naar het Oostenrijkse Kitzbühel en werkt met nazi geld door aan de film. De oorlog wordt verloren en ze kan haar film niet afmaken. Ze houdt zich schuil voor de geallieerden maar wordt gevonden en komt voor de Duitse denazificatie rechtbanken. Men kan haar geen misdaden aanrekenen en ze wordt als Mitläuferin bestempeld. Ze pakt haar werk weer op en maakt met de verkoop van haar huis Tiefland af. De film komt in 1954 uit en krijgt verwoestende kritieken. De Duitse film die voor WW2 de grootste van Europa was is ouderwets geworden en weggevaagd door het Italiaanse neorealisme. Riefenstahl voert ruim 50 door de staat betaalde rechtszaken om zich vrij te pleiten van haar vermeende oorlogsmisdaden. Haar naam blijft besmet en ze verlegt haar aandacht naar Afrika waar niemand haar kent. Het budget ontbreekt om documentaires te filmen en ze beperkt zich tot fotografie. Jaren lang woont ze bij de primitieve Nuba’s in Soedan en breekt in 1974 door met haar fotoboek over deze stam. Haar nobele wilden vallen ongemerkt samen met een post hippie tijdgeest. De popsterren flirten met haar kwade verleden en ze wordt salonfähig. Alleen Susan Sontag vergeet haar geschiedenis niet en vergelijkt haar pure Afrikanen met het Arische schoonheidsideaal van de Nazi’s. Op 75-jarige leeftijd verlegt ze haar aandacht naar de onderwaterfotografie en publiceert in 1978 Koraaltuinen en in 1990 Onderwaterwonder. Op  100-jarige leeftijd maakt ze weer een film: Impressies onder water. Twee jaar later sterft ze aan kanker. 

Dietrich, Anna May Wong en Riefenstahl in 1928 op een Berlijns feestje

Karin Wieland heeft haar 700 pagina’s netjes verdeeld over de dames. Vooral bij Riefenstahl wil ze een paar feiten rechtzetten en toont aan dat ze bewust voor het foute kamp koos. Ze is dus zeker niet de naïeve kunstenares die werd misleid door Hitler. Riefenstahl ontmoette en steunde de Nazi kopstukken en was een persoonlijk favoriet van Adolf Hitler. Marlene Dietrich komt er natuurlijk beter af. Maar ook van haar krijgen we geen vrolijk beeld. We zien een eenzame vrouw die alles krijgt waar ze haar zinnen op zet maar het daarna weer snel laat vallen. Voor de oorlog verlangt ze in de Hollywood woestijn naar het culturele Europa. Na de oorlog is haar vaderland verwoest en is er niets meer om naar terug te keren. Haar rol in Judgment at Nuremburg (Stanley Kramer 1961) toont heel treffend een verwoeste stad en een gebroken oude vrouw. Het is dan ook onvoorstelbaar dat diezelfde vrouw een jaar later de zittende president J.F. Kennedy nog wist te verleiden tot een vrijage. Net zo als ze op nog latere leeftijd relaties had met veel jongere mannen als Yul Brynner en Burt Bacharach. Wat dat betreft was zij echt de moderne vrouw die zich als een man toe-eigende waar ze behoefte aan had. Haar lijst van affaires is lang en bestaat uit mannen zowel als vrouwen. The Sewing Circle was haar lesbische clubje in Hollywood en ze had een relatie met de spil Mercedes de Acosta die tevens een verhouding had met Greta Garbo. Dietrich was al in 1923 voor het succes kwam in Duitsland getrouwd met Rudolf Sieber (1897-1976) en kreeg in 1924 een dochter Maria. Ze is nooit gescheiden en kon tot zijn dood in 1976 onder de dekmantel van dat huwelijk haar gang gaan. De meest tragische affaires zijn de levenslange relaties met Erich Maria Remarque, Josef von Sternberg en Jean Gabin. Het is steeds Dietrich die keer op keer de mannen radeloos achterlaat en na verloop van tijd weer contact zoekt. Alle liefdesbrieven gingen naar haar man die ze voor haar archiveerde. Vaak was het haar mannelijk hoofdrolspeler uit de film die onderhanden was (Gary Cooper, Maurice Chevalier, Douglas Fairbanks Jr., John Gilbert, Jean Gabin, John Wayne), of bekende mensen uit het party leven (Ernest Hemingway, Frank Sinatra, Eddy Fisher , Yul Brynner) of gewoon collega’s (WW2 generaals Patton & Garvin, Burt Bacharach). De laatste solitaire 15 jaar in haar Parijse flat had ze genoeg om over na te denken.

De nieuwe vrouwen van Karin Wieland verwezenlijken niet bewust hun droom maar werden door de omstandigheden gedwongen zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden. Dietrich wilde violiste worden en kwam via toneel bij de film terecht. Tijdens WW2 was haar carrière over en ging ze haar filmliedjes zingen voor de troepen en eindigde officieel als zangeres.  Riefenstahl was een danseres maar kwam vanwege een blessure in de filmwereld terecht. Eerst als actrice, daarna als regisseur en toen het geld op raakte als fotografe. Beiden vrouwen hebben gemeen dat leeftijd nooit een rol speelde bij hun keuzes. Dietrich vertrouwde tot 73-jarige leeftijd op haar sex appeal en Riefenstahl begon met 76 nog een nieuwe carrière als onderwaterfotografe en hield dat tot haar honderdste vol. Beiden vergaarden geen financiële vermogens en hun geldzorgen zullen zeker mee gespeeld hebben in hun carrière verloop.

Zie ook voor de Donald Spoto Biografie van Marlene Dietrich:
https://erikgveld.wordpress.com/2011/05/08/donald-spoto-%E2%80%93-blue-angel-%E2%80%93-the-life-of-marlene-dietrich/

10 filmvrouwen:
https://erikgveld.wordpress.com/2012/03/01/10-filmvrouwen/

blikveld 2017-3