Skip to content

Murakami 1q84

20/11/2011

Augustus 2010
In het voorjaar van 2007 attendeerde Tim Krabbé mij in De Wereld Draait Door op de Japanse schrijver Haruki Murakami. Krabbé had zijn gehele oeuvre gelezen en herlezen en blies de loftrompet. Aangezien ik in Tim bewonder vanwege zijn veelzijdigheid (schaken, wielrennen en schrijven) ging ik in mijn lunchpauze meteen naar de boekwinkel om te proeven. Vanwege de titel en de mooi gebonden uitgave kocht in toen Kafka op het strand. Een goede keuze, het is een prachtig boek. (scoort ook als zijn enige boek in de decennium lijstjes).
Als de Volkskrant vlak voor onze Engelandvakantie van 2010 over zijn nieuwe trilogie 1q84 trilogie schrijft ben ik dus meteen enthousiast. De krant blijft toch wel essentieel voor nieuwe leesimpulsen. Het boek wordt goed besproken maar vooral vanwege mijn eerdere kennismaking denk ik voor mijn vrouw het perfecte vakantieboek gevonden te hebben. Deel 1 en 2 worden gebundeld verkocht, deel 3 komt later uit. Vlug bij Venstra gekocht want de hardcovers van de eerste uitgaven worden door mij steeds meer gewaardeerd. Mijn vrouw leest beide dikke delen van ieder ca. 430 pagina’s in anderhalve Engelse week uit. Ik haal nog niet de helft van haar snelheid en wil misschien ook bewust minder snel en in korte blokken lezen om de roes en daarmee de onoplettendheid niet aan te wakkeren. Dat gevoel dat je jezelf verliest in het verhaal is nadelig voor de nauwkeurigheid. Ik doe anderhalve week over deel 1 en lees de laatste 20 pagina’s thuis uit.
Murakami heeft echter geen boek voor trage lezers geschreven. Als bij meer hedendaagse romans raak ik niet geëmotioneerd door de literaire kwaliteiten. Dit is tekst die met grote snelheid gelezen moet worden. Om de vergeetachtigheid te verhelpen vervalt Murakami in herhalingen. Het is bijna als een feuilleton die ook begrijpbaar moet zijn voor latere instappers. De gedachten en beweegredenen van de hoofdpersonen worden voortdurend herhaald en herkauwd. Misschien denken mensen in werkelijkheid ook wel zo maar literatuur dient toch een sublimatie van die werkelijkheid te zijn. Zo kun je heel eenvoudig een trilogie volschrijven. Murakami heeft vooral een gedetailleerd verslag van twee levens geschreven. Met losse pen worden alle details nauwkeurig vastgelegd. Hij heeft geen tijd voor subtiele beeldspraken of diepe observaties. Het leest lekker weg, maar misschien wel een beetje te lekker. De karakters blijven stereotiepe stripfiguren die bijna uitvergrote eigenschappen bezitten.
Murakami kan best wel schrijven. Maar het lijkt alsof hij het in een te hoog tempo doet en weinig terugleest en of redigeert. Hij schrijft zoals Picasso schildert. Misschien wel geniaal maar ik blijft toch steeds zitten met het gevoel dat het nog niet klaar is. Dat de creatie te vroeg is gestopt.

Het verhaal heeft twee hoofdpersonen die elkaar niet ontmoeten. Bijna chronologisch switcht de handeling afwisselend tussen hen beide.
Aomame is een alleenstaande vechtsportinstructrice van 30. Als bijbaantje vermoordt ze in opdracht van de Oude Dame brute mannen. Met een priem prikt ze in het achterhoofd en de doodsoorzaak is niet te achterhalen. De oude dame is rijk en heeft een soort Blijf van m’n lijfhuis gesticht. Daar geeft ze opvang aan de 10 jarige Tsubasa die is verkracht door de leider van de sekte de Voorhoede. Als Tsubasa slaapt komen de Little People uit haar mond kruipen. Aomame vraagt aan haar vriendin Ayumi, die bij de politie werkt, om achtergrondinformatie over de Voorhoede. Als Aomame via een vluchttrap een snelweg afdaalt komt ze opeens in een parallelwereld waar 2 manen zichtbaar zijn. Zij noemt die wereld dan 1q84 ipv 1984, het jaar waarin het verhaal zich afspeelt. Uitgesproken qtienvierentachtig.

Tengo is een 29 jarige beginnend schrijver en bijleraar wiskunde. Hij heeft een oudere getrouwde vriendin die zich wekelijks laat verwennen. In opdracht van zijn uitgever bewerkt hij het boek Een pop van lucht van Fukaeri. Zij is een dyslectisch 17 jarig meisje dat het verhaal van de Little People en de wereld met de 2 manen heeft verteld aan haar vriendin Azami die het opschreef. Het boek wint een belangrijke debutantenprijs. Fukaeri is op jonge leeftijd gevlucht uit de Voorhoede. Haar ouders zijn er vermoedelijk nog steeds. Haar vader was de leider die de groep heeft gesticht. Aan het eind van deel 1 verdwijnt Fukaeri en begint Tengo aan zijn eigen roman over een wereld met 2 manen.
Het is dus duidelijk dat Aomame en Tengo voor elkaar bestemd zijn. Zeker omdat Aomame een jeugdliefde op de lagere school had die veel lijkt op Tengo. Alleen hoelang moeten we wachten? In deel 1 worden hun levens in afwisselende hoofdstukken verteld en is er nog geen interactie.

In deel 1 staan maar heel weinig mooie zinnen en observaties.
Zonder haar blik af te wenden keek Fukari hem recht in de ogen. Het was alsof ze met haar neus tegen een ruit gedrukt een leeg huis binnenkeek. 75

Over schrijverschap van Tengo:
Het was eerder een bescheiden bronnetje dat tussen de rotsen opwelde. Maar hoe weinig water het ook gaf, het droogde nooit op. Tengo haastte zich niet, hij raakte niet in paniek, hij wachtte geduldig tot zich in het holletje tussen de rotsen voldoende water had vergaard om het er met zijn hand uit te kunnen scheppen. Daarna was het alleen een kwestie van aan zijn bureau gaan zitten en opschrijven wat hij geschept had. Op die manier ging het verhaal vanzelf vooruit. 279

Ik ga bewust niet meteen door met deel 2. Dan wordt het alleen maar racen om het eind te halen. Heeft ook niet echt nut omdat deel 3 toch pas voorjaar 2011 uitkomt. Nu kan ik doseren en het juiste ogenblik afwachten voor ongecompliceerd leeswerk. Ik ben duidelijk nog niet onder de indruk. Maar Marukami krijgt nog wel het voordeel van de twijfel.

Januari 2011

Deel 2 van 1q84 van Haruki Murakami levert weinig voortgang op. We krijgen gewoon exact meer van hetzelfde uit deel 1. Toch zal ik deel 3 wel kopen, alleen al om het beeld in de boekenkast en om het onvolendete gevoel uit te sluiten. Dankzij een ziek thuis periode heb ik de 380 pagina’s in 4 dagen uit kunnen lezen. Dat was me met een veeleisender boek niet gelukt. Want Murakami houdt maar niet op met herhalen, herkauwen en vermalen van eerder opgedane informatie. Deel 1 en 2 hadden veel beter kunnen worden samengevoegd en vervolgens ingekort tot 500 pagina’s.

Het weinige dat is gebeurd is eenvoudig te vertellen.
Aomame vermoordt de leider van de Voorhoede nadat hij een als spreekbuis van de Little People haar e.e.a. heeft duidelijk gemaakt. Ze vlucht weg en houdt zich met behulp van de Oude Dame schuil in een flatgebouw dicht bij het huis van Tengo. Ze vindt in de boekenkast de Pop van lucht en leest het boek. Ze begrijpt dat de 2 manen bij de 1q84 wereld horen. Ze verschijnen als de daughter uit de pop van lucht komt. De daughter is de perceiver (waarnemer) die contact zoekt met de receiver (ontvanger). Aomame keert terug naar de plek langs de snelweg waar ze 1q84 betrad. De vluchttrap die ze in begin van deel 1 afdaalde is echter verdwenen. (en dus tot de 1984 behoort). Ze positioneert zich midden op de snelweg en steekt haar pistool in haar mond. Of de vinger op de trekker die ook werkelijk zal overhalen komen we pas in deel 3 te weten.

Tengo leeft na het ghostwriterschap van Een pop van lucht rustig zijn leventje. Hij wordt benaderd door Ushikawa voor een studiebeurs die meer bedoeld is als zwijgplicht en bescherming tegen de Little people lijkt te zijn. Hij gaat er niet op in. De verdwenen Fukaeri staat plotseling op zijn stoep en ze houdt zich een tijdje schuil in zijn appartement. Hij bezoekt zijn stiefvader 2 keer in het verzorgingstehuis. Het boek eindigt bij het tweede bezoek waarbij zijn stiefvader in coma ligt. Als zijn lichaam wordt weggehaald voor onderzoek vindt Tengo een pop van lucht in het bed met daarin de tienjarige Aomame. Met het vallen van de avond verdwijnt de pop en Tengo reist naar huis met het voornemen om Aomame te gaan zoeken.

Opnieuw schrijft Murakami doelmatig en bijna a-literair. Hij is meer een schaker: nauwkeurig, geduldig, degelijk, rationeel en wetenschappelijk in zijn observaties. Zijn beeldspraken zijn dan ook niet mooi maar eerder goed getroffen en origineel. Vooral bij vertalingen vanuit een niet westerse taal is het natuurlijk moeilijk om de inbreng van de vertaler te scheiden van het Japans van Murakami. Ik weet niets van het Japans en ken de vertaalproblemen geheel niet. Kan dus ook niet achterhalen of de oubollige gezegden (hij deed het tegen heug en meug) en de alledaagse stijl van de vertaler of van de schrijver zijn.

Het waren grote, dikke handpalmen. Hier en daar vertoonden ze littekens. Ze zagen er niet zozeer uit als lichaamsdelen, maar meer als onderdelen van een enorme machine. 28

Met zijn armen over elkaar geslagen leunde Stoppelveld (= beveiliger die baardgroei vertoond) tegen het bureau en keek naar haar alsof ze een schilderij was dat misschien een tikkeltje rechter kon worden gehangen. 125

Lelijke elektriciteitspalen weefden op een gemene wijze elektriciteitsdraden door de lucht. 201

Rembrandt had de plooien van een kledingstuk niet met grotere zorg kunnen schilderen dan zij de jam op haar toast smeerde. Hij had er ook niet langer over kunnen doen. 262

Af en toe maakte dat hem vreselijk onrustig. Het was alsof hij rondliep met steentjes in zijn schoenen. Het bleef op de achtergrond, maar tegelijkertijd deed het toch verdomd zeer. 297

De 2 verhaallijnen van Aomane en Tengo in de nog steeds elkaar afwisselende hoofdstukken verstrengelen zich langzaam maar zeker. De Little People worden steeds vaker genoemd. Een voor een verdwijnen er personen uit de toch al kleine kennissenkringen van Aomame en Tengo. Vlak voor het eind herkent Aomame Tengo als hij op de glijbaan van een kinderspeelplaats naar de dubbele maan staart. Maar als ze op de plek aankomt is hij verdwenen. Heel frustrerend allemaal om op het volgende deel te moeten wachten. Ben benieuwd wanneer het uitkomt en wat de omvang zal zijn.
Deel 2 is eigenlijk een grote uitstelmanoeuvre. Marukami laat zijn personages voortdurend veel meer vragen stellen dan zij antwoorden vinden. Hun gedachten malen maar door en herhalen of recapituleren zichzelf voortdurend. Op de laatste pagina’s van het boek gaat Tengo zijn levensverhaal nog maar een keer aan zijn comateuze vader vertellen. Opnieuw lijkt het erop alsof Murakami de kennis van zijn lezers wil bijspijkeren.
Maar voor de snelle lezer als ik nu in het ziekbed ben kan het er allemaal net mee door.

Augustus 2011
Op zomaar een volgend ziekbed lees ik 8 maanden later deel 3. Het bed staat zelfs gedurende een dag in de eerste hulp van de cardiologie van het VU ziekenhuis. Een goede keuze van mijn vrouw om dit boek in aller haast toch mee te nemen in de ziekenauto. Ik was niet enthousiast over het begin maar kan nu wel lekker ongecompliceerd doorlezen en het hoofdstuk Murakami snel afsluiten.
Want ongecompliceerd is het wel. Heel kinderlijk wordt in de eerste 3 hoofdstukken de voorafgaande gebeurtenissen netjes opgefrist. Murakami doet wel een tevergeefse camouflagepoging maar slaagt daar niet in. Eigenlijk maakt hij daarmee deel 1 en 2 bijna overbodig.
Anders dan in de eerste 2 delen hebben we nu met 3 hoofdpersonen te maken die opnieuw afwisselend een hoofdstuk toebedeeld krijgen. De nieuwe hoofdpersoon heet Ushikawa. Hij was al in deel 2 een detective die is in gehuurd door de Voorhoede om de moordenaar van hun leider op te sporen. Maar hij is niet succesvol. Zelfs in het laatste deel dat de ontknoping moet brengen blijft iedereen maar naar elkaar zoeken. Aomane zoekt Tengo en wordt gezocht door de rechercheurs, Tengo zoekt Fukada en Aomane en wordt bespied door Ushikawa. En ze wachten allemaal in eenzaamheid met hun gedachten en zijn daar best tevreden mee. Aomane wordt lastig gevallen door een niet bestaande kijk- en luistergeldinspecteur en merkt dat ze zomaar zwanger is geworden van Tengo. Tengo leest zijn comateuze vader voor en heeft gesprekken met de verpleegsters. En Fukado kijkt tot diep in de ziel van Ushikawa. Het zijn alle vier de solitaire bedachtzame types die alleen zijn maar niet eenzaam. Die wel weer aan zichzelf genoeg hebben. Daarin zou voor mij veel herkenbaar en te genieten moeten zijn als die Murakami niet zo als een oplettende houthakker met zijn alledaagse stijl doorzaagde. Hij verliest zich zo in de bijkomende details dat het een oninspirerende opsomming wordt van overbodige alledaagse zaken.

Of is het thema misschien zo modern dat het voorbij mijn generatie is? Een boek over zoekende mensen, iedereen is continu naar elkaar op zoek en stelt zichzelf continu vragen waar geen antwoord bij wordt gevonden. Is het een aanklacht tegen de tegenwoordige tijd? Of gaan we weer terug naar het existentialisme van Sartre? Of mis ik gewoon een of meerdere betekenislagen die Murakami heeft aangebracht en kan ik mezelf niet meer voldoende open stellen voor de alledaagse handeling? Als dat laatste het geval is heb ik er vrede mee. Dat alledaagse ondervind ik al voldoende aan den lijve. Ik begrijp gewoon niet waarom iemand een trilogie schrijft van 1270 pagina’s over 2 personen die elkaar tot 10 pagina’s voor het einde niet ontmoeten. En dan laat hij de lezer ook nog met een bord vol losse eindjes laat zitten.
Beter was geweest om de roman van Fukada Een pop van lucht in delen door het verhaal te vlechten. (zoals Alison Krauss in the History of love zo mooi doet). Dan krijgen we tenminste uitleg over the Little People. Nu komen ze op 20 pagina’s voor het einde tevoorschijn uit de dode Ushikawa en maken een pop van lucht. De lezer (of alleen ikzelf) snapt er dan nog steeds niets van. Murakami lijkt alleen maar uit te willen leggen wat de lezer al weet. Ook de intrigerende schrijfster Fukaeri keert nooit meer terug. En is die kijk-en luistergeldinspecteur nu de overleden vader van Tengo? Heel onbevredigend allemaal. Aomane ontmoet Tengo op 10 pagina’s voor het eind en ze haasten zich naar de trap bij de snelweg om de wereld 1q84 te verlaten. Einde verhaal. Of heeft Murakami stiekem nog een vierde deel in voorbereiding? Waarin Aomane en Tengo elkaar leren kennen. En waarin wij de Little People kunnen begrijpen.

Deel 3 heeft wel meer interessante zinnen. Ze geven weer een verbluffend staaltje van Murakami’s bijzondere alledaagsheid. Niet verheven en subtiel maar platvloers en praktisch. Je ziet de tandwielen van zijn hersenen draaien.

Dat krijg je als een dagje ouder wordt, hè? Dan gaan de laden van je geheugen gaandeweg stroever schuiven 24

De man zoog de rook met een voldaan gezicht in zijn longen. Het zou de sigaret ook wel een voldaan gevoel geven te weten dat hij met zulk plezier werd gerookt, dacht Ushikwa. 64

Zelf was hij dertig, maar hij had van zichzelf nog niet bepaald het idee dat hij nu zo volwassen was. Hoogstens dat hij meer dan dertig jaar op deze wereld had doorgebracht. 140

De meeste mensen zijn niet in staat over zelf over iets na te denken. En mensen die niet nadenken zijn juist degenen die weigeren naar anderen te luisteren. 155

Zijn geestesgesteldheid had heftig heen en weer geslingers in de nauwe ruimte tussen minder- en meerderwaardigheidsgevoel. Ik ben een Raskalnikov die zijn Sonja niet heeft ontmoet, had hij vaak gedacht. 163

Een kraai met een grote snavel zat op een kwiklamp aandachtig de omgeving rond te kijken, en je zág hem denken: kom, wat zal ik nou eens gaan doen. 188

Opeens ontdekt ze dat feit, net alsof ze op haar blote voeten door de zachte modder loopt en plotseling op harde ondergrond stapt. 221

Ushikawa drukte het gaspedaal van zijn geheugen in tot op de vloer, tot zijn hersenen op volle toeren draaiden. 253

De stem was intens hard en koud, als een metalen lineaal die jarenlang in een koelkast heeft gelegen. 281

Mijn gedachten zijn nog zo hard en koud en recht als nieuwe spijkers, en ze staan onder de juiste hoek precies in de goede richting gedreven, naar de kern van de werkelijkheid toe. 320

Met 1q84 schrijft Murakami echt een boek voor de snelle en de beginnende lezers. Mensen die ieder deel van de trilogie in een paar dagen uitlezen. Gehaaste lezers die het wel prettig vinden als delen worden herhaald. Maar voor iemand die maar 20 pagina’s per uur leest en nog geen uur per dag tot zijn beschikking heeft gaat het allemaal te lang duren. Voor mij wordt het langdradig en vervelend om eerder gelezen kennis opnieuw voorgeschoteld te krijgen. Als je 10 tot 15 boeken per jaar leest moet je erg selectief te werk gaan. En dan is achteraf gezien deze trilogie een onzorgvuldige investering van de 65 uur leestijd. Zeker als aan het eind van het verhaal blijkt dat we nog niet eens zoveel zijn opgeschoten. Dat we nog steeds niet weten wie de Little People zijn en waarom er 2 manen aan de hemel staan. Gelukkig gaat het me nooit om het verhaal maar meer om stijl en de observaties. Maar ook die zijn na in het eerste deel bekend en veranderen niet zo veel meer. Met Kafka op het strand heeft Murakami een indrukwekkende roman geschreven. Ik hoopte vanwege de trilogievorm op een grotere diepte. Maar vreemd genoeg resulteert de grotere omvang in minder diepgang. Hij heeft zijn talent te veel uit moeten smeren en valt voor mij door de mand. Mijn Laatste boek van Murakami.

Advertisements

From → literatuur

2 reacties
  1. john permalink

    dank voor je uitgebreide verhaal. ik heb net kafka op het strand uit. dat was me al bijna te dik. zijn beste boek, en dan meteen ook fenomenaal, vond ik After dark. een heel dun boekje en handelend over een nacht in een grote stad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: