Skip to content

Karl Marlantes – Matterhorn

09/02/2012

De commandostructuur van ons leger komt exact overeen met die van de Amerikaanse mariniers in Vietnam. Als boordschutter op een YP 408  maakte ik in 1974 deel uit van de kleinste gevechtseenheid van 10 man (korporaal, vier FAL schutters, een mitrailleur duo, een chauffeur en (mijn rol) een boordschutter/radiobeheerder). Vier van die voertuigen vormden een peloton, 4 pelotons een compagnie, 4 compagnies een bataljon, 4 bataljons een regiment en 4 regimenten een divisie. De compagnie bewoonde een apart gebouw. Het bataljon had een eigen kazerne in Zuid Laren. Pas als je er rond loopt valt het op hoe omslachtig en duur het oorlog voeren is. Hoeveel er moet worden georganiseerd om een betrekkelijk klein groepje soldaten voor de eerste gevechtshandeling klaar te stomen. Ik diende mijn 16 maanden als dienstplichtige. Alleen de chauffeurs (korte band vrijwilliger voor 5 jaar) en de compagnie staf waren beroeps. Je functioneert dan onder burgers die duidelijk hun grenzen stellen. De mentaliteit van een beroepsleger heb ik gelukkig nooit meegemaakt. En al helemaal niet de levensbedreigende oorlogsituaties. Maar zelfs dan valt er wel eens een dode als een YP ’s nachts in een kuil rijdt,  omvalt en de boordschutter verplettert. Ook was het  zelfs in vredestijd  ’s nachts alleen op wacht staan zonder een werkelijke vijand in de buurt al best wel eng. Ook de grote oefeningen in de winter in Duitsland zijn me bijgebleven. Zoals je ’s ochtends in een wit landschap uit je tentje kruipt en het water in je veldfles bevroren is. De 5-voudig gelaagde kleding tegen de kou en hoe heerlijk verwarmend een mok thee kan zijn. Het was allemaal best wel uit te houden vanwege de wetenschap dat de ontberingen van korte duur waren en dat je het zeker zal overleven. Voor mij persoonlijk was de grootste winst van de dienst dat ik er in de lege vrije avonden  heb leren lezen (van Sartre, via D.H. Lawrence/Huxley naar Proust).

Al die gedachten komen weer bovendrijven bij het lezen van Matterhorn van Karl Marlantes. Mijn ervaringen staan in geen verhouding tot die van Luitenant Mellas die in 1969 voor 13 maanden aankomt in Vietnam. Hij wordt tweede luitenant van het eerste peloton van de Bravo Compagnie en is leidinggevende over 40 manschappen. Zijn periode in het leger is een verplichtend onderdeel van zijn studiebeurs. Hij heeft gestudeerd en is niet alleen slimmer en tactischer dan de rest van de manschappen,  maar ook eerzuchtiger en temperamentvoller.  Marlantes schijnt veel autobiografische elementen in hem te hebben verwerkt. Mellas is daarmee een geloofwaardig karakter geworden en het juiste medium voor een totaalbeeld van de militaire ervaring.  We denken direct met hem mee en krijgen een duidelijk beeld van de beperkte wereld aan het front. De soldaten worden kort gehouden en tot ver over hun grens belast met patrouilles, luisterposten, wachtlopen en verdedigingslinies graven. Als de helikopters vanwege het regenseizoen slecht kunnen bevoorraden zijn ze dagen aaneen in touw zonder slaap, voedsel en water.  De orders dienen domweg te worden uitgevoerd en de motivatie vanuit een groter oorlogsplaatje ontbreekt.

Karl Marlantes (1945) debuteerde in 2010 met zijn roman Matterhorn. Hij heeft 30 jaar in stilte geschreven over zijn ervaringen uit 1969 toen hij luitenant was in de Vietnamoorlog. Omdat hij geen uitgever kon vinden bleef hij eraan doorwerken. Een heel dik boek werd zo teruggebracht tot een dik boek van 566 grote pagina’s.  Het is hem gelukt om de urgentie van het oorlogvoeren heel dichtbij te brengen. Je ondergaat het bijna aan den lijve.

Matterhorn is de codenaam van een berg met een afgeplatte top die wordt ingericht als luchtsteunbasis. Mellas komt aan op het moment dat de verdedigingslinies worden gegraven. Als ze klaar en volgens de regels overdekt zijn wordt de positie op bevel van hogerhand verlaten voor een veldactie naar een munitieopslagplaats van de Vietcong. Na een uitputtende grondactie door de rivierdelta keren ze terug en moeten de berg op de Vietcong terugwinnen. Ze moeten dus hun eigengemaakte stellingen aanvallen. Het militaire schaakspel vindt op regimentsniveau plaats en de compagnies moeten domweg de bevelen uitvoeren. De legerleiding is zo geïnteresseerd in de aantallen ‘kills’ dat de ‘probablies’ in de statistieken worden meegerekend als kills (en weer worden aangevuld met een nieuwe hoeveelheid probablies die vervolgens bij een latere telling ook weer kills worden). Maar ook op lager niveau zijn de gevechtshandelingen bijzaak. De strijd tegen de angst om te sterven, tegen de slaap, de uitputting, de honger en de omstandigheden zijn veel essentiëler. Daar wordt de oorlog gewonnen. Dagen zonder eten en slaap maakt roekeloos en veroorzaakt tijdens een aanval een euforische roes die veel op heldenmoed lijkt. De dood lijkt bijna op de minst slechte oplossing van de ellende.

Die elementen van het oorlogvoeren zijn veelzijdig en omvattend. Het zou voor mij een zelfde roman vergen om de details  in een soepel geschreven relaas te bevatten. Dus ik beperk me tot een opsomming van mijn ontknopingsdetails:

  • de militairen dragen geen onderbroek.  Het zou een verzamelplaats worden van insecten en ongedierte. Bij één soldaat kruipt een bloedzuiger het urinekanaal van zijn penis in.
  • een groot deel van het jaar is het regentijd  waarbij de soldaten zonder beschutting continue in de regen in actie zijn.
  • de soldaten worden aangeduid met kids, ze zijn tussen de 19 en 21 jaar oud.
  • naast het gevaar van de vijand wordt  je  ’s  nachts op je luisterpost ook nog aangevallen door een tijger.
  • één soldaat klaagt voortdurend over hoofdpijn, de leidinggevende  weet niet of hij de waarheid spreekt of simuleert. Blijft het hele boek doorzieken.
  • mortiervuur is een essentieel onderdeel van de aanval.  De schutterputjes zijn nog meer bedoeld om je te beschermen tegen de ontploffingen van de mortiergranaten dan tegen het vijandelijk geweervuur. Zeker als ze volgens de regels van een afdak zijn voorzien.
  • een houwitser heeft een korte loop en schiet alleen in het bovenste kwadrant. Een mortier heeft een middellange loop en schiet in beide kwadranten en zit dus meer tegen een kanon aan.
  • de Vietcong heeft één groot voordeel boven de Amerikanen: ze vechten voor hun eigen land. Vietnam was daardoor (net als Afganistan nu)  een onwinbare oorlog voor de buitenstaanders.
  • het racisme was een groot probleem. De blanken vochten voor de Amerikaanse waarden. De zwarten keerden na de oorlog terug naar een Amerika waar ze in 1969 nog weinig rechten hadden.
  • een verdwaalde kogel of een handgranaat in de commandotent was een oplossing om van een vervelende officier  af te komen.
  • de maatschappelijk kansloze blanken werden “lifers” en veranderden hun dienstplicht in een vast dienstverband voor 20 jaar.
  • het is beter om een beginnend officier te verliezen dan een die ervaring heeft opgebouwd. Door de grote verliezen was er volop promotie en op instapniveau voortdurend sprake van onervarenheid.
  • de vrouwelijk militairen waren verpleegster en hadden het tussen die hanige mannen die een eventuele dood tegemoet gingen niet eenvoudig. Je geneest gewonde militairen om weer terug te keren naar het front.
  • de Huey Cobra aanvalshelicopter en de Chinook transporthelicopter staan symbool voor de Vietnam oorlog.
  • de gewonden belasten de gevechtskracht van een eenheid meer dan de doden.
  • een soldaat begint vanaf dag 1 met het aftellen, soms op een kerfstok. Na 13 maanden of 3 verwondingen mag je naar huis. Men gaat er vanuit dat je na 3 verwondingen minder gemotiveerd bent. Voor iedere verwonding krijg je een Purple Heart.

Marlantes laat zijn personages converseren in een militairtechnisch Engels. Het is in het begin wel even wennen. Gelukkig wordt  een deel van de termen en afkortingen in een verklarende woordenlijst achter in het boek uitgelegd. Het vertalen van de krachttermen en de militaire uitdrukkingen lijkt mij niet te doen. (Je komt altijd uit bij die Nederlandse cliché’s als vuil zwijn of hoerenloper.) Dus in het Engels blijf je zeker dichterbij de militairen. De geloofwaardigheid van de tekst wordt versterkt door de wetenschap dat de schrijver het allemaal zelf heeft meegemaakt.

Fisher broke the silence: “What would I say if this was a movie?”  39

The only thing that hurts about a rebuke is the truth.  98

The tall grass whispered around them.   141

They walked with a constant feeling of irritation and frustation. A peace of gear catching on a branche became a monstrous injustice. 199

Marines where shock troops: Can openers. 203

Mellas ran forward, throwing himself behind rocks, scrambling across exposed patches, and then lunging again for any sort of cover from the fire pouring down on them. All of his being was wound up in his pumping heart and the rapidly rising heat of the blood coursing through his brain and legs. …  359  

…….Mellas was  transported outside himself, beyond himself. It was as if his mind was watching everything coolly while his body raced wildly with passion and fear.  But this brilliant and intense fear, this terrible here and now, combined with the crucial significance of every movement in his body, pushed him over a barrier whose existence he had not known about until this moment. He gave himself over completely to the god of war within him.      351.

The wounded lay exposed along the east side of Matterhorn. The mortar shells walked with fiery feet among them, occasionally stumbling on one, leaving a meat-red footprint.    375

We’ll know we’re free of racism when every white person has a black friend.   431

De literaire ervaring komt zoveel dichter bij de werkelijkheid dan de cinematische beleving. Ik herkijk Platoon (1986) van Oliver Stone en zie bijna hetzelfde verhaal van een soldaat (Charley Sheen) die als groentje aankomt en in een squad wordt opgevoed in de beginselen van het oorlogvoeren. Voor mij een tegenvallende Oliver Stone film vanwege de traditionele editing. Maar in zijn tijd een essentiële en indringende film. Toch blijkt duidelijk dat een film veel meer afstand neemt dan een roman.  De filmbeelden verhinderen dat je ondanks de voice-over van Charley Sheen zijn gedachten kunt lezen.

Daar slaagt Francis Ford Coppola in Apocalyps Now (1979) met vader Martin Sheen beter in. Ook de camerabeelden van Vittorio Storaro en de Huey helicopter geluiden blijven bij. Maar Coppola’s soldaten doorstaan dankzij hun patrouilleboot geen echte ontberingen, ze zijn bijna op een avonturenvakantie.

Als laatste grote Vietnam verfilmer blijft Stanley Kubrick met zijn Full Metal Jacket  (1987) teveel in de studiobeelden van de stedelijke omgeving hangen om vergelijkbaar te kunnen zijn. Hij maakt er bijna een toneelstuk van.

Dan komt de fotografie veel dichter bij de werkelijke ervaring. Dat komt natuurlijk vanwege het feit dat je met de fotograaf daadwerkelijk het oorlogsgebied betreedt. Ik google op afbeeldingen en vind indrukwekkende beelden die goed de sfeer van Matterhorn uitbeelden.  Vooral de voortdurende regen en de modder zullen me bijblijven.

Advertenties

From → beeld, film, literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: