Skip to content

Peter Buwalda – Bonita Avenue

10/02/2012

Aan het eind van ieder jaar kijk ik uit naar de jaarlijstjes. De muzieklijstjes zijn eenduidig en talrijk. De boekenlijstjes komen bijna alleen voor in de kranten en tijdschrijften. In 2010 werd Bonita Avenue al een keer genoemd. Zo’n individuele voorkeur wordt dan door mij gewogen aan de hand van de andere boeken die in het betreffende lijstje staan. Ik ga naar de winkel, bekijk de uitgave, lees de openingszin en beoordeel de omslag. Ik ben toen in Utrecht  toch niet tot aankoop overgegaan.  Het boek was een moedwillig te dik uitgegeven paperback met een populair fotootje op de omslag en een inhoud die me toch te luidruchtig leek. (Leek een beetje op AFT van der Heijden die ik ook veelvuldig heb beoordeeld maar nog niet gelezen). Als Bonita Avenue vervolgens het hele jaar 2011 in de aandacht blijft en alle shortlists haalt ga ik toch overstag en tip het aan de Sint als cadeau voor de vriendin van mijn zoon. (Niet uit voorbedachte rade om het vervolgens te lenen maar meer  uit voorzichtigheid voor het geval dat ze het al heeft gelezen.) De vriendin krijgt last van haar rug, leest snel en geeft het 2 weken later aan ons te leen. (Wil er voor wij het gelezen hebben nog niets over zeggen.) Mijn snellezende echtgenote mag eerst. (Ik kan niet met hete adem in mijn nek lezen) Rondom de kerst kom ik aan de beurt en kan vanwege de  verplicht vrije week lekker opschieten. Het is een van de sporadische keren dat ik niet uit eigen bezit lees. (Ik moet het boek dus zonder aankoopdatum in mijn database invoeren om het zichtbaar te krijgen in mijn gelezen query.) En om maar net zoals Buwalda meteen de clou te verklappen: ik vind het niet erg dat het niet in mijn boekenkast komt te staan. Het was een leuke leeservaring maar geen gelukmakende investering.

Peter Buwalda (1971) heeft pas op 39-jarige leeftijd zijn debuut uitgegeven. Tijdens zijn werkzaam als journalist en redacteur bij diverse uitgeverijen heeft hij er lang aan geschreven.  Dat is goed te merken. Ik vermoed dat hij er te lang aan heeft doorgewerkt. Ondanks de on-Nederlandse omvang van 550 pagina’s  is de tekst behoorlijk ingedikt.  Het boek staat  propvol grote woorden en urgente zinnen en bijna iedere alinea krijgt een vliegende start die de lezer continue op achterstand zet. Zijn zinnen barsten uit elkaar van de details. Ieder hoofdstuk heeft een andere verteller en ook nog eens 2 of meer verhaallijnen. Het lijkt “De Wereld Draait Door” wel. Geen wonder dat Matthijs van Nieuwkerk op de voorkaft het boek een meesterwerk noemt.  De  adrenaline van  zijn talkshow is geconverteerd naar tekst.

Het spierwitte licht van zijn morele verontwaardiging valt op een prisma en waaiert uit tot een spectrum van genuanceerde en emotionele doemgedachten.   (316)  (Kan het nog erger?)

Peter Buwalda kan  goed schrijven maar slecht doceren. Hij had niet alleen  in de tekst maar ook in het plot moeten schrappen. Er zijn gewoon teveel verhaallijnen om bij te houden. Het is voor het verhaal niet nodig dat Siem in het begin al meteen naar China gaat. Ook zijn ministerschap aan het einde is overbodige ballast. Zeker als je daarmee Aaron Bever, die een van de belangrijkste vertellers is, aan het eind volkomen uit het oog verliest (graag iets meer uitleg over zijn psychose en zijn vertrek naar Brussel).  En de migraine aanvallen en zwangerschap van Joni hadden beter uitgespeeld kunnen worden. De verhaalpotentie van het praktische zusje Janis en de  liefhebbende echtgenote Tineke komt al helemaal niet uit de verf. Had hij het maar bij een familieroman gehouden waarin de verloren zoon uit de gevangenis terugkeert en onrust in het pleeggezin stookt. Nu is er zoveel gebeurt dat ik bij de laatste 100 pagina’s de indruk  krijg dat de verhaallijnen gehaast en met moeite aan elkaar worden geknoopt. De confrontatie van Siem met zijn zoon en de verkoop van de zeilboot door een door migraine overvallen Joni  lijken te veel op de climax van een Nicholas Cage  aktiefilm.

Het eenvoudige verhaal wordt complex omdat het door de 3 personages  in omgekeerde volgorde verteld. De vader Siem Sigerius ontdekt dat zijn pleegdochter Joni met haar vriendje Aaron een pornosite heeft. Zijn echte criminele zoon Wilbert komt vrij uit de gevangenis en belast de familie met zijn verleden. De vader raakt verstrikt in zijn problemen met zijn zoon en pleegt zelfmoord. De vuurwerkramp van Enschede en de universiteit mogen blijven als couleur locale. De Amerikaanse porno-industrie en het Brussel van Aaron zou ook net nog kunnen bij kunnen mits verder uitgewerkt. Maar daarbij dan ook nog de Haagse politiek, de  Chinese puzzels  en de zeilboot aan de Cote  d’Azur  is een beetje teveel.

Misschien heeft Buwalda al met het filmscenario in zijn hoofd geschreven. Valt hij daarom steeds zo vol energie met de deur in huis?  Alles is afgestemd op een maximaal schokeffect. (Waarom moet de dood van van Siem al op pagina 42 worden prijsgegeven? Voor mij devalueert hij het boek meteen naar een detective/ thriller niveau ). Ieder hoofdstuk krijgt een wisselende verteller die pas na een paar pagina’s bekend wordt. Iedere alinea heeft een ander perspectief. Je volgt de gedachtenlijn van de verteller maar het gebeurt niet op de logisch associatieve manier van de verteller zelf. De schrijver komt tussenbeide en knipt en monteert  de verhaallijn met ogenschijnlijke willekeur. Ik zal wel gewoon te oud worden voor dit soort boeken en kan beter in het verleden blijven lezen. Maar ook Faulkner hanteerde deze associatietechnieken en komt er wel mee weg.

De zinnen verduidelijken veel. Niet echt veel voor een boek van deze omvang. Het ontknopingsgehalte is gering.

Hij werd betaald om klassen vol emotioneel geremde telduivels de mathematische orde onder de de chaos te laten voelen.   43

Toeval maakt de meeste indruk als beul, daarover waren hij en zijn studenten het eens.   44

Toen ze zwaar ademend de vracht van haar lichaam in bed had neergelaten, zei ze: “Ik weet dat je wakker bent”.    153

Ze keek zorgelijk de tuin door, haar kin sleepte zich door het vet van haar nek.     237

…….zijn donkere, harde blik viel in het slot van Aarons ogen.   170

Zijn opmerkingen kwamen neer als meeuwenschijt, … 237

Ik ergerde me aan het gebaar, zijn manier van denken, aan zijn manier van niet denken.  352

De kustweg die er op de kaart aanlokkelijk kort uitzag, bleek in werkelijkheid een dunne darm: eindeloos bochtenwerk om rotsige kliffen, ik moest voortdurend optrekken en afremmen.   506

Meestal raak ik  bij het overtypen van de ontknopingszinnen opnieuw vervoerd door de schoonheid van het boek. (Zoals je bij het bekijken van de “making of” van een dvd weer wordt herinnerd aan de reeds vergeten scènes.)  Ditmaal voel ik alleen maar weerzin opkomen. Het is allemaal zo negatief. Zoveel associaties met poep en pies (snotgroen, pisgeel etc) . Het negatieve doet me denken aan Voskuils ‘Bureau’. Ik realiseer me dat deze negatieve humor extreem populair is. Nico Dijkshoorn  wordt er bij DWDD wekelijks voor ingehuurd. Voor mij is het  toch te  afbrekend. Het is veel fijner om de mooiigheid te aanschouwen.

Maar laat ik toch mild eindigen. Buwalda heeft zeker zijn best gedaan om literatuur te produceren. Ik heb nergens met tegenzin gelezen. Ik kan ook niet duidelijk aangeven waarom hij er voor mij niet mee wegkomt. Misschien accepteer ik meer van een overleden schrijver of  een buitenlander. Een eigentijdse roman in Nederland is voor mij misschien toch een beetje te bekend. (Ook Herman Koch en Robert Vuijsje werden met moeite uitgelezen) Ik heb meer behoefte aan  originele ervaringen van personages buiten mijn bekende wereld. Maar het brengt wel een behoefte naar boven om dan toch eindelijk  eens  A.F.T. van der Heijden te lezen. Zijn Schervengericht staat in het decenniumlijstje van Trouw, gaat over Roman Polanski en Charles Manson dus wat wil een filmfan nog meer. Ben erg benieuwd hoe hij het aan gaat pakken.

In 2004 was er een ander dik tijdsbeeldboek: Casino van Marja Brouwer . Het werd door o.a. Michael Zeeman de hemel in geprezen.

Op 7 september 2004 schrijf ik er de volgende préblog boekbrief over:

Op aanraden van Michael Zeeman heb ik Casino van Marja Brouwers gekocht.  De “grote jaren-negentig-roman” en de terugkeer van de eerste geëngageerde roman. Zeer verwachtingsvol heb ik zelfs de hardcover gekocht. Ook om Marja’s onliteraire aangezicht niet pontificaal op de achterflap te moeten aanschouwen.

Maar wat viel het boek tegen. De eerste 100 pagina’s heb je nog geen oordeel en blijven de verwachtingen overeind. De tweede honderd lees je vlak voor de vakantie als een aardig boek. In de derde honderd verschuift de handeling naar Amsterdam en lijkt het nog goed te komen. De vierde honderd komt het gezeur over de eigen woning met onderhuurders. De vijfde honderd wordt het een detective en in de laatste honderd komt het einde wel heel onbevredigend.

Marja Brouwers denkt in uitersten. De diepzinnigste filosofische uitweidingen worden afgewisseld met banale alledaagsheden. Het middenstuk, het verhaal en ‘the stuff novels are made of’ is niet aanwezig. Het lijkt wel of ze jaren lang haar intellectuele invallen opschrijft en nu een verhaal zoekt om ze aan elkaar te knopen.

Ze hobbelt in een heldere en rationele stijl van de ene observatie naar de andere. Het is geschreven in de verleden tijd maar met een presentie die op de tegenwoordige lijkt. Er zitten best mooie observaties tussen. Zoals die over Bush:

De Amerikaanse president verscheen in beeld met het gezicht van een uit zijn speelkwartier weggerukte brugklasser die zich plotseling geplaatst ziet voor de opgave zijn eigen belastingaangifte in te vullen.

Maar nooit zal je met een personage meeleven. Daar zijn de personen ook te afstandelijk voor. Brouwers zou gewoon nog eens opnieuw moeten beginnen en er bij het herschrijven echt een verhaal met een ziel van moeten maken. Maar misschien was het juist haar bedoeling om met de deze onsamenhangende stijl de zapcultuur van de tegenwoordige tijd uit te beelden. Dan is het aan mij niet besteedt en zo ben ik weer een beetje meer een man geworden die langzaam out of time wordt.

Het verhaaltje is snel beschreven. Journalist Rink de Vilder ontmoet in Monte Carlo Philip van Heemskerk. Een super intelligente macho die zeilboten ontwerpt maar zijn rijkdom verdient in het zwarte circuit. Hij knoopt een relatie aan met de vriendin Moura. Van liefde is geen sprake. Het tweede deel speelt in de van Eeghenstraat in Amsterdam waar Rink en Moura een huis van Philip bewonen. Hij komt zo nu en dan langs, schenkt hun het huis en verdwijnt weer. Heel vervelende huisbaasproblemen met de bovenbuurvrouw. Het laatste deel beschrijft de speurtocht van Rink naar de spoorloos verdwenen Philip. Ook weer zeer afstandelijk beschreven.

 Wel voldoende mooie zinnen om te citeren:

…. vermoedde hij al dat haar lichaam haar laatste kledingstuk was, een kledingstuk waarvan ze zich zo zeker voelde dat ze er rustig de Champ Elysee tijdens spitsuur in zou durven oversteken.    25

Ja, ontroering was er ook weer! Die centrale verwarming van de geest, onmisbaar tegenwoordig, overal gezocht sinds het laatste micaruitje scheurde in de huiskamerkachel ….. 33

Er lagen vrij veel kleine en middelgrote boten, maar ook megaschepen, kennelijk gebouwd voor mensen die heel wat nodig hadden om de verveling te verdrijven.    46

De geoefende interviewer vraagt uitsluitend wat hij al weet, of met innerlijke zekerheid heeft geraden.    56

Iedereen weet wel dat het niet in de menselijke natuur ligt om een sekspartner eindeloos boeiend te vinden. Maar het ligt in de menselijke natuur om tegen zichzelf in te gaan.    81

Gods kinderen zijn van nature zwakbegaafd en van nature geneigd tot alle wandtegelrijm.      85

Het is onredelijk van mensen om te eisen dat ze aan anderen meer waarde toekennen dan ze diep in hun hart toekennen aan zichzelf.    138

Sissend van ongeduld reed hij een parkeerplaats op en trok een wegenkaart tevoorschijn om de asfaltknopen rond Breda te bestuderen     437

Mannen die zich in hun liefdesbetrekkingen tekortgedaan of gefrustreerd voelen ondernemen vaak geheel vrijwillig een of ander project van intellectueel, artistiek of algemeen maatschappelijk belang.      468

Als ik de zinnen overschrijf wordt de rijke stijl me weer duidelijk. Waar gaat het dan mis? Het boek heeft alles om te slagen maar komt niet verder dan verzamelvat van spitsvondigheden. Heel jammer dat er zo weinig gevoel aanwezig is. Hoe tegengesteld is dat aan Houellebecq die een en al hart is.  Andere reden voor mijn afkeer kan zijn dat deze wereld te dicht bij me ligt. Dat ik het allemaal te vanzelfsprekend vind.

Terug in 2012 valt me op hoe uitwisselbaar mijn recensies zijn. Een mens denkt te veranderen maar dat is voor een groot deel uiterlijke schijn. Mijn kern blijft hetzelfde.


Advertisements

From → literatuur

3 reacties
  1. Wat een onverwacht en mooi slot aan deze zo consciëntieus geschreven recensies.

Trackbacks & Pingbacks

  1. Recensie: Peter Buwalda - Bonita Avenue | Ranking the Books
  2. Pierre Lemaitre – Tot ziens daarboven – 2013 | Ontknoping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: