Skip to content

10 x Sony DSC RX100 (2012)

18/10/2012

Een nieuw fototoestel is een rijke bron voor ontknoping. De jongste generatie digitale compactcamera’s neemt nu zelfs definitief afstand van de analoge spiegelreflexcamera’s. Vooral op gebied van lichtgevoeligheid en dynamisch bereik zijn grote stappen gezet. Het ouderwetse doordrukken/tegenhouden in de doka geschiedt nu al meteen en automatisch bij de opname. Het zijn de voornaamste redenen om een nieuwe camera te kopen. Mijn ideaal om te fotograferen wat het oog kan zien komt weer dichterbij.

De Sony DSC RX100 is momenteel de enige compactcamera die met een grotere beeldsensor is uitgerust. Het is een wonder hoe Sony die grotere sensor juist in een kleinere camerabehuizing heeft kunnen plaatsen. Het ziet er naar uit dat Sony zijn uiterste best doet om als nieuwkomer de cameramarkt te veroveren. De Nex 3/5/7 camera’s waren imposant maar toch nog veel te groot voor de broekzak. De RX100 lijkt the Best of Both Worlds te bevatten: kleine afmetingen gecombineerd met grote lichtgevoeligheid. Lichtgevoeligheid is alles waar het bij mijn fotografie om draait. Hoe kunnen we bij beperkt licht toch goede foto’s maken.

De 10 grootste ontknopingen van de SONY RX 100 zijn:

1  – SENSOR
Een grote pixel vangt meer licht op dan een kleine pixel. De sensor van een lichtgevoelige camera dient dus met grote pixels te zijn uitgerust. 5 Jaar geleden kocht ik mijn vorige digitale camera. De Panasonic Lumix DMC TZ3 had  een  1/2.35 ” CCD sensor met een oppervlakte van 25 mm2 (5,76×4,29 mm2). Bij een aantal van  7,2 miljoen effectieve pixels was de pixelgrootte toen dus 0,0000035 mm2 (3,5 nanometer). De RX100 heeft een  1″  Exmor CMOS-sensor met een oppervlakte van 116 mm2 (13,2 x 8,8 mm2) en 20 miljoen effectieve pixels. De pixelgrootte is nu dus 0,0000058 mm2 (5,8 nanometer) . Vanwege zijn bijna 2 keer grotere oppervlak kan de pixel meer licht opvangen en wordt de camera lichtgevoeliger. Mijn winst is 1 diafragmastop.

2 – RUISONDERDRUKKING
Net als bij de analoge camera’s wordt het beeld bij verhoging van de lichtgevoeligheid grofkorrelig. In digitale termen heet dat ruis. Mijn Panasonic had in theorie een maximaal ISO bereik van 1250. In de praktijk lag de grens echter al bij 400 ASA omdat daarboven het beeld onscherp werd. De RX100 heeft een ISO bereik dat doorloopt tot 6400 en pas bij ISO 1600 treedt het eerste beetje ruis op.
Daarnaast is er een optionele Multi Frame NR ruisonderdrukking die 6 opnamen combineert tot 1 schoner beeld.  Men spreekt over een lichtgevoeligheid van maximaal ISO 25.600. Ik vermoed dat er bij de RX100 op ISO 3200 een zelfde mate van ruis optreedt als bij de Panasonic op ISO 400. In totaal zijn dit maar liefst 3 diafragmastoppen winst.

3- LENS
Hoe groter de lensopening  hoe meer licht er doorheen kan stralen op de sensor. Mijn Panasonic was voorzien van een Leica DC Vario Elmar die dankzij de 10 x optische zoom slechts F 3.3 als grootste diafragma-opening had.  De RX100 is uitgerust met een 3,6 x optische zoom Carl Zeiss T *-lens en heeft in groothoekstand (28mm voor kleinbeeldformaat)  een diafragma-opening van F1.8.  Opnieuw boek ik fikse winst: 2 diafragmastoppen .

4 – BEWEGINGS STABILISATIE
Om de bewegingsonscherpte te verminderen is de RX100  uitgerust met de Optical Steady Shot. Het is een optische compensatie waarbij kleine bewegingen worden gedetecteerd en door verplaatsing van lensonderdelen gecompenseerd. Sony stelt dat deze mechanische stabilisatie effectiever is dan een digitale compensatie. Mijn Panasonic was ook al uitgerust met een bewegingsstabilisator waardoor ik al bij 1/8 seconden uit de hand kon fotograferen. Er zal best vooruitgang zijn geboekt. Maar veel winst wil ik mezelf nu niet toekennen.

5 – DRO  / Auto HDR
Het clair-obscur van Caravaggio is niet aan mij besteed. Ik heb het liefst mijn foto’s in een laag contrast waarbij de lichte en donkere partijen goed doortekend zijn. Zo vlak mogelijk dus, als in een kinderkijkboek waar alles goed zichtbaar is. De RX100 lijkt aan mijn wens tegemoet te komen. De Dynamic Range Optimizer (DRO) verdeelt het opnamebeeld in gebieden en analyseert ze op het contrastverschil  tussen het onderwerp en achtergrond. Vervolgens geeft hij ieder gebied zijn eigen gradatie waardoor een gelijkmatig totaalbeeld ontstaat met optimale doortekendheid. Je kunt duidelijk zien hoe na opname de donkere delen van de foto oplichten. De DRO kan op 5 niveaus worden ingesteld.
Een tweede en ingrijpender manier van vergroting van het dynamische bereik is de auto HDR (High Dynamic Range). Hierbij worden kort achter elkaar 3 foto’s met verschillende belichting genomenDe heldere delen van het onderbelichte beeld en de donkere delen van het overbelichte beeld worden gecombineerd tot de uiteindelijke opname. Ook hier kan het niveau zelf worden ingesteld. De auto HDR kan echter alleen bij statische opnamen worden toegepast. Een bewegend voorwerp zal in de 3 opnamen niet exact op dezelfde plaats staan en bewegingsonscherpte veroorzaken.
6 – SWEEP PANORAMA
De Nederlandse Sonyhandleiding noemt het ietwat cryptisch OPNAME DOOR BEWEGING. Maar het is gewoon een reeks naast elkaar gelegen opnamen die automatisch worden samengevoegd tot een panoramabeeld. We hoeven niet meer thuis de losse foto’s handmatig aan elkaar te stitchen (met alle problemen van belichtingsverschillen van dien). Met ingedrukte sluiter sleep je het zoekerbeeld over het panorama. Waarna de camera het nodige rekenwerk verricht en het eindresultaat presenteert. Heel fijn dat de beweegrichting ook naar boven kan worden ingesteld. Je kunt dan in de gekantelde portretstand een mooi hoog panorama bij elkaar ‘vegen’.  Echter alleen bruikbaar in groothoekstand.
7 –  SCHERPSTELLEN VOLGEN
Het handmatig scherpstellen doet nu ook bij de compactcamera’s zijn intrede. In de handmatige bedienstand kan met de lensring overal op worden scherp gesteld.
Maar veel  beter is de semi-automatische manier van het scherpstellen volgen. Je plaatst een  kader rond het gewenste scherpe voorwerp en als dit voorwerp over het beeld beweegt zal de scherpstelling volgen. En zelfs wachten op terugkeer als het voorwerp even buiten beeld gaat.
De scherpstellen-volgfunctie kan ook worden gecombineerd met de gezichtsherkenningsfunctie (zie 10).
8 – BEELDVERHOUDING EN LENSRING
Naast de gebruikelijke beeldverhoudingen van 3:2, 4:3 en 16:9 beschikt de RX100 ook over een beeldverhouding van 1:1. Ik merk dat een vierkant beeldkader vooral bij  interieuropnamen onverwachte inspiratie geeft. De beperking vooraf dwingt je anders te kijken. Heel vreemd hoe dat werkt want je kunt natuurlijk best normaal een brede foto maken en die achteraf vierkant snijden. Maar het creatieve proces heeft blijkbaar zijn beperkingen nodig om tot originaliteit te komen.

Twee halve ontknopingen maken 1 hele.
Als extra bedieningselement is een lensring toegevoegd die naar keuze verschillende functies kan aansturen. In de automatische opnamefunctie draaien sluitertijd en diafragma tegengesteld aan elkaar en de gekozen combinatie is duidelijk in de zoeker zichtbaar.

9 – HELDER BEELD ZOOM
De RX 100 dankt zijn grote diafragma (1,8)  aan het beperkte optische zoombereik van 3,6 x. Het is voldoende voor het standaard fotograferen. (In mijn Nikkormatjaren was ik dolgelukkig met een 35 mm en 105 mm objectief.)  Toch ben ik blij verrast met de Helder Beeld Zoomfunctie. Softwarematig (Door Pixel Super Resolution) wordt het beeld op pixel-niveau gewogen en zonder noemenswaardig kwaliteitsverlies bewerkt. Het verhoogt de zoomfunctie met een factor 2. De camera zoomt na de optische 3,6 x automatisch door in de Helder Beeld Zoom. De hardwarematige  optische zoom van 3,6 x wordt dus opgerekt naar 7,2 x (en benadert de 10x van de Panasonic zonder het diafragmaverlies bij groothoekstand).
Daarboven kan men digitaal nog tot 14 x inzoomen. Dan treedt er natuurlijk wel kwaliteitsverschil op (die vermoedelijk in het niet valt bij de bewegingsonscherpte en de dikte van de luchtlaag.) De zoeker geeft duidelijk aan wanneer de heldere beeld zoom en de digitale zoom ingaan.
10 – LACH-/ GEZICHTSHERKENNING
Men kan vooraf maximaal 8 gezichten registreren en een prioriteitsgezicht toewijzen. De camera zal met voorrang het primaire gezicht voorzien van een gezichtsherkenningskader, daarop scherpstellen en het volgen.
Als de Lach-sluiter is ingesteld herkent de camera de lach en neemt de foto. De gevoeligheid voor de lach heeft 3 niveau’s:  glimlach, normale lach of schaterlach. (Hoe kunnen ze het bedenken!)
De zelfportrettimer berust op dezelfde techniek. Nadat de camera het opgegeven aantal gezichten heeft herkend klinkt een pieptoon, waarna de sluiter 2 seconden later wordt ontspannen.

Mijn compactcamera heeft  in 5 jaar tijd dus 6 diafragmastoppen voortgang geboekt (=som van 1 t/m 3) . Dat is een onverwacht grote en vreugdevolle progressie. De statieffoto’s van toen met een sluitertijd van 0,5  seconde kunnen nu met de hand op  1/30 seconde worden gemaakt. Het verhaal wordt nog mooier als je dan ook nog eens een foto krijgt die 3x scherper is. (20 mpixel ipv 7)

Een zorg vooraf blijkt ongegrond. De gevreesde grote bestanden van een 20 megapixel opname zijn amper 2x groter dan de 7 megapixel foto’s van mijn Panasonic.  Dit geldt natuurlijk alleen voor JPEG, in RAW wordt het verhaal anders.

Na aankoop komt er echter een andere zorg te voorschijn. Hoe moet ik alle functies bruikbaar en paraat houden? Een blik op  het LCD geeft een overdaad aan icoontjes die eigenlijk vooraf bij iedere opname moeten worden gecontroleerd. Sony heeft het leerprobleem voorzien en de camera uitgerust met een helpmenu. In iedere stand druk je op de vraagteken-knop en het Help-scherm verschijnt met uitleg over de stand die is ingesteld. De antwoorden zijn kort en bondig en alleen voor korte duur bevredigend. De gebruikershandleiding op internet geeft meer uitleg. En die is wel nodig als je anders dan alleen maar automatisch wilt fotograferen.

Want ik heb nog lang niet alle nieuwe technologie gemeld:

  1. De pop-up flitser heeft een onvoorstelbaar groot werkbereik van 0,3 – 17.1 m bij groothoek, en 0,6 tot 6,3 m bij telefoto. (Of zijn dit de waarden die alleen bij ISO 6400 gelden?)
  2. De WhiteMagic’ LCD-technologie voegt een extra witte pixel aan aan de bestaande rode, groene en blauwe pixels van het beeldscherm toe. Daardoor kan de helderheid van het LCD display bij zonlicht worden vergroot.
  3. De niveau stand is een waterpas die de links-rechts-schuinstellingshoek van de camera aangeeft. Als de camera horizontaal wordt gehouden, wordt de hulpaanduiding groen afgebeeld.
  4. Een automatische opname stand waarbij 3 opnamen worden gemaakt, elk met een verschillend helderheidsniveau. De stapgrootte kan zelf worden ingesteld.
  5. De lichtmeetfunctie is in te stellen op multi, midden en spot.
  6. Met de flitscompensatie kan de hoeveelheid flitslicht worden aangepast.
  7. Een foto effect kan worden uitgekozen uit 13 verschillende stijlen. Van  speelgoedcamera tot waterverf.
  8. De opnamespecificaties van 3 opnamen kunnen in het geheugen worden opgeslagen om later bij een zelfde foto weer toe te passen.
  9. etc, etc, etc.

Advertisements

From → beeld, design

5 reacties
  1. Joost permalink

    Mooie review, gaat vast veel bezoekers trekken!

  2. ernst burgmeijer permalink

    Hallo, Hoe bevalt deze camera, ik zoek zelf een camera waar ik in het schemer ook goede foto’mee kan maken, mijn oog is gevallen op deze camera, zou het een goede keus zijn?
    groet Ernst

    • Hij is bijna perfect. Heerlijk klein en toch voorzien van grote sensor.
      Zeer goed mogelijk om met ieder beschikbaar licht te fotograferen.
      Als je het geld er voor hebt zou ik hem zeker kopen.

Trackbacks & Pingbacks

  1. 10 fototoestellen « Ontknoping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: