Skip to content

Christiaan Weijts – Euforie – 2012

19/04/2013

Om van het leven te genieten, moet je er niet teveel van genieten.

Eén zin uit het Volkskrantinterview met Christiaan Weijts was voldoende. Het sprak me aan hoe hij tegen de cultuur van de steeds maar overtreffende geluksgevoelens ingaat. Als het boek dan ook nog gaat over een architect word ik gretig en zet het op mijn verjaardagswenslijstje.

Enige tijd later wordt Euforie geselecteerd voor de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2013. Ik blijf gevoelig voor lijstjes als een van de impulsen tot aankoop. In het jury-advies bij de shortlist wordt hij vanzelfsprekend de hemel in geprezen:

Christiaan Weijts heeft met Euforie de misschien wel meest ambitieuze en gewaagde roman van het jaar geschreven. Het is een boek dat, zo organisch als het in elkaar steekt, toch op verschillende manieren gelezen kan worden: als een roman over een huwelijkscrisis, als een fragmentarisch essay over de architectuur en politieke belangen daarbij, als een kleurrijke schets over hoe jongeren leefden in de jaren negentig. Maar vooral als een roman over het Nederland van vandaag, een land van gesjoemel met aanbestedingen, draaiende politici, een haperende economie, hijgerige journalistiek, idolate bewondering voor tv-persoonlijkheden en, ja, ook van dreigende terreur.
Euforie is ambitieus en gewaagd, en daarom makkelijker tot falen gedoemd dan een boek met een lichtvoetiger thematiek en opzet. Christiaan Weijts is er echter op meer dan voortreffelijke wijze in geslaagd op alle genoemde niveaus een rijk en veelzijdig boek te schrijven.

Christiaan WeijtsHet zijn de grote woorden die bij een belangrijke gebeurtenis horen. Maar aan een recept heb je niet genoeg. Pas als je de maaltijd proeft kun je de kok beoordelen. Tevens moet het verlangen naar het boek worden ingelost, ongeacht hoe de ervaring zal zijn.

De actuele roman is voor mij een betrekkelijk nieuw fenomeen. Bonita Avenue was voor mij recent en bij de tijd. VSV is nog nieuwer met zijn doorloop naar het terrorisme, Bram Mozskowicz en Geert Wilders. Euforie spant echter de kroon met een bomaanslag en een inkijkje in de malaise van architectenwereld van na de kredietcrisis. Het lijkt leuk om veel te herkennen maar ook wel saai om zo weinig afstand te nemen van de alledaagsheid. Literatuur werkt voor mij beter als venster op een verwijderde wereld dan als onderdeel van de actualiteit. Misschien gaat daarom mijn voorkeur ook wel uit naar  de buitenlandse auteurs en een ver verleden. Want voor het hier en nu hebben we de kranten waarin naast het nieuws voldoende columnisten hun literaire aspiraties kwijt kunnen.

Christiaan Weijts (Leiden1976) komt ook uit de wereld van de journalistiek.  Hij studeerde Nederlands en literatuurwetenschap in Leiden en woont nu in Den Haag. Hij is columnist van NRC Handelsblad, NRC.next en de Groene Amsterdammer. Euforie is na Art, 285B  en Via Cappelle 23 zijn derde roman. In het interview profileert hij zich bewust als een elitair persoon. De behoefte om zich af te zetten tegen een onderklasse spreekt sterk uit Euforie. Dat is jammer want het geeft een naar gevoel en trekt het boek naar beneden. Een belangrijke eigenschap van de elite is juist dat zij de ideale weg wijst.

Het woord Euforie is bij uitstek geschikt voor het oproepen van een elitair gevoel. Volgens het woordenboek is het een extreem gevoel van vreugde dat met name voorkomt bij extreme prestaties. Weijts vertaalt het woord vanuit het Grieks en komt dan uit bij goed dragen  (pag. 373).  In het verhaal is het de titel van Vermeers laatste ontwerp voor de prijsvraag.

Dat verhaal lijkt veelomvattender dan het is. Het begint met een bomaanslag in een metrotunnel in Den Haag. Hoofdpersonage Johannes Vermeer moet met zijn busje verplicht meehelpen bij het ziekenvervoer. Hij ziet tussen de gewonden schoolvriendin Isa liggen maar verliest haar uit het oog. Hij is zo van slag dat hij zijn reddingsaktie staakt en  zijn slachtoffer aan zijn lot over laat.
Johannes Vermeer is directeur/ontwerper van LVE. Een klein architectenbureau dat  zich met moeite staande kan houden in de economische tegenspoed. De taken zijn duidelijk tussen de 3 directeuren verdeeld. Kasper met de vlotte babbel is de verkoper, Olivier zorgt als de techneut voor de uitvoering en Vermeer is de filosoof/kunstenaar/architect. Ze doen mee aan een prijsvraag voor een herdenkingswinkelcentrum op de plek van de bomaanslag. In een referendum zal een van de 4 ontwerpen uit de laatste ronde als winnaar worden aangewezen.
Vermeer is even oud als Weijts, getrouwd met televisie weervrouw Celine en heeft een dochtertje Anne. Hij houdt zijn reddingsactie geheim en gaat dagdromen over zijn middelbare schoolfase waarin hij verliefd was op Isa, het knapste meisje uit de klas. Om de selectiekans te vergroten maakt Vermeer zijn reddingsactie openbaar en zijn vrouw voelt zich gepasseerd. Als de post dreigbrieven in de vorm van tegels hardsteen brengt gaan ze tijdelijk gescheiden wonen. Celine met dochter bij haar ouders en hij in een zelfontworpen vakantiepark. De concurrentie schermt met duurzaamheid en Vermeer onderzoekt zelfhelend beton. Hij vindt de informatie bij Isa die met haar man een technisch adviesbureau heeft. Ze ontmoeten elkaar en Johannes probeert een relatie aan te knopen. Zijn vrouw ontdekt dat en de scheiding is definitief.
De dreigbrieven worden gestuurd door het slachtoffer die invalide is geworden en tijdens de aanslag zijn kleindochter heeft verloren. Hij is opgenomen in een zorgcentrum dat ook door LVE is  ontworpen en kan putten uit een stapel hardsteen.
Het architectenbureau wordt verdacht van witwaspraktijken en gaat failliet. Vermeer ontwerpt in eigen tijd een idealistisch schaduwplan dat door Isa anoniem wordt ingediend. De prijsvraag wordt opnieuw uit geschreven en het plan wint de eerste prijs maar kan niet worden uitgevoerd omdat er geen bureau achter staat. Vermeer blijft gescheiden en gedesillusioneerd achter.

Euforie-Weijts_preview1Het boek is prachtig fris en eigentijds uitgegeven door De Arbeiderspers. Studio Ron van Roon heeft van de titelletters een werk in uitvoering  gemaakt. Ze hebben meer omslagontwerpen gemaakt en Weijts is in goed gezelschap van Arnon Grünberg, Joost Zwagerman en Paul Auster.

Alle omstandigheden lijken dus perfect voor een rijke leeservaring. Weijts is een analytische schrijver met een scherpe pen. Zijn columnistenschap verhardt zijn spitsvondigheid echter naar een verbitterde maatschappijkritiek. De roman lijkt soms sterk op een verzameling columns waarin de personages in schema’s als cliché’s worden weergegeven. Heel vervelend en voorspelbaar is de afwisseling van de actualiteit en de middelbare schoolherinneringen. Die puberliefde voor Isa lijkt er een beetje bijgesleept en voegt niet veel toe aan de urgentie van het hoofdplot. Het geeft Weijts de kans om zijn muziek en literatuurcitaten van zijn clichématige jeugdhelden Rimbaud en Jim Morrison te citeren en te dagdromen over de borsten van Isa.

Had hij zich maar beperkt en de koele taaltechnicus gebleven die recht op zijn doel afgegaan. Zijn zinnen zijn voor mij niet meer gekoppeld. Ze staan op zichzelf en geven steeds opnieuw een vreemde gedachtensprong die meer zijwaarts is  dan vooruit. Het hele boek door blijf ik verlangen naar openbarende zinnen vol ontspannen overweging en liefdevolle verwondering over de rijkdom en humor van het menselijk bestaan. Al wat ik krijg is een inkijkje in een verbitterd personage dat krampachtig onder het denken van akelig grove krachttermen zijn gelijk probeert te halen. Laten we hopen dat het hier Johannes Vermeer betreft en niet Christiaan Weijts.

Het is  allemaal te bekend en voorspelbaar. Dat is misschien ook wel de reden dat ik meestal over de grens lees. Van een exotische mopperaar kan je tenminste nog iets leren. Ook denk ik  dat een architect nooit zo nihilistisch kan denken. Uit ervaring weet ik dat ontwerpen alleen mogelijk is vanuit een grote maatschappelijk interesse. Waarin maar weinig plaats is voor Vitruvius en Jean-Marie Pérouse de Montelos.

Ook de zinnenoogst schrijf ik met gemengde gevoelens over. Vaak meer als staalkaart van Weijts wereld dan als onderdeel van mijn ontknoping.

Vermeers eerste gedachten neigen naar bouwwerkzaamheden, al staan er geen graafmachines, pishokken, keten en al die andere troep die nodig is bij het stollen van architectendromen.         9    (akelig)

Leegte. Stilte. Het heeft Johannes Vermeer altijd verwonderd hoe die twee, hoewel ze juist de afwezigheid van iets zijn, toch een eigen substantie bezitten. Tussen een ‘vredige’ en een ‘gespannen’ stilte zul je bijvoorbeeld geen decibel verschil meten, maar laat iemand in zo’n geluidarme omgeving los en hij zal je probleemloos kunnen zeggen met welke type hij van doen heeft.         26       (origineel)

O ja, hij had ze gezien, die meisjes. Hij kende de tergende macht die uitging van hun soepele, gladde lijven, de achteloze manier waarop ze met hun volmaaktheid omgingen, de iriserende gloed in hun lange haar.        79    (mooi)

‘Smakelijk’, zegt van Quist met een hoofdknik, waarna iedereen zich op het eten stort in een door smak- en snijgeluiden versterkte stilte. De stilte van negen aapachtigen die de ruggetjes oppeuzelen van een gezin van babyschaapjes.     88  (heel  akelig)      

Megalomanie is geen excentrieke karaktertrek voor een architect, maar een voorwaarde.         110

De mist hangt over het weiland. Stroken loofbos drijven grijsgroen aan de horizon. Een sloot glijdt voorwereldlijk voorbij, samen met de elektriciteitsmasten. Nog een geluk dat het Eiffel is geweest die die apparaten heeft ontworpen, denkt Vermeer. Stel je voor hoe een zogenaamd fantasievollere geest complete landschappen had kunnen verminken. Deze wijdarmige goedmoedige reuzen lijken hun plaats te kennen, zonder zich te verschuilen. Ze staan er stevig, alsof ze behalve het gewillige doorgeven van in centrales opgewekte energie ook het bewaken van ons land als hun opgave zien.        119       (heel mooi)

Tussen de mensen en de wereld hangt een een doek waarop ze hun ideeën projecteren. Hij is al voorgeïnterpreteerd, voorgevormd en alles wat hij in hun aanwezigheid doet zal ingepast worden in dat beeld. Het meeste succes – dat heeft hij al gauw in de gaten – heeft hij als hij zo min mogelijk doet.          184   (cynisch)

…..kon hij de gitaren uit het begin van ‘winter’horen: snerpend en toch mild, een klacht die zijn eigen troost al in zich droeg.         198        (mooi cliché)

Als architectuur het temmen en bewoonbaar maken is van de natuur, het onherbergzame buiten veranderen in een behaaglijk binnen, dan zijn zwembaden er de overtreffende trap van, door juist zo’n veranderlijk, ongrijpbaar en bij uitstek uithuizig element als water als basis voor een interieur te nemen.       208    (gezochte vondst)

Een gitaar rouleerde tussen langharige jongens die er Beatles en John Denver uitsloegen.        215     (negatief)

ChristiaanWeijtsWeb

 

Advertisements

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: