Skip to content

Tommy Wieringa en J.M. Coetzee

14/10/2013

Wieringa, TommyTommy Wieringa (1967) mag niet klagen over zijn media-aandacht. Met ieder boek dat hij schrijft wordt de respons groter. In 2012 krijgt hij voor zijn zesde roman Dit zijn de namen de Libris Literatuurprijs. Ik tip het boek aan mijn zoekende dochter als verjaardagscadeau voor haar op de hoogte blijvende moeder. Het blijkt een goede tip want het cadeau wordt met een vreugdekreetje ontvangen. De dames mogen natuurlijk eerst lezen maar zijn allebei niet overtuigd van de kwaliteit. De moeder heeft een ruim hart en wil niet veroordelen en de dochter denkt de clou te hebben gemist vanwege te weinig aandacht tijdens de eerste 50 pagina’s. Goed lezen blijkt steeds opnieuw geen eenvoudige bezigheid.

Mijn eerste begin is juist heel positief. Net zoals voorheen bij Joe Speedboot lees ik lekker weg en geniet van de eenduidige tekst. Bij het zelfgemaakte vliegtuig in Joe Speedboot  knapte ik toen op 1/3 deel af. Nu zijn de korte en afgewogen zinnen voldoende prikkelend om geïnteresseerd te blijven in wat komen gaat. Wieringa heeft duidelijk zijn best gedaan. Hij is wel wat afstandelijk en óver-geredigeerd gaan schrijven. De roman is daardoor tijdloos, bijzonder en plechtig geworden.  De truc van het dooreen weven van 2 verhaallijnen die later samen moeten komen lijkt in het begin kunstmatig maar gaat op den duur wel werken.

Wieringa_Dit-zijn-de-namen_preview1De 53-jarige politiecommissaris Pontus Beg lijdt een somber bestaan in een aflopende en denkbeeldige Russische maatschappij achter de Kaukasus. Zijn stad Michailopol ligt aan de rand van de beschaving en heeft betere tijden gekend. Beg is een opvliegend man die zich schikt in zijn lot als bestrijder van de voortschrijdende anarchie. Hij woont alleen en heeft een afspraak met zijn huishoudster voor een keer per week sex. Als hij ongemerkt een jeugdliedje neuriet blijkt het een Joods liedje te zijn. Hij gaat op onderzoek uit naar zijn wortels en vindt een bijna verlaten synagoge waar de laatste rabbijn hem instrueert. Beg gaat de de Joodse heilige boeken lezen en vindt een bestemming voor zijn bestaan.
De tweede verhaallijn vertelt over een groep vluchtelingen die na een barre tocht door de verlaten steppe meer dood dan levend in Michailopol aankomen. Ze blijken niet zoals gewenst over de grens gezet te zijn maar zomaar ergens gedropt op de verlaten vlakte. Onderweg sterft een deel van honger en uitputting. De laatste afvaller is een Afrikaan en hij wordt vermoord door een groepslid. Het was een ongewenste meeloper die vanwege zijn voorspellende gave achteraf toch van waarde bleek. Ze nemen zijn hoofd mee als talisman die de weg wijst en bereiken dankzij zijn voorspellende dromen de bewoonde wereld.
Beg ondervraagt hen over deze moord en legt verband met zijn recente kennis over de tocht van de Joden door de woestijn. Hij komt echter niet veel te weten en ontfermt zich over de jongen uit het groepje  vluchtelingen. Hij adviseert hem Jood te worden om daardoor naar Israël te kunnen verhuizen.

Na afloop blijf ik met lege handen achter. Ik heb het gevoel de clou te missen en lees een paar recensies na. Men heeft het over brede thema’s als religie, immigratie en vluchtelingen. De titel komt uit Exodus en refereert aan de zonen van Israël die door de woestijn trokken. De handeling in het verhaal is voor mij blijkbaar niet voldoende. De stijl is me te serieus en afstandelijk. Wieringa heeft zo veel geschaafd dat het bijzondere met de krullen verdwenen is. Geen ontknopingszinnen om te bewaren. Maar ook aan de personages hangt weinig humor of bijzonderheid. Je volgt hun doen en laten maar met niemand kan ik me echt binden. Ben het dus niet eens met het Le Figaro citaat op de achterflap:
De enigen die er de afgelopen jaren in zijn geslaagd de heilige graal van een totale roman te bereiken zijn W.G.Sebald met Austerlitz, J.M. Coetzee met In ongenade en Philip Roth met Alleman. Aan die lijst zouden we de naam Tommy Wieringa kunnen toevoegen.

Alhoewel het goed klinkt zou ik niet weten wat een totale roman is. Over Sebalds Austerlitz heb ik eerder in Ontknoping geschreven. Een interessant boek maar ik kan het amper een roman noemen.  Alleman is natuurlijk een mooi geschreven oudemans bestaan maar met zijn 44.000 woorden eerder een kort verhaal dan een roman. Ik vraag me ook af of het niet voornamelijk wordt beoordeeld aan de hand van Philip Roths eerdere en omvangrijke oeuvre.  Ongenade blijkt zomaar in mijn kast staat. Mijn vrouw moet het op een rommelmarkt stalletje hebben gevonden. Nu moet het er dus toch van komen.

coetzee tumblr_lapcd0V6pc1qd97eao1_1280Coetzee heeft natuurlijk vergeleken met Wieringa de overtreffende trap van media-aandacht. Dankzij zijn Nobelprijs zit hij wat betreft aandacht op rozen. Waar Wieringa er duidelijk van geniet is Coetzee er zeer ongelukkig onder. Hij past persoonlijk beter bij de stemming van zijn boeken. Ook zijn helden leven in een maatschappij die langzaam afglijdt naar anarchie. Het Rusland van Wieringa wordt het Zuid Afrika van Coetzee. Zijn Wachten op de barbaren (1980) sluit nog beter aan op Dit zijn de namen. Ook daarin sprake van een oudere magistraat die woont in een dorpje aan de grens. Ik heb het in 1984 gelezen en kan me nu alleen nog maar de desolate grimmige sfeer herinneren van verlaten wereld die betere tijden heeft gekend. Coetzee heeft zijn thematiek in 20 jaar jaar niet veel veranderd. In Ongenade (1999) heeft nog steeds dezelfde dreiging die echter nu meer naar het persoonlijke is overgeslagen. Hij zit meer in het hoofd van het hoofdpersonage en zou best verward kunnen worden met de meer algemene dreiging van het ouder worden en sociaal isolement.

Coetzee - In ongenadeHoogleraar David Lurie (52) valt in ongenade als hij een relatie met zijn studente Melanie aanknoopt. Hij erkent schuld maar toont geen berouw en wordt vanwege deze halsstarrigheid ontslagen en verliest zijn pensioenrechten. Zijn huis in de stad wordt te duur en hij vertrekt naar de boerderij van zijn dochter Lucy. Vader en dochter hebben nog steeds moeite met hun ouder/kind relatie. Hij helpt haar met de klusjes op de boerderij en doet vrijwilligerswerk op een hondenasiel. Als  de Afrikaanse voorman van Lucy afwezig is worden ze overvallen door 3 Afrikaners. Lucy wordt verkracht en David met petroleum overgoten en in brand gestoken. Ze komen er met kleerscheuren maar levend vanaf en proberen tevergeefs hun boerenbestaan weer op te pakken. David wordt erg droevig van zijn werk bij het dierenasiel waar aan de lopende band de zwerfhonden worden geëuthanaseerd. Hij ontdekt dat de overvallers familie van de voorman zijn. Lucy wil geen verhaal halen en accepteert de toestand. Na 3 maanden keert hij terug naar Kaapstad en ontdekt dat er in zijn goed beveiligde woning is ingebroken. Er is geen houden aan is als de zwarte Zuid Afrikanen hun recht gaan halen. Langzaam glijdt David af naar lager wal en als een bezetene stort hij zich op het componeren van zijn Byron opera. Als Lucy de overval nog steeds niet kan verwerken keert hij keert terug naar de boerderij. Ze blijkt zwanger van de verkrachting maar wil geen abortus. Opnieuw vindt hij het moeilijk dat zijn dochter hierin zelf kan beschikken. Hij huurt een kamer in de buurt en meldt zich weer voor het werk op het hondenasiel. Lucy past zich aan de tijd aan en trouwt met haar Afrikaanse voorman die buurman is geworden.

Coetzee schrijft persoonlijker dan Wieringa. Zijn David Lurie wordt op de voet gevolgd en is zeer toegankelijk. Hij heeft geen geheimen voor de lezer. Onze raadsels zijn ook zijn raadsels. De verhouding tot zijn dochter is voor mij als leeftijdgenoot en mede-vader goed te begrijpen. Heel mooi hoe zijn vloeiende gedachtestroom op een natuurlijke manier de discussies met zijn dochter aanvult. Langzaam en met moeite kan hij accepteren dat zijn dochter een eigen leven heeft en andere beslissingen maakt.

Coetzee heeft ook meer ontknopingszinnen dan Wieringa. Niet uitgesproken veel maar genoeg om voldoening uit te putten.

Hij moet voorzichtig zijn: niets is zo weerzinwekkend voor een kind als de werking van een ouderlijk lichaam (72)

Zijn hoofd is een asiel geworden voor oude gedachten die, armoedig en zonder emplooi, nergens anders heen kunnen. Hij zou ze eruit moeten jagen, de tent schoonvegen. Maar dat is hem te veel moeite, of te onbelangrijk.   (85)

‘Ik wil niet onaardig zijn. het is vast een eigen subcultuur.’       (86)

“Misschien is het goed voor ons,”zegt hij, “om af en toe te vallen. Zo lang we maar niet breken.”     (193)

Voor meer over Coetzee zie mijn stukje over Langzame man:
https://erikgveld.wordpress.com/2013/05/21/j-m-coetzee-langzame-man-2005/
Advertisements

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: