Skip to content

Johan de Witt (1623-1672)

22/10/2013

???????????????????????????????

Zaal 2.18 van het Rijksmuseum Amsterdam is gewijd aan Burgers aan de macht. Er staat een virtuoos borstbeeld van Johan de Witt dat vanwege het perfect afgewerkte witte marmer een on-Nederlandse grandeur heeft. Het is in 1665 gemaakt door de Antwerpse beeldhouwer Artus Quellinus de Oude (1609-1668). Op studiereis in Italië liet hij zich vooral inspireren door de idealiserende werken van de in Rome wonende landgenoot Frans Duquesnoy  (1597-1643). Maar ook het meer emotionele werk van Lorenzo Bernini (1598-1680) zal niet aan zijn blik zijn ontsnapt. In 1648 verhuist Artus Quellinus van Antwerpen naar Amsterdam waar hij gedurende 14 jaar de ontwerpen maakt voor de beelden van het nieuwe stadhuis op de Dam. Daarna kwam er tijd vrij voor privé-opdrachten van vooraanstaande burgers. Het beeld van Johan de Witt is eigendom van het Dordrechts Museum en staat als bruikleen in het Rijksmuseum. In 2000 is een kopie in de Eerste Kamer geplaatst.

Het is een kenmerkend gebaar want Johan de Witt staat voor de optimaal dienende ambtenaar. Hij was van 1650 tot 1672 tijdens het eerste Stadhouderloze Tijdperk de machtigste man van de Zeven Provinciën. Stadhouder Willem II was in 1650 na 3 jaar in functie onverwacht op 24-jarige leeftijd en één week voor de geboorte van zijn zoon Willem III aan de pokken overleden. Omdat de 80-jarige oorlog in 1648 met de Vrede van Munster was geëindigd had men even geen behoefte aan een stadhouder die tevens legeraanvoerder was. In 1653 benoemde het Graafschap Holland Johan de Witt als Raadspensionaris en liet de functie van Stadhouder vacant.

Holland was verreweg de machtigste  van de Zeven Provinciën. De 7 staten waren soeverein en alle beslissingen dienden unaniem te worden genomen. Maar ook toen (of liever juist toen) werd het politieke machtsspel grotendeels door de betaler bepaald. Holland voorzag in 58 % van de begroting, Friesland 12 %, Zeeland 9%, Groningen 6%, Utrecht 6 %, Gelderland 5 % en Overijssel 3,5 %. Drenthe bestond wel maar was te arm om een rol te kunnen spelen.

Johan_de_Witt_(1625-1675),_Grand_Pensionary_of_Holland,_by_Studio_of_Adriaen_Hanneman

Johan de Witt werd dus als superambtenaar geschilderd door Adriaen Hanneman (1603-1671). Zijn baan als Raadspensionaris van Holland is een vergulde slavernij die hem de hele dag bezighoudt. Zijn dag begint om 8:00 met de vergadering van de Staten van Holland. De Witt zorgt voor de agenda, zit voor en maakt de notulen. Om 11:00 gaat hij namens Holland naar de Staten-Generaal. Holland is beleidsbepalend dus de Witt voert vaak het woord. Om 16:00 komen de Staten van Holland weer bij elkaar om de besluiten van de Staten-Generaal te vernemen. De Witt moet dus voortdurend de omslachtige dialogen aanhoren, de essentie destilleren en samenvatten. Daarnaast moet hij iedere dag alle resoluties in het resolutieboek schrijven, alle ordonnantiën, akten en besluiten uitwerken en een ambtelijk archief bijhouden. Hij voert voor de Staten Generaal de buitenland correspondentie en heeft in 15 jaar van zijn bewind 22.591 ambtelijke bladzijden volgeschreven. (Evenveel als zijn voorgangers in 67 jaar). Geen detail ontgaat hem en hij wordt ook wel de koning van de Zeven Provinciën genoemd.

Door die nauwkeurige ijver van Johan de Witt is Nederland in de 50 jaar na de 80-jarige oorlog tot een wereldmacht uitgegroeid. Zonder de Witt had Michiel de Ruyter geen vloot kunnen aanvoeren. Hij maakte het mogelijk dat een klein land een soms beslissende rol kon spelen in het Europese machtsspel. Frankrijk had 19 miljoen inwoners, Engeland 6, Spanje 5 en Nederland slechts 2 miljoen. Alleen dankzij de buitenlandse handel kon Nederland een vergelijkbare oorlogssterkte opbouwen of inhuren om diezelfde handelsbelangen te beschermen. Na 1700 was de strijd gestreden en gingen de bevolkingsgetallen harder doortellen.

Maar de burger Johan de Witt zat op een tikkende tijdbom. Willem III groeide langzaam maar zeker tot volwassenheid. De populisten bleven terugverlangen naar het huis van Oranje. De duur van het stadhoudersloze tijdperk werd domweg bepaald door het feit dat er geen volwassen eerstelijns Orangeman voorhanden was. Willem III werd zonder dat hij er veel voor hoefde te doen door de Orangisten in het zadel geholpen.
De Witt bleef trouw geloven in de burgermacht. Zijn einde kwam snel en voor hem onverwacht. Als hij in 1672 van zijn werk naar huis loopt pleegt men een aanslag op zijn leven. Hij herkent in een van de aanvallers een Orangist. Als deze ter dood wordt veroordeeld komt er een volksopstand voor Oranje. Zijn broer wordt onterecht van verraad beschuldigd en gevangen gezet. Bij een bezoek van Johan aan zijn broer wordt de gevangenis door de Orangisten bestormt. De broers worden naar buiten gesleept en onder toeziend oog van de notabelen gruwelijk van kant gemaakt.  Jan de Baen (1663-1702) heeft er een schilderij van gemaakt dat in de zelfde zaal van het Rijksmuseum hangt. Opnieuw een on-Nederlands kunstwerk. Maar ook een kunstwerk dat via de schoolboekjes in menig geheugen is geprent.

Jan_de_Baen-_De_lijken_van_de_gebroeders_de_Witt

Advertisements

From → geschiedenis, kunst

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: