Skip to content

Herta Müller (1953) en de Nobelprijs

16/11/2013

Nobel_Prize

Het zou niet mogen maar ik ga toch beter lezen vanwege een Nobelprijs. Het is de belangrijkste mondiale literaire oeuvreprijs en het lijstje van laureaten is eenvoudig bij te houden. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een auteur, die in de woorden van Alfred Nobel het meest opmerkelijke werk (=oeuvre) met een idealistische trend heeft geschreven. Idealistisch is natuurlijk een vaag en beladen begrip. Het betekent idealen hebben en wereld verbeterend zijn.  Een ideaal ieen situatie waarnaar je streeft en is daarmee erg divers en subjectief. Het Nobel-committee heeft het begrip idealistisch dan ook laten vallen en is overgestapt naar het even vage begrip van blijvende literaire verdienste. Toch weten we wel wat ze bedoelen en heeft het Nobel-stempel veel invloed op mijn leesgedrag. In een klap heeft de prijs van 2013 Alice Monroe overgeheveld van de vrouwenliteratuur naar de algemene literatuur.

De Nobelprijs is voor mij ook een stimulans om sommige boeken daadwerkelijk te gaan lezen of uit te lezen. Voor Herta Müller geldt dat zeker. Haar onderwerpkeuze is niet mijn  favoriete leeskost. De toelichting van het Nobel-committee is als volgt: Herta Müller heeft met poëtische verdichting en prozaïsche zakelijkheid het landschap van de ontheemden opgetekend. Een andere duiding is haar vermogen om met de concentratie van de poëzie en de vrijheid van het proza het landschap van de misdeelden te schilderen. Grote plechtige woorden die bij een grote prijs passen. Toch kan ik me er goed in vinden en wat betreft het poëtische er volledig mee instemmen. Ik heb nog nooit zo dicht bij de dichtkunst gelezen.

Müller, Herta 3

Herta Müller is in 1953 in het uiterste westen van Roemenië geboren. Zij kwam uit een Duits-talige familie en ging dan ook Duitse en Roemeense letterkunde studeren. Vanwege haar principiële (en idealistische?) aard kreeg ze als snel problemen met de Geheime Dienst van Nicolae Ceaușescu (1918-1989) die van 1967-1989 dictator was. In 1982 werd haar debuut meteen gecensureerd en 5 jaar later emigreerde ze met haar man de schrijver Richard Wagner (je zal toch zo heten) naar Duitsland.

Ze is dus maar 3 jaar ouder dan Mircea Cartarescu (1956) wiens ster als de Roemeense Proust nu pas rijzende is en daardoor bijna tot een volgende generatie lijkt te horen. Zijn vlucht voor de dictatuur was richting fantasiewereld zoals in zijn eerste trilogiedeel De Wetenden (2007) al snel duidelijk wordt. Voor mij wordt zijn status niet bedreigd door Herta en blijft de beste Roemeense schrijver zoals blijkt in een van mijn eerste blogs:  https://erikgveld.wordpress.com/2011/04/25/cartarescu/

Herta Müller is een veel serieuzer mens  en heeft een totaal andere aanpak. Zij vlucht niet in haar verbeelding maar brengt de verbeelding naar het onderwerp. Ze is meer een magisch realist die de werkelijkheid verbindt met een andere of hogere werkelijkheid. Zo ontstaan hallucinerende beelden en droomeffecten. Met detaillistische nauwkeurigheid beschrijft ze de alledaagse wereld die een verborgen kant bezit. Die werkelijkheid kan gevaarlijk zijn en moet ontlopen worden. Het bestaan is onzeker en de mens leeft zonder toekomst van dag tot dag en maakt er op een bescheiden manier het beste van. Het is het resultaat van de dictatuur die de burger iedere vrijheid en initiatief ontneemt. Het is ook de reden dat niemand je in Oost Europa bij het passeren aankijkt of groet.
Herta Müller beschrijft deze onverschillige en uitzichtloze situatie keer op keer. Waar Cartarescu 6 jaar aan één deel van zijn trilogie schrijft komt Müller met degelijke regelmaat in de 30 jaar (1982-2012) van haar schrijverschap tot 23 romans of verhalenbundels. Dat is dus 1 boek per 1,5 jaar.  Mijn 2 boeken vallen in de begin en eindperiode. Allebei mooi gebonden uitgegeven door De Geus. De omslagontwerpen van Berry van Gerwen voldoen maar houden niet over. De boeken zijn op verschillende manieren tot ons gekomen. De vos was de jager was in 2010 een Sinterklaascadeau van mijn dochter voor mijn vrouw. Ademschommel is op 28/03/2012 voor € 1, – gekocht in de kringloopwinkel van Voorschoten waar hij na de Eerste Bergense Boekhandel zijn tweede leven begon. Vanwege een Eifel vakantie zocht ik in het Duitse taalgebied en kwam waarschijnlijk vanwege de recente Nobelprijsuitreiking terecht bij Herta.
IMG_0069De vos was de jager – (Der Fuchs war damals schon der Jäger. – 1992) is het perfecte vakantieboek dat je niet meesleept maar presteert wanneer nodig. Een weerloze tekst over kleine breekbare mensen die leven onder de druk van de armoede en dictatuur. Het verhaal wordt verteld in losstaande scenes vol poëtisch magische observaties. Via praktische bruggetjes springen we schijnbaar lukraak tussen de personages. Heel geleidelijk vallen de puzzelstukjes pas op de helft van de de 250 kleine pagina’s in elkaar. De observatielijnen komen enigszins samen en het wordt duidelijk wie wie is en hoe ze maatschappelijk verbonden zijn.
Het hoofdverhaal gaat over 2 vriendinnen. De lerares Adina wiens vriend Ilije als soldaat in het lager gelegen deel van Roemenië gelegerd is. Zij staat op gespannen voet met Clara die wordt onderhouden door de gehuwde geheime dienst agent Pavel. Adina merkt dat ze in de gaten wordt gehouden. Steeds opnieuw betreedt iemand haar woning en snijdt een voor een de ledematen van haar vossenbontje los. Ze wordt gewaarschuwd en kan net op tijd met haar ex-vriend Paul onderduiken op het platteland. Als Ceaușescu wordt afgezet kunnen ze terugkeren en hun leven hervatten. Maar Roemenië blijkt op een paar persoonlijke veranderingen na onveranderd en de monotonie van het bestaan blijft met zijn grote armoede, stroomstoringen, zaklantaarns en zonnebloempitten etende buitenstaanders onverbiddelijk doormalen.

De nauwkeurige schrijfstijl deed me in eerste instantie denken aan Claude Simon (1913-2005) die in 1985 zijn Nobelprijs kreeg. (Als ik zijn boeken na afloop er ook daadwerkelijk naast leg blijft er van deze associatie natuurlijk niets over.) In prachtig verstilde en gedragen zinnen schetst Herta Müller het eenvoudige kleinstedelijk leven onder een communistische dictatuur. Haar soms raadselachtige observaties vragen een optimale concentratie. Na 10 pagina’s raakt de draad zoek, is de frisheid ervan af en leg ik het boek weg. Het is gelukkig dus geen pageturner die me van mijn vakantie afhoudt. Maar hij bevat gelukkig wel voldoende ontknopingszinnen met originele observaties.

De Roemeense boeren eten en drinken te veel omdat ze te weinig hebben, zei Liviu, en ze praten te weinig omdat ze te veel weten. En vreemden vertrouwen ze niet, ook al eten en drinken ze hetzelfde, want vreemden hebben geen gouden tanden.      45

Een dode om wie veel gehuild wordt wordt een boom, en een dode om wie niemand huilt wordt een steen. Maar als iemand ergens ter wereld sterft en anderen ergens ter wereld om hem huilen, dan helpt dat niets, dan wordt die iemand toch een steen.         67

Op de achtste dag had God van Adam en Eva nog een pluk haar over. Daar maakte hij het pluimvee van. En op de negende dag liet God een boer vanwege de leegte van de wereld. Daar maakte hij het bier van.       91

De populieren zijn messen, verbergen hun lemmet en slapen staande. Aan de overkant ligt het café. De witte stoelen van ijzer zijn opgeborgen, de winter heeft geen stoel nodig, hij zit niet, hij loopt om de rivier heen, hangt onder de bruggen. Het water glimt niet en ziet niet, het laat de populieren alleen.        171

De dag wordt tussen bos en heuvel de grond in getrokken.        179

De duisternis is in het trappenhuis opgesloten, ze ruikt naar gekookte kool. Ze kan geen uitweg vinden hoewel de deur van het woonblok openstaat. Op de eerste trap hangt ze zwaar aan je benen. Zo zwaar dat ook de bleke kring van de zaklantaarn in de leuning blijft hangen en door de leuning heen tegen de muur springt zonder geluid. Je schoenen klepperen in je hoofd.      193

Jassen lopen voorbij, in plaats van mensen zit de maand november in die jassen.     196

IMG_0070Ademschommel (2009) is veel directer geschreven. We volgen de hoofdpersoon in de eerste persoon verleden tijd. Hij haalt 60 jaar na dato zijn herinneringen op aan zijn kampleven in Rusland van vlak na WW2. De Duitse inwoners van Roemenië werden toen gedeporteerd en tewerkgesteld aan de wederopbouw van Rusland. Het gold voor alle mannen en vrouwen tussen 17 en 45 jaar en de omstandigheden waren erbarmelijk. Herta Müller wil deze vergeten periode weer  tot leven brengen en kan dankzij gesprekken met voormalig gedeporteerden hun ervaringen bijna uit eerste hand optekenen.

We volgen Leo Auberg die op 17-jarige leeftijd wordt opgepakt en eigenlijk best wel zin heeft in een avontuurtje dat hem uit zijn benauwde dorpje doet ontsnappen. (Ik wilde weg uit de vingerhoed van de kleine stad. pag. 8)  Maar hij is snel genezen van zijn overmoed en het wordt 5 jaar afzien onder zwaar lichamelijke arbeid en onafgebroken ondervoeding. Vooral die honger is zijn grootste probleem. Het maakt de fysieke arbeid bijna zoet omdat de honger dan verdwijnt en wordt vervangen wordt door de pijn van de inspanning. Het leven in het kamp bestaat uit  een voortdurende overlevingsstrijd die geen ruimte overlaat voor diepe gedachten of nieuwe inzichten. Er is alleen plaats voor herinneringen aan vroeger of gedachten aan de daarbij horende maaltijden.

Herta Müller beschrijft het kampleven alsof ze het zelf heeft meegemaakt. De detaillering van de dagelijkse voorvallen is nauwkeurig en indringend. Ik kijk er op een derde van het boek dan ook van op dat het hoofdpersonage met Leo wordt aangesproken en dus een man is. Pas uit het nawoord blijkt dat ze de meeste herinneringen heeft vernomen van een mannelijke geïnterviewde. Maar tijdens het lezen kost het me even moeite om mijn teleurstelling te overwinnen. Een vrouw die de mannengeest probeert te doorgronden demotiveert mijn leesproces en tast de geloofwaardigheid van de informatie aan. Langzaam vergeet ik dankzij de beeldende doorleefde detaillering van de ervaringen mijn teleurstelling en wordt de geloofwaardigheid hersteld.
Het werkelijke hoofdpersonage van de roman is de hongerengel die voortdurend over Leo’s schouder meekijkt. En dat tot 60 jaar na dato blijft doen. De gevangen ruilen gretig hun hompen brood en denken steeds een goede ruil te doen die na afloop tegenvalt. Het stuk brood van de ander blijft altijd groter.
Ook de dood speelt zijn rol in het personage van een witte haas die groeit in de wangholtes van de stervenden. Je ziet hem groeien tot hij toeslaat.

Opnieuw veel ontknopingszinnen:

Wat valt er te zeggen over de chronische honger. Kun je zeggen, er bestaat een honger die je ziek van de honger maakt. Die er steeds hongeriger nog bij komt, bij de honger die je al hebt. De steeds nieuwe honger, die onverzadigbaar groeit en de eeuwig oude, moeizaam getemde honger binnenspringt. –  24

Ik heb een drukkend gevoel in mijn maag, dat naar mijn gehemelte stijgt. De ademschommel slaat over de kop, ik moet hijgen. …… En de kwelling van de voorwerpen zou er niet zijn wanneer de honger als voorwerp er niet geweest was.      34

Het kamp is een praktische wereld. Schaamte en griezelen kun je je niet permitteren. Je handelt in een stabiele onverschilligheid, misschien in een moedeloze ontevredenheid.        153

Ik gaf haar gelijk, want bij het plunderen kon je aan de doden de opluchting zien dat in hun hoofd het stijve nest, in hun adem de duizelige schommel, in hun borst de op maat beluste pomp, in hun buik de lege wachtkamer hen eindelijk met rust lieten.        255

Sinds ik weer thuis was, had alles ogen. Alles zag dat mijn heimwee dat geen eigenaar had niet wegging……. Voordat ik naar het kamp ging, waren we zeventien jaar samen geweest, hadden we de grote dingen zoals de deuren, kasten tafels, vloerkleden gedeeld. En de kleine dingen zoals borden en kopjes, zoutvaatje, zeep, sleutels. En het licht van de ramen en van de lampen. Nu was ik een ander. We wisten van elkaar hoe we niet meer waren en nooit meer zouden worden.  280/281

Ik weet ondertussen dat er op mijn schatten DAAR BLIJF IK staat. Dat het kamp me naar huis heeft laten gaan om de afstand te scheppen die het nodig heeft om in mijn groter te worden.        304

Geen fijne observaties maar daardoor niet minder waar. Vooral de thuiskomst zinnen doen me als ik ze zo overschrijf denken aan de thuiskomst van de Irak soldaat uit The Yellow Birds van Kevin Powers. Leo is bijna bang om na 5 jaar kampleven terug te keren naar huis. De kampwereld is zijn enige wereld geworden, er lijkt geen ander bestaan meer mogelijk.

Müller, Herta

Voor Kevin Powers The Yellow Birds zie
Advertisements

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: