Skip to content

Stefan Hertmans – Oorlog en terpentijn – 2013

13/05/2014

Hertmans, Stefan 3

Mijn intentie bij literatuur is om iedere keer opnieuw het beste boek ooit te lezen. Om iedere keer te worden verrast door een onbekende wereld die mij vervoert en in extase brengt. Die mij afleidt van de bekende weg maar wel net binnen mijn kader blijft om herkenning mogelijk te maken.
Dat uitgangspunt blaast natuurlijk hooggestemde verwachtingen aan en kan niet altijd worden gerealiseerd. Het is ook niet eerlijk om ieder nieuw boek de concurrentie aan te laten gaan met het beste van een leven lang lezen. Ik heb nu een kleine 1000 boeken gelezen en de statistische kans wordt iedere keer kleiner dat het volgende boek de anderen zal overtreffen. Maar gelukkig houdt mijn onredelijke leeswens stand en blijft daardoor de leesbehoefte aanwezig.

Bij Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans had ik last van die hooggestemde verwachtingen. Het boek werd regelmatig positief genoemd in de krant, bevat eerstehands oorlogservaringen van WW1 en staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2014. Vooral de veelgeroemde mooie zinnen spraken me aan en ik hoopte op een tweede Erwin Mortier. Zijn Godenslaap uit 2008 was een poëtisch verslag van het leven tijdens de voor België zo trieste Grote Oorlog. Bij Hertmans blijft extase over de alom geprezen kwaliteiten uit. Het boek  is natuurlijk vakkundig geschreven en heeft zijn ontroerende momenten maar een roman kan het nooit echt worden. Dat is volgens mij ook nooit de bedoeling geweest van Hertmans. Maar daarmee dingt het wel onterecht mee voor de Libris prijs die voor romans is uitgeschreven. Mijn beste boek ooit is het dus niet geworden. Zelfs niet voor de korte tijd tijdens het lezen.

Waarom is er dan toch behoefte om te schrijven over een tegenvallend boek? Vermoedelijk om de leeservaring te versterken en meer duidelijkheid te scheppen over de persoon Stefan Hertmans en mijn manier van lezen. En omdat ik als altijd zelf ook wel benieuwd ben wat ik zal gaan schrijven.

Hertmans, Stefan

Stefan Hertmans (1951 Gent) is een mooie en goed geconserveerde Belg die ik tot vorig jaar nog niet kende. Dat komt mogelijk omdat hij meer dichter en essayist dan romanschrijver is. Zijn 2 nominaties voor de AKO literatuurrijs (in 1998 voor Steden, verhalen onderweg en in 2001 voor Als op de eerste dag) zijn toen niet tot mijn leeswereld doorgedrongen.
Hertmans heeft een imposante staat van dienst: doceerde aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten in Gent en geeft lezingen aan gerenommeerde universiteiten (Sorbonne, Wenen, Berlijn, Londen, Washington, Mexico City). Hij schrijft recensies voor de echt grote kritiekbladen (The literary Review, The Review of contemporary fictionGrand Street), werkte mee aan de literaire tijdschriften als Raster, De Revisor en was van 1993 tot 1996 redacteur van de Gids. Daarnaast recenseert hij voor De Morgen, de Standaard en Trouw. Een imposante netwerker die niet mag klagen over aanzien en aandacht. Ik kan hem niet door Belgische ogen bekijken maar vermoed dat hij een soort Belgische Cees Nooteboom is of kan worden.
Alles wat hij aan- en oppakt krijgt de nodige aandacht en is dus niet voor niks. Die status is zeker van invloed op zijn schrijfproces. Als de wereld over je schouder meeleest zal het je niet aan motivatie ontbreken.  Oorlog en terpentijn is doortrokken met die vanzelfsprekende zelfverzekerdheid. Hier schrijft een man met gezag die weet dat zijn observaties er toe doen. Hij voelt het als een plicht om de oorlogsdagboeken van zijn Opa te verwerken tot een privédocument.
Die opa heeft vlak voor zijn dood 2 schriftjes volgeschreven met herinneringen. De eerste over zijn jeugd in Gent aan het begin van de vorige eeuw. Een tweede over zijn oorlogservaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hertmans laat ze eerst 30 jaar liggen en krijgt dan opeens  haast om te voorkomen dat zijn boek niet bedolven wordt onder de stortvloed van WW1 boeken die in 2014 bij het 100-jarig jubileum zullen verschijnen. Hij voltooit het net op tijd in 2013 en weet vervolgens alleen maar te profiteren van de WW1 golf.

Opmaak 1

Hertmans (of uitgever De Bezige Bij)  plaatst de term roman uitdrukkelijk op de cover van Oorlog en Terpentijn. Misschien omdat een roman beter verkoopt. Toch is het hier misplaatst omdat een een roman grotendeels verzonnen is. De verteller en zijn hoofdpersonage van Oorlog en terpentijn zijn werkelijk en maken het boek veel meer een biografie of privédocument. Laurent Binet speelde met zijn HhhH (2010) hetzelfde spelletje door bij zijn persoonlijke biografie over leven en dood van Reinhard Heydrich ook expliciet de term roman op de cover te zetten. Binet deed het met een reden want hij gaat echt op zoek naar de grenzen van zijn roman. De geest van Heydrich is zo onverklaarbaar dat met iedere explicatie het al snel fictie wordt. Bij de opa van Hertmans is alles veel eenduidiger en verlang je al snel naar meer. Zijn leven is net iets te bescheiden om uit te groeien tot een universeel personage die een roman kan dragen. Het zou interessanter zijn als de opa met zijn dagboeken werkelijk bedacht was geweest. Dan had Hertmans een tweede Stoner gecreëerd die onverstoorbaar en in dappere bescheidenheid zijn tunnel door het leven boort. 

Hertmans heeft het leven van zijn grootvader Urbain Martien gereconstrueerd aan de hand van diens memoires die hij vlak voor zijn dood op 90 jarige leeftijd schreef. Opa schreef alleen over de periode voor en tijdens de oorlog. Hertmans heeft zijn relaas opgedeeld in 3 delen: de jeugd wordt vertelt door de verteller Hertmans die de memoires aanvult met informatie.  De oorlogsjaren van deel 2 zijn de letterlijk tekst van opa. In deel 3 wordt zijn leven na de oorlog beschreven aan de hand van herinneringen en naspeuringen van de kleinzoon Hertmans.

Het relaas begint in een Gentse volksbuurt bij de ouders van Opa. Zijn gevoelige vader Franciscus trouwt met de sterke Celine die van goede huize komt. Francisco is fresco reparateur en ze hebben het niet breed. De vader sterft jong en Celine hertrouwt uit praktisch oogpunt met Henri de Pauw. Ze laat hem uitdrukkelijk beloven dat ze geen gemeenschap zullen hebben. Urbain moet al snel werken en komt in de meest gruwelijke werkomgevingen terecht. België was toen na Engeland het tweede industrieland ter wereld. De daarbij horende zware industrie resulteerde in barbaarse arbeidsomstandigheden. De ijzergieterij is een hel op aarde met giftige gassen en verzengende temperaturen. In de gelatinefabriek worden bergen half verrotte koeienkoppen meervoudig behandeld tot er gelatine overblijft dat dames verwerkt in crème op hun gezicht smeren. Urbain voelt een leegte in zijn ziel ontstaan en snakt naar een zachter leven. Hij meldt zich aan voor een schilderscursus en kan door hard te werken zijn geringe kwaliteiten uitbouwen tot vaardigheden. Op latere leeftijd wordt hij een verdienstelijk amateurschilder die een grote schok moet incasseren als hij ontdekt kleurenblind te zijn.
Het eerste deel is vooral een ontroerend beeld van de bewondering van Urbain voor zijn ouders. De vredige en stille werksfeer de verlaten kerken waar de fresco’s uit een andere wereld komen en vooral ook de doortastendheid van moeder Celine.

Met 18 jaar gaat Urbain voor 4 jaar in militaire dienst en wordt opgeleid tot een gedisciplineerd soldaat. Hij verlaat de dienst maar wordt na 1 jaar in 1914 op 23 jarige leeftijd bij het uitbreken van WW1 weer opgeroepen. België wordt overstroomd door de Duitsers die een oneervolle manier van oorlogvoeren toepassen. Korporaal Urbain doet zijn uiterste best maar wordt voortdurend in het Frans afgeblaft door zijn officieren. Dit tweede deel is letterlijk overgenomen uit het schrift van opa. De oorlogshandelingen zijn natuurlijk dramatisch en misdadig maar niet zo gruwelijk als de bekende loopgravenlegendes. Opa is te nuchter en te praktisch om de waanzin van de oorlog te duiden. Geen beschrijvingen van de beruchte zinloze loopgraven status quo waar uitzichtloze wederzijdse aanvalsgolven steeds hetzelfde stuk land bevechten. Urbain wordt 2 keer gewond en herstelt steeds een paar maanden in Engeland waarna hij opnieuw wordt ingezet. Het is een wonder dat hij de oorlog overleeft.

In deel 3 reconstrueert Hertmans het na-oorlogse leven van zijn opa. Na terugkeer naar het ouderlijk huis wordt hij verliefd op zijn eigenzinnige achterbuurmeisje Maria Emelia. Zij lijkt sterk op zijn aanbeden moeder Celine en ze zijn korte tijd gelukkig. Tot zij sterft aan de Spaanse griep en Urbain met haar oudere zus Gabriela trouwt. Uiterlijk is zij haar evenbeeld maar in de omgang vooral preuts, verlegen en van passie verstoken. Zij slaapt met een regenjas aan in bed om zo min mogelijk sex te ondergaan. Als Urbain haar een keer per ongeluk naakt ziet gaat ze bij zijn ouders klagen dat zoiets niet kan. Urbain berust in zijn huwelijk en ze zijn tevreden. Hij wordt al snel arbeidsongeschikt en maakt van zijn schilderen een passie. Het worden geen originele werken maar nauwkeurig nageschilderde grote meesters. Vooral de vrouwelijke naakten bieden hem de kans om zijn  niet ingeloste gevoelens te beleven. Hertmans ontdekt een renaissance naakt met het aangezicht van Maria Emelia en krijgt een indruk van het grote verlangen waar zijn opa mee rondliep.

???????????????????????????????

De titel is net zo pragmatisch als de tekst. Het leven van Opa bestond uit oorlogsherinneringen en schilderen. Hertmans maakt er een filosofisch mijmerboek van. Een man op leeftijd beschrijft een andere man op leeftijd. Een monument voor zijn opa die zijn plek in de maatschappij wist en zijn waardigheid behield. Maar ook iemand die zoveel meer zou kunnen als hij niet gevormd was door zijn milieu en vervormd door de Eerste Wereldoorlog. Het wordt allemaal prachtig gloedvol en met aandacht voor detail beschreven. Ik begrijp de lezers die deze natuurlijke en afgewogen stijl het summum van literatuur vinden. Het zijn degene die Bach in plaats van Handel kiezen, Beethoven boven Schubert plaatsen en Brahms voor Bruckner laten gaan. Voor mij mag het wat grootser, kunstmatiger en met meer ontknopende beeldspraken. Hoe mooi geschreven het ook is, er verschijnt geen enkele ontknopingszin op mijn bladwijzer.

Het is een soort literatuur die ikzelf ook zou kunnen bedrijven maar daarmee als leesstof meteen minder interessant wordt. Voor Hertmans was het natuurlijk een interessante en zingevende speurtocht. Voor de Belgen rondom Gent is het ook interessant omdat hij veel plekken in de stad en omgeving opzoekt. Hij lijkt daarmee een beetje op W.G. Sebald die in Austerlitz (2001) ook een leven ontrafelt en steden en gebouwen nauwkeurig beschrijft. Maar opnieuw veel interessanter is omdat ook zijn hoofdpersonage fictief is. Hertmans wijkt met zijn waarheidsdwang toch veel meer richting van Geert Mak. Ook een groot schrijver maar dan eerder wetenschappelijk dan literair.

Hertmans, Stefan 2

 

Over Laurent Binet zie: https://erikgveld.wordpress.com/2012/09/10/laurent-binet-hhhh/
Over Stoner zie: https://erikgveld.wordpress.com/2013/07/01/john-williams-stoner-1965/
Over W.G. Sebald zie: https://erikgveld.wordpress.com/2011/12/11/decenniumlijstjes-w-g-sebald-leni-riefenstahl/

Advertisements

From → literatuur

One Comment
  1. Mijn beste, dank voor deze interessante recensie van Hertmans boek, waarover ik ook zelf recent een blog schreef.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: