Skip to content

Ilja Leonard Pfeijffer – La Superba – 2013

23/05/2014

pfeijffer Libris

Op de ochtend dat Ilja Leonard Pfeijffer ’s avonds de Libris Literatuurprijs 2014 krijgt uitgereikt lees ik met voldoening de laatste pagina van zijn La Superba. Een mooi boek, de € 50.000,- vermeerdert met  extra boekverkopen zijn hem van harte gegund. Ilja blijkt een imposante man die bij de interviews ontroerend slecht op zijn gemak is. Een echte schrijver dus die naar binnen is gekeerd en hoofdzakelijk in de taal en de verbeelding leeft. In La Superba is hij beter op zijn gemak met zijn aanstekelijke humor en virtuoos schrijverschap. De jury onder voorzitterschap van Paul Witteman noemt La Superba een belangrijke roman met een universele zeggingskracht. Behalve een ode aan Genua en zijn bewoners is het in de eerste plaats een indrukwekkende ode aan de verbeelding.  Ik kan me hier goed in vinden. Die verbeelding is meervoudig want de roman kan op vele manieren gelezen worden.

981d3168-a13f-11e2-88a4-0708a1474484_original

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) noemt zichzelf op eerste plaats een dichter. Daarnaast is hij romancier, classicus en columnist. Hij was tot 2004 werkzaam als classicus aan de Universiteit van Leiden. In 2009 stapt hij met zijn Russische vriendin de fotografe Gelya Bogatishcheva op de fiets voor een reis naar Rome. Ze verliezen onderweg hun hart aan Genua en vestigen zich daar na afloop van hun reis.

La Superba is na Rupert, een bekentenis (2004), Het grote baggerboek (2004) en Het ware leven (2006) nog maar zijn 4de roman. Veel meer laat het internet niet los over Ilja. Zelf kan ik alleen nog concluderen dat hij met zijn 45 jaar  jonger is dan gedacht en hij daarmee voor mij een veelbelovende talent is geworden. Ik plaatste hem ongemerkt in hetzelfde vakje als onze andere Italië emigrant en vrouwenbewonderaar Geerten Meijsing die zijn hart verloor aan Lucca. Meijsing is met een geboortejaar van 1950 al een generatie verder gevorderd.  Tijdens het lezen denk ik ook regelmatig aan Albert Vigoleis Thelen (1903-1989) die in zijn Het eiland van het tweede gezicht (1953) met eenzelfde zelfspottende humor zijn verblijf op Mallorca beschreef. 

Pfeijffer-La-Superba

Met La Superba brengt Pfeijffer een ode aan zijn woonplaats Genua. La Superba betekent De Hoogmoedige en dat slaat zowel op de stad Genua als op het mooiste meisje. Beiden bepalen het dagelijkse bestaan van emigrant Ilja Pfeijffer die zijn Nederlandse roem heeft omgeruild voor een anoniem bestaan in het steegjesdoolhof van Genua. Door het voortdurend scanderen van de prachtige straatnamen creëert Pfeijffer een goed inzicht in de ingewikkeldheid van het doolhof. 

Pfeijffer heeft een origineel vertelconcept voor zijn roman.  We lezen de briefnotities van Ilja aan een vriend in Nederland die later tot een roman uitgewerkt zullen worden. Hij kan vrijuit zijn sprankelende gedachten laten stromen zonder gebonden te zijn aan het keurslijf van een romanverhaal. Er is meteen ook ruimte voor de twijfelachtige observaties die hoogstwaarschijnlijk de definitieve versie van de roman niet zullen halen. Met de notities delft hij de ruwe erts waaruit hij het vloeibare, gloeiend hete edelmetaal zal winnen dat zal stromen, stralen en verzengen als zijn volgende roman. 
Die betogen kunnen indrukwekkend ontsporen en vervolgens toch weer heel eenvoudig terug op de rails worden gezet. Alles is dik aangezet en we stappen van het ene cliché naar het andere. In zijn schaamteloze oprechtheid en zelfspot kan hij de meest grove observaties plaatsen.  Ik drink te veel. Ik heb warme, mooie plekken nodig om veel te drinken en veel te roken en als vanzelf vrienden te ontmoeten die mij bewonderen, vereren, liefhebben, vereren en liefhebben. Blote meisjes die kirren oog in oog met mijn roem en gewichtigheid. Schuimende meisjes die als vanzelf aan mijn schoot plakken vanwege alle hoofdletters waarmee mijn naam is gespeld.  Hij heeft er geen enkele moeite mee om zijn bezoek aan de pornobioscoop vol met masturberende mannen te beschrijven.
Alles is gevat  in een virtuoze en directe tekst die ondanks zijn vaart toch filosofische diepgang en dolkomische humor biedt.  De hoofdstukken zijn werelden op zich. De paragrafen opgepoetst tot ze parmantig glanzen van brutale baldadigheid.

La Superba  heeft 350 pagina’s en is opgedeeld in 5 delen. De roman is net  niet uiteengevallen in 5 korte verhalen dankzij de thema’s emigratie, Genua en de terugkerende verteller. Die verteller en hoofdpersoon is dus de Nederlandse dichter Ilja Leonardo die in Genua de stad van zijn leven vindt. Als emigrant uit het noorden is hij dronken van de Italiaanse sfeer en het ondoordringbare labyrint van donkere steegjes en schaduwachtige pleintjes. Hij ontmoet veel emigranten uit het zuiden die met een heel ander perspectief in de stad zijn aangeland. Genua is als havenstad een knooppunt in het emigratie verkeer. We leren  hoe de Italianen naar Amerika vertrokken en hoe de Afrikaners naar Europa komen.

Deel 1: Het mooiste meisje van Genua
Een overrompeld virtuoos geschreven begin waarin Ilja betoverd wordt door de serveerster van de Bar van de Spiegels.  Hij schrijft iedere middag op haar terras en kan haar heimelijk observeren. Als hij eindelijk de moed vindt haar aan te spreken stemt ze zomaar toe dat hij haar mee uit mag nemen.  Ilja is in de wolken en kan dan prachtig dagdromen. De kennismaking verloopt succesvol maar ze vraagt om bedenktijd. Er is namelijk nog een verkering waar ze over na moet denken. Net op dat moment komt een Duitse vertaalster van Ilja’s gedichten voor een interview naar Genua. Ze beleven een kort avontuurtje en worden gezien door het mooiste meisje van Genua. Ze had het net met haar vriend uitgemaakt en voor Ilja gekozen. Het breekt haar hart en ze maakt het uit.

Eerste intermezzo: We all live in a yellow submarine
Het verhaal van Don lijkt in eerste instantie alleen maar oponthoud. Hij is een bedaagde en kleurrijke Engelsman die zich daadwerkelijk dood drinkt aan de gin-tonic. Hij vermaakt gans Genua met zijn sterke verhalen over zijn vroegere werkzaamheden bij de geheime dienst. Zijn terrastafeltje wordt altijd druk bezocht en hij mag van de serveersters op de pof drinken. Zijn begrafenis is een evenement.

Deel 2: Het theater elders
Ilja koopt bijna een theatertje van de maffia dat helemaal niet gekocht kan worden omdat het een huurpand van de gemeente is. Met veel moeite kan hij het eigendomsbewijs in het archief boven tafel brengen. De verkopers laten het er niet bij zitten en leggen een schadeclaim neer bij Ilja voor waardevermindering van hun pand. Tegelijkertijd schrijft Ilja een toneelstuk over de emigratiegolf van Italianen naar Al Mariek (Amerika) en alle ellende die daarmee gepaard ging. Het is niet minder erg dan de hedendaagse vluchtelingenstroom van Afrikaners naar Europa. De rechtszaak komt voor en Ilja wint. De maffia gaat in hoger beroep en het kan 7 jaar duren tot er uitspraak komt. Tot die tijd moet hij zelf de proceskosten van zijn advocaat betalen.

Tweede intermezzo – Fatou yo
De Senegalees Djiby vertelt tegen betaling van biertjes zijn vluchtelingenverhaal aan Ilja. Hij reisde via Agadez naar Libië en maakte van daar 2 keer de bijna fatale oversteek naar Lampedusa. De financiële belangen van de mensensmokkelaars worden haarfijn uitgelegd. Iedereen in Afrika heeft er belang bij om de mythe van de te verwachten  rijkdom in Europa in stand te houden. En de vluchtelingen die aangekomen zijn steken zich in de schulden om geld naar huis te sturen. Ook zij moeten de mythe in stand houden. Terugkeren zou gezichtsverlies betekenen en verstoring van de dromen van de achterblijvers.

Deel 3: Het mooiste meisje van Genua (reprise)
Het is winter en Ilja raakt verdwaalt in zijn fantasie. Hij draait een beetje door. (Op een bepaalde manier manier ben ik verdwaald in mijn fantasie van een mooier, echter en romantischer leven elders. – 345)  Het is te koud om nog op terrasjes te zitten. Het mooiste meisje van Genua is prostitué geworden vanwege haar vergeefse liefde voor Ilja. Bij toeval ontmoet hij haar op straat. Ze is in haar eer aangetast vanwege Ilja’s verraad en kan dus nooit meer van hem houden. Langzaam gaat Ilja ten onder in de koude krochten van de stad. Hij gaat geesten zien en fantaseert zichzelf een schildknaap die op kruistocht naar het heilige land gaat. Hij verkleedt zich als travestiet en eindigt in de prostitutie.

Nederland, Leiden, 10-09-12 Ilja Pfeijffer. © Photo Merlin Daleman

Ruim voldoende ontknopingszinnen die in een prachtige stijl zijn geschreven:

Ik houd van toeristen. Ik kan ze urenlang gadeslaan en volgen. Ze zijn aandoenlijk in hun vermoeide pogingen om iets te maken van de dag………Uit lijfsbehoud vinden ze elk gebouw mooi, elk pleintje leuk en elk winkeltje schattig.     16

Sommige vrouwen vallen buiten elke categorie, dat is waar. Zoals het meisje van de bar met de Spiegels. Zij is gemaakt van ander spul dan meisjes: hetzelfde spul waarvan glimlachjes zijn gemaakt, ontroering en zomerdagen.       21

Op het terras van het Doge Café op Piazza Matteotti zag ik een meisje dat een meisje op zichzelf had geschilderd. Ze was Cleopatra achter haar eigen dodenmasker.     23

Geluk is, kortom, een kortstondige illusie zonder enige vorm van diepgang, stijl of klasse.  De suikerspin onder de emoties.    36

Het is een gelukkige plek met een tragisch verleden, zoals ook alleen mensen die pijn hebben gekend gelukkig kunnen zijn, omdat mensen die zomaar pijnloos gelukkig zijn wegwaaien als een zondagskrantje op de wind van een vroege voorjaarsdag.     39

Ze beweren dat je langer leeft als je niet rookt en niet drinkt. Maar dat is niet waar. Het lijkt alleen maar langer.         117

Het was een mooie zomeravond. De terrassen zoemden. Het was het hoge geluid van een warme dag die nog lang niet moe was van zichzelf en anderzijds vol genoeg was geweest om niets meer van zichzelf te vergen dan dit zacht en moeiteloos verglijden in warme, trage gebaren.       142

Zij is een wrede godin die offers vergt. Zij splijt de aarde met haar wimpers.          308

Gedachten en gevoelens tuimelden over elkaar heen als de scherven van een grote spiegel die met één genadeloze  mokerslag aan gruzelementen was geslagen.       342

 

Nederland, Leiden, 10-09-12 Ilja Pfeijffer. © Photo Merlin Daleman
De nauwe straatjes waar het licht niet tot onder toe doordringt staat me nog duidelijk voor ogen. We hebben ze in 1994 gedurende één vakantiedag mogen beleven. De trein reed ons gezin langs de kust van de camping in Cinque Terre naar Genua Centraal. Het was die zomer warm maar niet in de nauwe straatjes. Eerder in onze voorstelling dan in werkelijkheid was de situatie bedreigend. Toch hebben we ons met de kleine kinderen niet diep in het doolhof gewaagd. Maar de indruk was er niet minder om. Ilja brengt in zijn boek eenzelfde beeld over.
1994 was ver voor mijn digitale fotofase die pas in 2002 begon.  Het is nu amper voor te stellen dat ik toen in een heel jaar slechts 100 foto’s van 18×24 cm afdrukte. Nu maak ik iedere vakantiedag 100 foto’s.  Ook de kwaliteit is bedenkelijk. Omdat ik de films zelf ontwikkelde gebruikte ik zomer en winter dezelfde Kodak TriX film die op 400 ASA werd belicht. Het resultaat is een grofkorreligheid die lange tijd het summum van artistiek fotograferen was. Het effect van de foto’s werd vooral door het imponerende formaat bepaald. Heel jammer dat de digitale revolutie pas zo laat in mijn leven kwam.

Scan.BMP

Scan-001.BMP

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: