Skip to content

Joost Bruins- De platanen in Aix – 2014

07/01/2015

Wie wil er niet een roman schrijven? Het lijkt me een prachtig avontuur om een verhaal te zien ontwikkelen in onverwachte richtingen. Toch zou ik er niet snel aan beginnen. Het fictieve schrijfproces vereist voor mij blijkbaar teveel wilskracht en volharding. Alleen als ik echt iets geniaals bij de staart zou hebben kan ik het misschien opbrengen. Mijn grootste probleem is dat ik de ongebreidelde fantasie mis. Mijn verhalen zouden voorspelbaar dicht bij huis blijven en altijd een te groot waarheidsgehalte bezitten. Ik denk wel buiten mijn levenskaders maar ontstijg toch niet het raamwerk van mijn logica. Dat probleem heeft Joost Bruins in De platanen in Aix totaal niet. Hij permitteert zich de hele wereld en bouwt er heerlijk ongedwongen zijn verhaalhuizen. Naast elkaar maar soms op of zelfs in elkaar. De schrijver wervelt er doorheen als in een film van Inarritu en geniet van zijn vrijheid.

Bruins, Joost

Die losheid wordt voor mij als lezer nog versterkt omdat ik de schrijver persoonlijk ken. Zoals vermoedelijk de meeste schrijvers is Joost Bruins voor mij een verstandige ingetogen man die geen domme dingen doet. Het is dus een openbaring dat juist hij met zo’n avontuurlijk boek komt. Zijn eerste roman Brillenjood stond nog in de vertrouwde romanvorm en was goed aan Joost te koppelen. Zijn tweede product is compleet anders. Het ontstaan ervan kwam pas op het laatste moment en ook nog in heel beperkte mate tot ons. Het was dus een verrassing toen hij amper 2 jaar na zijn debuut met een volgend boek kwam. Zoals het een ingetogen man betaamd werd slechts weinig gedeeld en pas bij de presentatie  konden we hem de eerste teksten horen voorlezen. Toen was de relatie tussen schrijver en tekst nog duidelijk zichtbaar. Thuis gekomen blijkt de tekst minder gemakkelijk bij onze vriend te plaatsen. De verhalen lijken van ver weg te komen en hebben een tijdloos, bijna sprookjesachtig karakter. Bij het lezen is het enigszins lastig dat ik de schrijver persoonlijk ken. Mijn subjectieve beelden van hem zitten soms in de weg tussen mij en het verhaal.

13875

De platanen in Aix is een dun boek. Het telt 121 pagina’s waarvan een aantal wit is. De achterflap noemt het ‘een bundel verhalen en gedichten’. Het is dus niet de roman die werd verwacht en voorspeld. De teksten zijn over een periode van 22 jaar geschreven en chronologisch van 1987 tot 2009 geordend. Daardoor is er voor de duidende lezer misschien wel iets van een relaas te ontdekken. Ik probeer het even maar constateer halverwege dat er weinig gemeenschappelijks in de hoofdstukken zit. De enige overeenkomst is het sterke taalgevoel. De schrijver heeft net zo lang met zijn woorden geschoven tot ze precies goed staan en er niets meer veranderd kan worden. Hij heeft als Mondriaan gewikt en gewogen tot het juiste evenwicht ontstond. Het plezier van dit proces straalt af op de lezer. Het boek toont de kracht van de taal om steeds opnieuw vanuit het niets volkomen nieuwe en afwijkende werelden te scheppen. Het moet fijn zijn om na zoveel jaar weer terug te keren naar je vroegere teksten. Maar het zal ook fijn geweest om het voortdurend redigeren en schaven af te ronden en er definitief een punt achter te zetten met de publicatie.

Het boek is een staalkaart van verhalen, stijlen en werelden.

Zee is een onverwacht en snelvoetig begin. Door het ontbreken van iedere zinsvorm werkt het goed om een ontlading te bewerkstelligen.

In De zaaier wordt een Van Gogh schilderij op 4 manieren beschreven. Leuk experiment maar ook wel een stijloefening van de schrijvers vakschool.

De Roemeense kok is als een sprookje waarin een dorp in de ban raakt van de fantoomkok Timbo. Hij verschijnt uit het niets, kookt een verbluffende maaltijd en vertrekt weer met de noorderzon. En dat allemaal binnen 3 pagina’s.

De Platanen in Aix is met 30 pagina’s het langste verhaal en bekentenisliteratuur van de eerste orde. Een mijmerende jongeman die zichzelf in een winters Zuid Frankrijk zoekt. Hij is bezeten op zoek naar zijn plek in de wereld. Welke ruimte hij moet/mag innemen, de liefde, zijn vader en zijn eerste roman die hij al op 11 -jarige leeftijd schreef. Als oplossing besluit hij nogmaals een boek te schrijven.

Duiken is bijna spannend zoals we in 3 gezichtspunten het zwemavontuur van Helen meebeleven.

Ik bouw mijzelf een huis is voor mij het meest essentiële Joost Bruins verhaal. Het bevat het motto van het gehele boek:

Het plezier in het opschrijven van wat voor je geestesoog opdoemt, …… Je niet te bekommeren om vorm, het keurslijf van het verhaal.

Je waant jezelf in een Bunuel film waarin de grenzen van de logica keer op keer worden overschreden. Het verhaal is slechts 9 pagina’s lang en we bezoeken Amsterdam, Praag, Stockholm en het Babylon van Alexander de Grote. En het mooie is dat hij bij al die existentialistische spinsels mij als lezer niet verliest. Ik reis ontspannen met hem mee en beleef wat er te beleven valt.

Het boek eindigt met de 7 gedichten uit 2009. En ook daar brengt hij mij er toe om als gedichtenleek bij zijn les te blijven. Misschien komt het doordat mijn fantasie in de voorgaande verhalen is gestimuleerd en voldoende geopend voor dit prikkelende laatste leesavontuur.

Het is een mooie afsluiting en bijna aanleiding om weer van voor af aan te beginnen.
Ik ben heel benieuwd waar Joost nu mee bezig is. Heel jammer dat hij er weer zo weinig over los zal laten.

 

 

Voor mijn beschrijving van Brillenjood zie: https://erikgveld.wordpress.com/2012/12/04/joost-bruins-brillenjood/

Advertenties

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: