Skip to content

Pierre Lemaitre – Tot ziens daarboven – 2013

29/11/2015

??????????

Pierre Lemaitre heeft in 2013 met zijn roman Tot ziens daarboven de Prix de Goncourt gewonnen. Het is de belangrijkste Franse literatuurprijs en wordt sinds 1903 jaarlijks in november uitgeloofd door de Société Littéraire des Goncourt. De oorsprong ligt in het testament van de schrijver Edmond de Goncourt (1822-1986) ter nagedachtenis aan zijn jong gestorven broer Jules (1830-1870). De winnaar krijgt slechts €10 maar haalt zijn economisch voordeel uit de boekverkopen die gemiddeld 400.000 stuks bedragen. Van het overgrote deel van de winnaars heb ik nog nooit gehoord. Slechts 5 zijn gelezen en de recente winnaars vielen tegen. De Preek over de val van Rome (2012) van Jerome Ferrari wacht nog op een tweede kans, De welwillenden (2006) van Jonathan Littell was imposant maar amper literatuur en Ik ben weg (1999) van Jean Echenoz leek een vluchtig niemendalletje. De oudere winnaars zijn daarentegen erg goed bevallen. De kust van de Syrten (1951) van Julien Gracq is magistraal in zijn somberheid en In de schaduw van de bloeiende meisjes (1919) van Marcel Proust behoeft natuurlijk geen toelichting.

Heel jammer dat bijna alle literatuurprijzen binnen hun taalgebied blijven. De Nobelprijs is een van de uitzonderingen en daarmee de bekendste internationale literatuurprijs. Het is echter een oeuvre prijs die aan een persoon wordt uitgereikt.

In Nederland bestaat sinds 2011 de Europese Literatuurprijs. De prijs creëert aandacht voor de Europese roman en is een initiatief van Academisch-Cultureel Centrum SPUI25, het Nederlands Letterenfonds, weekblad De Groene Amsterdammer, Athenaeum Boekhandel en de Stichting Lira. Naast de romankwaliteiten wordt ook de vertaling beoordeeld. Het keuzeproces begint bij uitgenodigde onafhankelijke kwaliteitsboekhandels die een longlist van 20 romans uit 10 verschillende landen samenstellen. Daaruit wordt door een jury van 5, waaronder 2 boekhandelaren, 1 criticus en 1 vertaaldeskundige, eerst een shortlist van 5 en tot slot een winnaar gekozen. Er zijn tot nu toe nog maar 5 winnaars:
2015 – Jenny Erpenbeek – Een handvol sneeuw; 2014 – Jerome Ferrari – De Preek over de val van Rome; 2013 – Emanuel Carrère – Limonov; 2012 – Julian Barnes Alsof het voorbij is; 2011 – Marie NDiaye – Drie sterke vrouwen.
Een interessant lijstje dat aanzet geeft tot heroverweging van romans die in de pers ondergesneeuwd waren. De prijs krijgt nog weinig aandacht en dat komt mogelijk door het bescheiden geldbedrag van € 10.000,- voor de schrijver en € 5.000,-  voor de vertaler.

Bij de Europese literatuurprijs staat de leeservaring centraal. Alleen een spannend verhaal is voor de jury niet voldoende. Het referentiekader van de pageturner lijkt teveel op het leven van alledag en kan daardoor niet blijven boeien. In het begin lijkt Bonita Avenue of VSV een verademing maar bij doorlezen gaat de spanning benauwen en beperken. Het is dus niet vreemd dat Tot ziens daarboven in 2014 slechts de longlist van 20 romans haalde.

De jury van de Prix Goncourt kiest voor het meest verbeeldingsvolle proza. De recente winnaars die ik heb gelezen vielen duidelijk binnen dat kader. Het was geen puur literaire kost maar veel meer vertellend leeswerk. Daardoor is het niet vreemd dat Pierre Lemaitre die prijs won.

??????????????????????????????????????????????????????????

Je hebt schrijvers en vertellers en Pierre Lemaitre hoort duidelijk bij de laatste groep. Je kunt hem bijna de Franse Peter Buwalda noemen. Hij is voornamelijk met zijn verhaal bezig. Heel slim en intelligent zorgt hij ervoor dat ieder hoofdstuk het verhaal verder brengt. Hij construeert een tijdelijke wereld waarin zijn wil wet is. Alles is van te voren schematisch uitgedacht en vervolgens uitgewerkt. De alom aanwezige schrijver spreekt vanuit het heden en observeert in de tegenwoordige tijd de gedachten en lotgevallen van zijn personages. De Eerste Wereldoorlog lijkt gisteren te zijn geëindigd en de lezer staat er met zijn neus bovenop. Nergens beleven we hoe het in het jaar 1917 werkelijk was en ook de denkkaders zijn van personages die 100 jaar later leefden.
In eerste instantie ben ik aangenaam verrast door de directheid van zijn betoog. Tot ik merk dat er geen ontknopingszinnen op mijn bladwijzer worden genoteerd en ik alleen maar met een verhaal te maken heb. Al op 1/5 deel van de 475 pagina’s gaat het gestaag doordraaiende verhaal me benauwen en krijg ik behoefte aan verstilling en verveling. Er gebeurt gewoon teveel en alle observaties worden opgeofferd aan de handeling. Het is een boek dat je binnen een week moet uitlezen en daarna meteen weer mag vergeten. Margot Dijkstra omschrijft het op de achterflap nog het best als goed gemaakt amusement. Een trage lezer als ik doet er 3 weken over en blijft te lang in de problemen van de akelige personages hangen.
Het is moeilijk te bepalen waarom ik toch doorlees en zelfs het einde haal. Omdat mijn hoofd even niet naar een ander boek staat? Omdat ik het blogschrijven wil uitstellen? Vanwege de Prix Goncourt? Of gewoon omdat ik het zonde vind van het geld. Je weet maar nooit of de duistere plotwendingen, de adembenemende omstandigheden of de groteske personages die Stefan Hertmans op de achterflap aanprijst nog gaan komen.

Als ik na afloop Pierre Lemaitre (1951) google wordt er meer duidelijk. Hij is autodidact en schrijver van scenario’s en misdaadromans. Tot hij in 2013 met zijn eerste literaire werk Tot Ziens daarboven zomaar de Prix Goncourt 2013 wint. Zijn ideale boek blijkt een verhaal van Dumas geschreven door Tolstoi. Lemaitre is vooral bekend om zijn thrillers met Commissaris Camille Verhoeven in de hoofdrol. Hij is ook een verstandig mens want hij schrijft een Eerste Wereldoorlogroman op het moment van de 100 jarige herdenking van WW1.

Jammer dat het voor mij verkeerd uitpakte want Pierre Lemaitre kan als hij het verhaal even loslaat heel mooi schrijven en observeren:

Op de scholen waar hij naartoe ging, waren alle leerlingen net als hij rijke jochies die niets kon overkomen, die gepantserd met zekerheden aan het leven begonnen en met een zelfvertrouwen dat als afzettingsgesteente was gevormd door de voorafgaande generaties welgestelde ouders.     37

 

9789401601085.img_

Het verhaal volgt 3 personen die in de laatste dagen van de eerste wereldoorlog aan elkaar worden gekoppeld. De ambitieuze luitenant Henri D’Aulnay-Pradelle ziet door het einde van de oorlog zijn promotiekansen slinken. In een laatste kans zich te onderscheiden stuurt hij 2 verkenners naar de vijand en schiet die vervolgens zelf in de rug om zodoende zijn manschappen te motiveren tot wraak. Soldaat Albert Maillard heeft helemaal geen zin om in de laatste aanval te sterven. Hij vindt de lijken van de verkenners en valt vervolgens in een granaattrechter waar hij niet meer uit kan kruipen. Luitenant Pradelle is bang dat zijn verraad uitkomt en loopt dreigend naar de rand van de trechter. Gelukkig voor Albert slaat er een granaat naast hen in en wordt hij bedolven onder de aarde. Hij kan zich niet bevrijden en lijkt te sterven. Hij wordt uitgegraven door medesoldaat Eduard Péricourt die zojuist gewond terugkruipt naar zijn troepen. Als hij klaar is met zijn heldendaad wordt hij getroffen door een granaatscherf die de onderzijde van gezicht wegslaat. Albert brengt Eduard naar het ziekenhuis en ontdekt dat hij virtuoos kan tekenen. De verminkte Eduard wil geen protheses en ook niet meer terug naar huis. Albert vindt de oplossing en verwisselt de identiteit van Eduard met die van de overleden soldaat Eugène Larivière.
Na afloop van de oorlog wil Madeleine Pericourt het graf van haar broer zien en zijn lichaam in het familiegraf begraven.  Albert kiest een dode zonder familie en ruilt de indentiteitstekenen. Als Madeleine ’s avonds het lichaam op laat graven is Luitenant Pradelle er ook bij aanwezig. Ze krijgen een relatie en trouwen na de oorlog. Madeleine is rijk en Pradelle krijgt een invloedrijk schoonvader. Hij kan een fortuin verdienen met het op orde brengen van de provisorische oorlogsbegraafplaatsen. Alle lijken worden weer opgegraven en in nieuwe kisten vervoerd naar militaire begraafplaatsen.

Albert zorgt voor de uit het ziekenhuis ontslagen Eduard en begaat zelfs een moord om in zijn morfine te voorzien. Eduard sluit zich af van de wereld, hij ligt in een morfineroes op bed of  zit voor het raam naar buiten te staren. Door de identiteitswissel krijgt hij geen invalidenuitkering en ze moeten verhuizen naar een zolder. De 11-jarige dochter Louise van de huisbaas is de enige die contact krijgt met Eduard. Ze zoekt kranten voor hem en ze maken samen maskers die hij voor zijn gezicht kan hangen. Zij geeft hem een schetsboek en heel stiekem gaat Eduard weer tekenen.

De vader van Eduard wordt steeds droeviger vanwege zijn overleden zoon en wil met Albert spreken. Madeleine  legt het contact en een zenuwachtige Albert wordt aan de deur ontvangen door de huishoudster Pauline. Het gesprek gaat goed en de vader merkt niets van de persoonsverwisseling. Hij wil zijn schuld tegenover zijn overleden zoon inlossen en geeft de burgemeester opdracht een monument voor de gevallenen voor te bereiden. Ondertussen is de offerte van Pradelle goedgekeurd en gaat hij vervolgens bezuinigen. De kisten worden kleiner ingekocht en de lijken er in gepropt. Op de nieuwe begraafplaatsen wordt begraven zonder bij te houden wie waar ligt. Er worden zelfs Duitse doden als Fransen herbegraven. De overheid krijgt argwaan en stuurt een inspecteur. Zijn schoonvader wil hem niet meer helpen en ook zijn vrouw verheugt zich op zijn ondergang.

Eduard maakt tekeningen van oorlogsmonumenten die de gevallenen van WW1 herdenken. Hij wil ze als standbeeld verkopen en met de aanbetalingen vluchten zonder de beelden te leveren. Albert gaat hij bij de bank van Pericourt werken en verduistert daar het geld waarmee ze de catalogi kunnen drukken. Als vervolgens het aanbetalingsgeld binnenstroomt verhuist Eduard naar een duur hotel en stapt over van cocaïne naar heroïne. De vader raakt op de hoogte van het bedrog en wil uit het nieuws blijven. Hij draagt Pradelle op om de schuldigen te vinden voor de media het bekendmaken. Pradelle ontdekt via de drukkerij van de folders waar ze zijn afgeleverd en laat zich vervolgens door Louise naar het hotel leiden. Op de dag dat Albert en Eduard met de buit willen vluchten rijdt de vader met zijn auto bij het hotel voor. Eduard stapt net naar buiten, wordt door zijn vader overreden en sterft. Albert vindt eindelijk de moed om zijn misdaad aan Pauline te bekennen. Ze hoeft er niet lang over na de denken en pakt haar koffers en ze vertrekken naar een ver land. Pradelle wordt aangeklaagd vanwege zijn malversaties en krijgt 3 jaar celstraf en verliest zijn gehele vermogen.

Ik wil er niet te lang over naschrijven. Een goedgeschreven boek met voornamelijk akelige personages die tegen de stroom in zwemmen. Er wordt teveel verteld en te weinig geduid. Pierre Lemaitre heeft meer een filmscenario dan een roman geschreven.

5f6df62a3fb02166ab282b46890c12e8

 

 

Mijn blog over Peter Buwalda:

https://erikgveld.wordpress.com/2012/02/10/peter-buwalda-bonita-avenue/

Advertisements

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: