Skip to content

Kristine Bilkau – De gelukkigen – 2015

25/05/2016

Bilkau_2

In de 21-ste eeuw halen de vrouwelijke schrijvers de mannen eindelijk in. Heel geleidelijk veroveren ze een breed lezerspubliek waar ik steeds vaker toe behoor. Op zich zijn er alleen maar goede en slechte boeken maar ongemerkt speelt de kennis omtrent schrijversgeslacht mee in mijn leesbeleving. Is het een vooroordeel van een oudere lezer dat niet wil slijten? Niets is zo vervelend als het pseudoniem van een schrijver een genderbender blijkt te zijn. Of te accepteren dat een schrijfster een manlijk hoofdpersonage betreedt. Vreemd genoeg heb ik met het omgekeerde geval minder moeite. Maar bij optimale transparantie heb ik er geen moeite mee om een vrouw te lezen. Is het juist een genoegen en kan het avontuur groter worden door die andere wereld te betreden. Dan blijkt opeens dat het exotische mee valt en is er niets vreemds aan de hand. Want een goede schrijver, of die nu man of vrouw is, maakt de wereld zo invoelbaar dat het de sekse overstijgt. De toename van vrouwelijke schrijvers zal ook wel in verband staan met de toename van het aantal vrouwelijke lezers. Als je de verkoopcijfers moet geloven en de samenstelling van de leesclubs interpreteert zullen er ondertussen wel meer vrouwelijke dan mannelijke lezers zijn.

Ook in mijn blog verschijnen dus steeds vaker vrouwelijke schrijvers. Zoals de Belgische Griet op de Beeck (1973)  die de hemel in wordt geprezen. Ik heb genoten van haar Vele hemels boven de zevende maar kwam toch net wat tekort voor een piekervaring. Ook de Duitse Jenny Erpenbeck (1967)  is een rijzende ster met veel potentie. Haar Handvol Sneeuw wint zelfs de in Nederland uitgereikte Europese literatuurprijs. Het boek is origineel van opzet maar mist het gevoel om me echt te verpletteren. Fijne  leeservaringen die me echter niet doen verlangen naar meer. Misschien is dat verlangen naar een volgend boek van dezelfde schrijver wel de beste graadmeter om te beoordelen hoe goed het was.

Bij het debuut van Kristine Bilkau (1974 Hamburg) voel ik dat verlangen wel. De thema’s van haar roman De Gelukkigen zijn overbekend en herkenbaar en toch wil ik meer. Ik vereenzelvig me met de personages en ben benieuwd naar een vervolg. Hopelijk gaat zij tot die groep schrijvers behoren (Julien Green, Walker Percy, Marcel Proust)  waarvan het totale oeuvre één omvattend werk is en de afzonderlijke romans de hoofdstukken daarin zijn. Ze schrijven eigenlijk keer op keer dezelfde roman. Bij het lezen kom je zo dicht bij de kern van hun bestaan dat het verhaal overbodig wordt en er niet meer toe doet. Normaal schrijf ik voor mijn blog tegelijk met het lezen aan de samenvatting van de handeling. Bij De Gelukkigen is er eigenlijk niets samen te vatten en blijft mijn bladwijzer bijna leeg. Vooral haar overbodige observaties zijn essentieel voor de beleving en niet uit de context te halen. Als bij iedere grote schrijver krijg je de indruk dat ze over haar eigen ervaringen schrijft. Zou kunnen kloppen, het enige biografische wat ik ontdek is dat ze journaliste is en met haar familie in Hamburg woont.

De gelukkigen

De celliste Isabell woont met journalist Georg in de juppenwijk van een Noord-Duitse stad. Hun ouderlijke zorg voor het 1 jarige zoontje Matti loopt als een geoliede machine. Isabell speelt ’s avonds onzichtbaar haar cellopartijen in de orkestbak van een theatergezelschap. Tijdens een solo krijgt ze kramp in haar hand en kan ze niet meer het volume doseren. Die trillende hand is het gevolg van dystonie en die aandoening heeft de carrière van menig musicus abrupt gebroken. Ze maakt zich dus zorgen maar vertelt nog niets aan Georg. Hij is de romanticus van het gezin en zit op zijn werk bij de krantenredactie droomhuizen te googelen. Hij zoekt op eenvoudige afgelegen woningen in Noord Duitsland en zelfs Ierland en schrijft voor de krant een artikelenserie over het autarkische leven. Ze worden beiden ontslagen en reageren daar verschillend op. De rationele Isabell wil beslist vasthouden aan hun elitaire leventje in de stad. De alternatieve Georg wil meteen de tering naar de nering zetten en verhuizen naar een goedkopere woning in landelijke omgeving. Hij doet alle lampen uit die Isabell voor de gezelligheid heeft aangedaan. Georg neemt tijdelijk werk aan buiten de stad en Isabell koopt voor een auditie een dure jurk. Ze gaan een huis in een provinciestad bezichtigen en rijden stilzwijgend terug naar huis. Hun perfecte relatie vertoont steeds meer barsten en ze verwijten de ander dat er geen oplossing wordt gevonden. Als de moeder van Georg plotseling overlijdt stort Isabell zich verbeten op haar cactussen die voor het raam staan. Een voorbijganger informeert wat een elektra kacheltje kost en Isabell doet de hele huisraad in de verkoop. Georg draait helemaal door van overlijdens zorgen en zijn gemiste werkdagen. Zijn moeder heeft schulden en hij weet niet of hij de erfenis moet accepteren. Toch brengt die nazorg het stel weer bij elkaar. Ze hebben hun nieuwe leven geaccepteerd en vinden een nieuw geluk in hun bescheiden verwachtingen.

127497_big

Kristine Bilkau schrijft nauwkeurig en toch gevoelvol. Ze vindt treffende details in de kleine familieaangelegenheden. De omgang met de 2 oma’s spreekt boekdelen. De vertedering die van de 1-jarige Matti uitgaat is hartverwarmend. Het is bijna een leerboek hoe liefdevolle ouders met hun baby moeten omgaan. Bilkau schrijft het meest vanuit de gedachten van Isabell. Ze mijmert mooi over haar stille  leven nu ze met de baby aan huis gebonden is. Maar ook de wereld van Georg wordt geloofwaardig en begripvol neergezet. Hij is net zo betrokken bij Matti en er is geen verschil tussen vader en moederliefde merkbaar. Hun huis wordt gerenoveerd en staat achter steigerdoek in de steigers. Het kan een schrijverstruc zijn om de kinderisolatie uit te beelden.  Want als Matti gaat lopen is de bouw klaar en komt de wereld weer binnen. Een ander lijntje is een verborgen kluis die achter het behang verborgen is. Isabell vindt hem bij het opknappen van de kinderkamer maar ze krijgen hem het hele boek niet open en de verborgen schatten blijven verborgen.

Geen echte ontknopingszinnen maar meer knappe observaties die uit elkaar vallen als ze uit het verhaal worden geknipt. De werkeloze Georg ziet de werkenden en voelt de wanhoop naderen. Hij gaat solliciteren bij een verderfelijk vastgoed ontwikkelaar en voelt dat hij zijn principes verloochent.

Ik vraag me af hoelang het hier zo kan doorgaan. Ik heb het gevoel dat ik onderwater ben. Ik duik onder, houd mijn adem in, een poosje lukt het nog, maar ik weet dat ik het niet lang meer uithoud. De toestand is eindig, begrijp je?    185

Op weg naar huis kijkt hij weer bij anderen mensen binnen…..Wandkasten vol boeken, smaakvolle hanglampen, moderne open keukens, de kleurrijke gordijnen van de kinderkamers………Al die mensen met hun veilige bestaan en hun smaakvol geschilderde muren zeggen hetzelfde: Wij kunnen het, jij niet.         189/190

Hij legt de inkomsten en de uitgaven naast elkaar om hun kosten onder controle te houden, betutteling verpakt als zorg.        191

…achter de gordijnen glinstert het overmoedige daglicht……207

Kristine_Bilkau

Voor Griet & Jenny zie ook:

https://erikgveld.wordpress.com/2016/05/07/griet-op-de-beeck-vele-hemels-boven-de-zevende-2013/

https://erikgveld.wordpress.com/2016/01/19/jenny-erpenbeck-een-handvol-sneeuw-2012/

 

 

 

Advertisements

From → literatuur

One Comment

Trackbacks & Pingbacks

  1. Juli Zeh – Ons soort mensen – 2016 | Ontknoping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: