Skip to content

Julien Green (1900-1998)

19/06/2016

Julien Green (1971) by Henri Cartier-Bresson

Bij Bol.com en daarmee in de Nederlandse boekhandel is nog maar één Nederlandstalige roman van Julien Green te koop. Het 890 pagina’s dikke Verre landen is in 2004 uitgegeven door de Geus en nog steeds nieuw te bestellen. Vreemd genoeg zijn er zelfs tweedehands geen andere romans van hem meer te koop. Bij die vertalingen van Green is het vaak moeilijk te achterhalen om welke origineel Franse titel het gaat. In het geval van Verre landen valt het mee omdat de Franse naam Les pays lointains is. Het was als een van zijn laatste romans uitgegeven in 1987 toen hij zelf 87 was. Veertig jaar geleden was het niet beter gesteld met de verkrijgbaarheid van Julien Green. Ik heb mijn 4 Julien Green romans allemaal in de ramsj gekocht. Je ziet het aan het kwaad doorgestreepte fl. prijsje gecombineerd met een tweede lager bedrag. De Slegte was natuurlijk een begrip maar meer voor de populaire ramsj en tweedehands boeken. De serieuze lezer ging naar Modern Antiquariaat Van Gennep op de Nieuwezijds Voorburgwal 330 in Amsterdam. De winkel sloot na overlijden van Rob van Gennep in 1997 en bleef leegstaan tot hij in 2014 werd gevuld met de boeken van antiquariaat Steven Sterk. Je kunt bijna zeggen dat dezelfde boekenkasten stonden te wachten op nieuwe invulling.
In een digitale wereld is er geen uitverkoop en ramsj meer. Prettig voor de uitgevers maar de lezers missen een groot genoegen. Ramsj kijken gaat niet alleen maar om het financiële voordeel. Door de tijdloze opstelling  ontsnappen titels aan de urgentie van de laatste recensie en krijgen een verdiende tweede kans. Soms vanwege een beschadigde kaft maar meestal omdat ze gewoon niet verkochten. De pech van Julien Green kan wel zijn dat hij wisselende uitgevers had en niemand zich over hem heeft ontfermd. Dat is jammer want hij had best wat meer cachet kunnen gebruiken.

Bij het kiezen van mijn 100 beste boeken (https://erikgveld.wordpress.com/2015/06/15/de-100-beste-boeken/) moesten er de nodige gevoelsmatige keuzen worden gemaakt. Het was een nuttige inventarisatie en sommige titels bleven prikkelen tot controle. Van Julien Green was er na 37 jaar maar een heel vaag gevoel overgebleven. De 4 romans stonden al buiten het dagelijks zicht in de tweede keuskast in de logeerkamer. Maar gelukkig is die ook nog op alfabet geordend en waren ze eenvoudig te vinden. Het is een groot genoegen om uit oud bezit te lezen en herlezen en in de intermezzi tussen de urgente boeken de leesschuld een beetje af te lossen.
Julien Green

Julien Hartridge Green (Parijs 1900-Parijs 1998) is een Frans/Amerikaanse schrijver. Geboren in Parijs als zoon van Amerikaanse ouders ging hij op zijn 17de als vrijwilliger tijdens WW1 naar het Rode Kruis in Italië. Na afloop van de oorlog vertrekt hij voor 4 jaar naar Virginia voor een literatuur studie. Meteen daarna keert hij in 1922 terug naar Frankrijk en publiceert in 1926 zijn eerste boek in het Frans. Hij had meteen succes en begon een productieve  schrijverscarrière met veel aanzien en prijzen. Green was geboren als protestant, werd katholiek, vervolgens boeddhist waarna hij in 1939 weer tot het katholicisme terugkeerde. Tijdens WW2 week hij korte tijd uit naar Amerika waarna hij zich definitief in Parijs vestigde. Hij bleef daar tot hoge leeftijd doorschrijven aan zijn romans en dagboeken die van 1919 tot 1998 in 19 delen zijn uitgegeven.
De boeken die ik gelezen heb zijn stuk voor stuk sombere psychologisch-realistische romans over de mens tegenover de maatschappij. Ze zijn geschreven in helder proza met grote suggestieve kracht. Zijn hoofdpersonages wisselen tussen vrouwen en mannen maar de thema’s blijven hetzelfde. We volgen buitenstaanders die continue strijd voeren tegen hun aardse zonden, seksuele verdringing, moord en verlangen naar metafysische verlossing. Het lijken wel psychologische studies in opkomende waanzin. Volgens de homofiele Green vindt alle literatuur haar oorsprong in de zonde. De sombere en bijna wanhopige lading van de boeken wordt afgezwakt door het filter van de tijd. De gehaaste zenuwachtige schrijfstijl zou bij een contemporaine schrijver toch minder acceptabel zijn.

Een bijna vergeten schrijver blijft altijd bestaan in de bijna vergeten naslagwerken. Ze zijn allemaal voorhanden want wie had ooit verwacht dat er zoiets als internet zou komen waarin werkelijk iedere vraag een snel antwoord krijgt.

In de zesde uitgave van de Oosthoeks Encyclopedie uit 1968 krijgt de toen nog levende Julien Green 15 cm kolomhoogte inclusief een foto die hij moet delen met Gunther Grass. Hij is daar een Franse schrijver van sombere psychologisch-realistische romans over de mens en zijn levensangst.

Vanwege zijn Amerikaanse staatsburgerschap haalt hij zelfs de Encyclopedia Brittannica uitgave van 1977. Hij is daarin een writer of sombre novels that show the influence of the U.S. Southern Gothic school. They deal with extremely neurotic and obsessive characters whose lives are centred on magnified trivialities.

De Moderne encyclopedie der wereldliteratuur (Gent 1963 – 1977) spreekt van een Franse schrijver wiens romanhelden worden aangegrepen door onzichtbare machten die het leven beheersen. Het kwaad vormt het kernprobleem van het bestaan en levert de mens over aan eenzaamheid, zedelijke ontluistering en tenslotte de dood. Alle romanfiguren zijn gedrevenen, haast psychopaten wier levensavontuur bestaat in een poging tot losbreken uit hun geestelijke gevangenis.

In de tweede druk van de Moderne encyclopedie der wereldliteratuur uit 1980 is de tekst tot de helft ingekort maar wel volledig herschreven door een andere auteur. De boeksamenvattingen zijn verdwenen. Zijn personages zijn allen gefascineerd door de schoonheid van het lichaam, als door een tergende onlust gedreven, in zichzelf opgesloten figuren die gebrandmerkt door de ledigheid van het dagelijks bestaan en door de onmogelijk te spreken met anderen, hun toevlucht nemen tot geweld om zich los te maken uit een wanhopige crisistoestand.  Zij proberen het voorwerp van de onrust te vernietigen.

Voor mij zijn de beeldende verhalen een combinatie van film noir en de erotische thriller die zo door Fritz Lang geregisseerd zou kunnen worden. De schrijfstijl en thematiek blijven ondanks de verstreken jaren urgent en de romans lezen vanwege de korte hoofdstukken prettig weg. Door de beperkte omvang van 100.000 woorden zijn het perfecte intermezzi om van een vorige leeservaring te recupereren en krachten te verzamelen voor het volgende literaire meesterwerk. Daarmee wil ik Julien Green niet kleineren want zijn stijl is tijdloos en hij heeft altijd iets te vertellen. De plotwendingen zijn onverwacht en voor je het merkt leef je met de personages mee. Het lijken wel eigentijdse sprookjes over de verborgen hartstochten en onvervulde wensen van de burgerbevolking. Bij Green staat het verhaal voorop en de vorm is van ondergeschikt belang. De romans lijken dan al snel op sensatie gerichte pulpromans. Maar bij een lid van de Académie Francaise die Francois Mauriac mocht opvolgen kan dat natuurlijk niet het geval zijn.

Julien Green - Adrienne Mesurat.BMP

Adrienne Mesurat is in Frankrijk in 1927 uitgegeven en werd bekroond door de Académie Francaise. Het is in 1949 in Nederlands vertaald door H. Foeken voor uitgeverij Contact. De tweede goedkope herdruk kwam uit in 1975 en mijn exemplaar verdween al in 1977 in de uitverkoop van fl. 17,50 voor 7,50. Ik heb het toen ook meteen gelezen en in 2016 herlezen.
We zitten zeer dicht op de gedachten van Adrienne en volgen de aaneenschakeling van haar hersenspinsels en drogredenen.

De 18-jarige Adrienne woont in 1908 met haar 60-jarige tirannieke vader Antoine en ziekelijke 35-jarige zuster Germaine in een stil Frans provinciestadje. Ze is temperamentvol, als de Mesurat kant van de familie, en lijdt onder de saaie sleur van haar leven. Als ze op een avondwandeling van afstand in de ogen van dokter Maurecourt kijkt wordt ze op slag verliefd. Ze probeert hem tevergeefs opnieuw te ontmoeten en bespiedt iedere avond zijn huis. Haar zus verklapt dit aan haar vader en ze krijgt huisarrest. De zus verlaat om gezondheidsredenen het huis en Adrienne blijft alleen met haar gepensioneerde vader achter. Ze gaat stiekem op bezoek bij de overbuurvrouw Mme Legras en haar vader is woest als hij er achterkomt. Het komt tot een handgemeen, hij valt voorover van de trap af en sterft ter plekke. Adrienne gaat niet kijken en kruipt in bed voor een slapeloze nacht van afgrijzen en afzien. De volgende ochtend vindt de huishoudster het lichaam en roept Adrienne. Zij houdt zich onwetend en laat Mme Legras komen die alles voor haar regelt. Adrienne ondergaat alles gelaten en zelfs als de dokter het lijk komt schouwen interesseert hij haar niet meer. Na de begrafenis gaat ze dagelijks op de koffie bij Mme Legras die ze vanwege haar praatzucht eigenlijk helemaal niet mag. Als Mme Legras 3 dagen weg is hoort Adrienne in het dorp dat zij een prostituee is. Al haar houvast wordt weggeslagen en Adrienne pakt meteen haar koffer. Ze vertrekt met de eerste trein naar een willekeurig hotel maar reist na een lunch door naar een volgend stadje. Ze huurt opnieuw een kamer waar ze heel impulsief een anonieme liefdesbrief aan dokter Maurecourt stuurt. Na een uitputtende wandeling valt ze in slaap en wordt na een nachtmerrie wakker. Ze durft niet meer terug naar bed en valt neer op het tapijt.
Weer thuis heeft ze eindelijk aandacht voor de condoleance brieven van haar vader en vindt er een van dokter Maurecourt. Blij gaat ze wandelen en bij terugkomst krijgt ze een bezoek van de zuster van de dokter. Ze woont bij haar broer en biedt aan om Adrienne te helpen. Tot ze merkt dat ze bevriend is met Mme Legras. Adrienne valt flauw en de dokter wordt gehaald. Ze verklaart hem haar liefde maar hij weigert en zegt dat hij nog maar 2 jaar te leven heeft. Mme Legras komt langs met geldzorgen en Adrienne leent haar al haar contante geld waarna ze met de noorderzon verdwijnt. Adrienne verlaat ‘s avonds haar huis en loopt in een roes naar het naburige stadje waar ze wordt aangesproken maar haar naam niet meer weet.

Julien Green - Duistere driften.BMP

In Frankrijk uitgegeven in 1929 als Léviathan en in 1982 door Marie Romijn en Hannie de Wit vertaalt voor Loeb uitgevers als Duistere Driften. Al in 1983 in de uitverkoop gekocht voor fl. 6,90 en pas na 32 jaar in 2015 gelezen.
Green laat ieder hoofdstuk vanuit het onbekende beginnen. Langzaam vormt zich het beeld van de desolate situatie waarin Paul zich bevindt. Maar ook de andere dorpelingen zitten even wanhopig opgesloten in hun leven. Ieder leven wordt geduid alsof het een psychologische studie is. De verbittering blijkt alom en wordt beklemmend beschreven. Is er een slechtere titel mogelijk? Leviathan is een bijbels zeemonster.

Paul Guéret vestigt zich in een stil Frans stadje. Hij ontmoet heimelijk Angèle en biedt haar een ring aan. Na een avondmaaltijd in het eethuis van Mme Londe gaat hij naar huis waar zijn vrouw Marie hem opwacht met vervelende vragen. Paul is bij de familie Grosgeorge in dienst als privéleraar voor hun zoontje André. De moeder van André is erg teleurgesteld in het leven en nooit tevreden. De vader is meer ontspannen en neemt hem in vertrouwen over zijn buitenechtelijke escapades. Als hij aan Paul een brief van zijn liefje voorleest heeft deze dezelfde aanhef als de brieven die Paul van Angèle krijgt. Ook de andere eters van het restaurant van Mme Londe blijken omgang met Angèle te hebben. Mme Londe verhuurt haar aan de gasten en voorziet zo in haar levensonderhoud. Paul is de enige die echt van Angèle houdt en geen omgang met haar heeft. Hij wordt kwaad op haar en klimt tijdens een slapeloze nacht als een steile wand klimmer naar haar slaapkamer. Haar bed is leeg en hij laat er zich uitgeput op neervallen. Als Mme Londe onraad schreeuwt vlucht hij weg met een kussensloop als enige buit. Hij gaat niet naar huis maar valt in een bosje in slaap. De volgende ochtend zoekt hij Angèle op en sleept haar mee naar de rivier waar hij haar met een stok in het gezicht slaat en voor dood achterlaat. Paul vlucht weg en doodt een oude man die hem in de weg loopt.
In het tweede deel 2 springt het verhaal naar drie maanden later. Paul is nog steeds voortvluchtig en Angèle blijkt nog te leven. Ze heeft Paul niet aangegeven bij de politie en woont met een verminkt aangezicht nog steeds bij Mme Londe. Ze toont haar gezicht aan het jongere buurmeisje Fernande die door Mme Londe wordt klaargestoomd om Angèle op te volgen. Fernande kijkt verschrikt, kan geen woord uitbrengen en Angèle stort snikkend in haar schoot neer.
Als Mme Grosgeorges van de misdaden hoort moet ze meteen aan Paul denken. Ze ziet in hem een geestverwant die ook niet overweg kan met de teleurstellingen van het leven. Ze zoekt de plek van de misdaad op en ziet Paul in de verte lopen Ze schreeuwt hem een ontmoetingsafspraak na en beleeft een wanhopige dag van wachten en verwijten. Paul komt niet opdagen en als ze weer thuis komt staat Angèle voor haar deur. Ze vraagt werk of geld maar hoopte natuurlijk haar man te spreken. Mme Grosgeorges wil haar alleen helpen als ze haar gezicht toont en bekent dat Paul de dader is. Angèle weigert en ontmoet op weg naar huis Paul die niets van haar verminking wist. Hij vraagt om vergeving en stelt voor de volgende avond samen te vluchten. Angèle stemt in en Paul gaat naar Mme Grosgeorges om geld te vragen. Deze verstopt hem in haar tuin en laat hem ’s avonds heimelijk binnen voor eten, slapen, nieuwe kleren en geld. Ze geeft hem 300 francs en komt tot de conclusie dat ze verliefd op hem is. Paul bekent echter van Angèle te houden en zij stelt de liefde op de proef door Angèle te berichten dat Paul bij haar is. Mme Londe onderschept het briefje en gaat naar de politie. Fernande komt Paul namens Angèle waarschuwen maar kan niets meer uitrichten. Mme Grosgeorge schiet zichzelf neer met een revolver en Paul wordt gearresteerd. De zieke Angèle gaat naar de met Paul afgesproken plek en valt bewusteloos neer. Als ze terug komt op haar kamer sterft ze van ellende.

Julien Green - Moïra.BMP

Moïra werd in 1950 in Frankrijk uitgegeven en in 1975 door Matthieu Kockelkoren voor de Arbeiderspers vertaald. Mijn exemplaar kwam in 1978 in de uitverkoop waar ik het voor fl. 7,50 kocht. Ik heb het meteen na aankoop gelezen en in 2015 nog een keer. Een indringend en direct boek over geloof en woede. Green schrijft niet opvallend mooi en blijft in hoofdzaak bij zijn verhaal.

De 18-jarige Joseph komt in 1920 vanuit de bergen naar een universiteit in het zuiden van de USA. Hij is streng gelovig opgevoed en wil oud Grieks leren om het nieuwe testament in zijn oorspronkelijke taal te lezen. De naakte Griekse beelden in de zuilengalerij van de universiteit durft hij amper te bekijken. Hij heeft een kamer gehuurd bij Mrs. Dare en hoort zijn kamergenoten over een huis van vertier praten. Hij stopt met zijn studie Engels omdat hij de seksuele insinuaties van Shakespeare niet kan verdragen. Joseph walgt van iedereen, van de wereld en vooral van zichzelf. Alleen bij mede gelovige David kan hij troost en vriendschap vinden. Ze voelen zich samen uitverkoren in hun geloof en knielen neer om te bidden. Joseph houdt zijn godsgeloof in stand door steeds duidingen te zien van de inbreng van god. Na een vernederende corveebeurt in de cafetaria, tussen de vloekende ruwe medestudenten, besluit hij hen te gaan redden en het woord van god te gaan verkondigen.
Na 10 dagen begint deel 2 met de komst van Moira die het nichtje is van Mrs. Dare. Ze is knap en avontuurlijk en Joseph bewoont haar kamer omdat ze tijdelijk op een andere school zit. Hij kan haar niet vergeten en verhinderen om over haar te fantaseren. Als hij bedenkt hoe zij in het zelfde bed heeft gelegen gaat hij op de grond slapen. Joseph accepteert het aanbod van David om een kamer in zijn huis te huren. Hij vergeet zijn trui en gaat terug naar zijn oude kamer waar Moïra weer woont. Ze is vrijpostig en uitdagend en plant zich nog steviger in Joseph’s gedachten.
De medestudenten halen een grap met Joseph uit door Moïra onverwacht op zijn kamer te posten. Ze weigert te vertrekken en stopt de sleutel tussen haar borsten. Joseph negeert haar en gaat lezen terwijl Moïra een brief naar haar vriendin schrijft. Als ze er genoeg van heeft krijgen ze ruzie en Joseph verliest zijn zelfbeheersing. Hij verkracht haar en merkt dat ze er zelf na enige tijd mee instemt. Als ze wakker worden vermoordt hij haar en begraaft het lichaam in het bos. Het sneeuwt en de sporen worden uitgewist. Joseph loopt als een zombie over het universiteitscomplex. Hij slaat een aanbod om te vluchten af en keert terug naar zijn kamer. Daar is David een en al begrip maar hij kan hem niet helpen en Joseph wordt in de laatste zin door de politie staande gehouden.

Julien Green - De slechte plek.BMP
Le mauvais lieu is in 1977 in Frankrijk uitgegeven en in 1982 door Pieter Janssens voor Gottmer vertaald. Mijn exemplaar kwam wegens een beschadigde kaft voor fl. 9,90 in 1984 de uitverkoop. Ik heb het pas in 2015 gelezen.

De jonge voluptueuze weduwe Gertrude heeft haar 13 jarige nichtje Louise in huis genomen. Als Gertrude in het park door een vreemde man onkuis wordt aangesproken blijft ze over het voorval nadenken. Ook de beeldschone Louise raakt geobsedeerd door de mannen. Ze beloert de stratenmakers voor de deur en kruipt naar zolder om vanuit het dakraam beter zicht te krijgen. Tante en nicht zijn in een beklemmend ritueel aan elkaar overgeleverd. De overbezorgde Gertrude kan haar liefde voor haar nichtje alleen maar in strengheid tonen. Beiden bekijken in afzondering hun naakte lijven voor de spiegel en fantaseren zich een slag in het rond.
Gertrude houdt een wekelijkse ontvangst voor de notabelen van haar dorp. De weduwnaar Crochet komt altijd als eerste en hij snoept gretig van het gebak. Hij heeft een zwak voor jonge meisjes en bezoekt een keer per maand het plaatselijk bordeel. Gustave, de oudere en rijke broer van Getrude, is ook op het feestje en hij waarschuwt Crochet om van Louise af te blijven. Hij heeft namelijk zelf een oogje op zijn nicht en biedt Brochet een baan in een andere stad aan om hem te laten verdwijnen. Als Brochet wordt bestolen loopt hij wanhopig door de nachtelijke stad op zoek naar een fee en denkt een glimp op te vangen van de ongrijpbare Louise.
De volgende ochtend bezoekt hij Gertrude en zij probeert hem in haar peignoir te verleiden. Haar broer komt langs en vertelt dat ze haar vermogen heeft verloren. Hij belooft haar financieel te ondersteunen mits ze Louise aan hem afstaat. Gustav zoekt een kostschool voor Louise en als hij haar zijn voornemen vertelt raakt ze compleet overstuur en praat wezenloos over een verblijf in het paradijs. Alleen de meid kan haar met een paar flinke oorvijgen weer terughalen. Marthe Réau komt Louise halen voor de kostschool dat op een paradijselijk landgoed is gehuisvest en 30 aristocratische meisjes opvoedt. Oom Gustave kan niet wachten tot Louise oud genoeg is om haar in huis te nemen. De kostschool en Gertrude deon er alles aan om te voorkomen dat hij zijn kans krijgt. De leraressen lijken veel op lesbiennes die met moeite weerstand bieden aan de onschuldige charmes van Louise. De kostschool raakt tijdens kerstmis ingesneeuwd en Louise wordt waanzinnig verliefd op haar begeleidster Marthe Réau. Het is een onmogelijke liefde en tijdens een sneeuwbui verlaat Louise de kostschool zonder sporen achter te laten. Laatste zin: Het had geen enkele zin, het kind te zoeken op de duistere wegen van onze wereld. De onschuld was verdwenen in wat er de meeste gelijkenis mee vertoonde: in de sneeuw. 

 

 

 

Advertenties

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: