Skip to content

Juli Zeh – Ons soort mensen – 2016

21/12/2016

Die Schriftstellerin Juli Zeh posiert am Dienstag (10.12.13) in Berlin für den Fotografen. Foto: Axel Schmidt/

Juli Zeh is de derde ‘jonge’ Duitse schrijfster die ik in 2016 lees. Het begon met Een handvol sneeuw van Jenny Erpenbeck (1967 Oost Berlijn) en even later volgde De Gelukkigen van Kristine Bilkau (1974 Hamburg). Erpenbeck schrijft daarna nog een urgent boek over asielzoekers maar ik kies voor de variatie. Beter kennismaken met 3 verschillende schrijvers dan met 3 boeken uit dezelfde geest. Eén lovende recentie in de Volkskrant over Ons soort mensen van Juli Zeh (1974  Bonn) was nog niet overtuigend. Pas toen de Trouw in lofuiting overtroefde ging ik kijken hoe het boek eruit zag. Uitgever Ambo/Anthos heeft er een prachtig ‘vasthoudboek’ van gemaakt. Mooi gebonden en niet te dik ondanks zijn 670 pagina’s. Daarmee was de aanschaf van mijn derde Duitse schijfster in 2016 een feit. Ik stopte met mijn 3 onderhande zijnde boeken en begon verwachtingsvol te lezen. De dames kunnen alle drie goed schrijven. Om toch een vluchtig en subjectief onderscheid te maken is Erpenbeck het hoofd, Bilkau het hart en heeft Zeh een beetje van beiden. Hun portretfoto’s vertellen eenzelfde verhaal. De Duitse factor zit hem misschien in hun stille en nauwkeurige manier van observeren. Onverschrokken en met open ogen treden ze de wereld tegemoet.

Juli Zeh is met Bilkau de jongste (42 jaar) maar overklast haar collegas in ervarenheid. Ze debuteerde al op 27 jarige leeftijd en schreef, naast toneelstukken, reisverslagen, kinderboeken en essays, al 6 romans. Haar onderwerpkeuze is filmisch en zou zo door Leon de Winter bedacht kunnen zijn. In Adler und Engel (2001) gaat een advocaat op onderzoek waarom zijn vriendin zelfmoord pleegde. Spieltrieb (2004) volgt 2 hoogbegaafde 14-jarige scholieren die alle compassie uitschakelen. In Schilf (2007) moet een vader een moord plegen om zijn ontvoerde zoon vrij te krijgen. Corpus Delicti (2009) is een toekomstroman waarin een autoritair regime een streng gezondheidsregime handhaaft. Nullzeit (2012) beschrijft een driehoeksverhouding van een getrouwde actrice die tijdens een vakantie een relatie met haar duiker krijgt. En dan nu in 2016 Ons soort mensen of in het Duits Unterleuten. Het speelt zich af in het fictieve landelijke dorp Unterleuten gesitueerd in voormalig Oost Duitsland. De komst van een windmolenpark geeft ruim voldoende mogelijkheid tot maatschappij duiding. De verhaallijn is een beetje een kruising tussen de burgelijkhede Herman Koch van het Diner en de natuuractivist Jonathan Franzen van Freedom.

Ons soort mensen is een omvangrijke roman geworden met 670 pagina’s. Maar Zeh gaat veel verder dan haar tekst. Ze heeft er een multi media gesamtkunstwerk van gemaakt met een eigen homepage (http://www.unterleuten.de/). Jammer dat ik hem pas na afloop bij het schrijven van deze blog ontdekte. Er staat een interactieve stadplattegrond op waar door op een perceel te klikken een bewonersbiografie kan worden geopend. Ook heeft ze het lijfboek Mein Erfolg van het paardenmeisje onder het pseudoniem van Manfred Gorts geschreven en uitgegeven. Die gedegen aanpak spreekt boekdelen over haar inzet. Zeh geniet duidelijk van haar virtuele wereld en gaat tot het uiterste. Het project krijgt nu opnieuw een uitbreiding omdat de ZDF er een tv serie van wil maken.

ons-soort-mensen

Het dorpje Unterleuten in Brandenburg ligt in een landelijk enclave ten westen van Berlijn. Het is 2010 maar de tijd staat stil. De 122 huishoudens lezen geen krant, kijken weinig televisie en hebben geen internet. Er zijn geen winkels en voor de eerste levensbehoeften is er een ruileconomie van diensten en moestuinproducten. Vlak bij het dorp ligt een beroemd vogelreservaat waar de laatste 20 kemphanen overwinteren. De oorspronkelijke inwoners van het dorp zijn verdeeld in 2 kampen. Het eerste wordt aangevoerd door Gombrowski. Hij was als hereboer in 1948 zijn grond kwijtgeraakt aan het Communisme en heeft zich vervolgens omhoog gewerkt in de landbouwcoöperatie Gute Hoffnung. Na de Wende kan hij het bezit bij elkaar houden en als amper rendabele bv voortzetten. Zijn tegenspeler is de communist Kron die als arbeider bij Gute Hoffnung zijn ondergeschikte was en nu alles doet om hem het leven moeilijk te maken. Kron wordt afgekocht met een bos aan de rand van het dorp waar hij gaat wonen. Twee jonge importstellen zorgen voor de moderne tijd. Een milieubeschermer is met zijn veel jongere vrouw Berlijn ontvlucht en werkt als vogelwacht in het aangrenzende kemphanenreservaat. Het andere stel is een doortastende paardenfluisteraarster die aan huis een manege wil beginnen. Haar man is een volgzame computernerd die door de week in Berlijn bij zijn broer werkt. De laatste grote speler is een Beierse projectontwikkelaar die vanwege de lage grondprijzen grote hoeveelheden land rondom Unterleuten heeft opgekocht.

Op pagina 125 belanden we bij een voorlichtingsavond in het dorpscafe waar dhr. Pilz van Vento Direct de windmolenplannen van de overheid uiteenzet. Er is veel weerstand maar de professional Pilz is wel wat gewend en doorstaat emotieloos de commotie. De energieafspraken van de overheid moeten gehaald worden. Het gaat om groot geld. De eigenaar van de grond krijgt pachtgeld van € 15.000 per molen per jaar. De gemeente  krijgt € 15.000 per Mw wat bij 10 molens neerkomt op € 150.000 per jaar. Voor die windmolens is een perceel van 10 ha nodig. Gombrowski en de projectontwikkelaar hebben beiden in het plaatsingsgebied 8 ha. Het tussenliggende perceel is van het paardenmeisje Linda en slechts 2 ha groot. Gombrowski kan met de inkomsten uit de windmolens zijn landbouwbedrijf weer rendabel maken. Hij bezoekt Linda die dan pas doorheeft dat ze ook daar een stukje grond heeft. Haar bouwvergunning voor de manege is afgewezen door het vogelreservaat en ze ziet meteen haar kans. Ze spreekt met Gombrowski af dat zij zal verkopen als hij een bouwvergunnig voor haar regelt. Meteen daarna ontmoet ze de projectontwikkelaar die een ruil voorstelt met een aan haar huis grenzend perceel van 4 ha en een handgeld van € 50.000.

Het verhaal komt in een stroomversnelling als de 6-jarige kleindochter van Kron verdwijnt. Er wordt door de dorpsbewoners een zoektocht georganiseerd om het bos uit te kammen. Gelukkig komt het meisje laat op de avond tevoorschijn uit het kattenhuis van de buurvrouw van Gombrowski. Volgens de dorpsroddel heeft hij een buitenechtellijke relatie met de buurvrouw en Kron beschuldigt hem van de ontvoering. Men gooit zijn ruiten in en het komt tot een vechtpartij tussen Gombrowski en Kron. Het paardenmeisje komt tussenbeide en voorkomt erger. Ze krijgt haar bouwvergunnig en verkoopt haar grond aan de ontwikkelaar. Haar man vreest de afkeuring van het dorp en rijdt kwaad van de notaris naar huis. In het bos waar zijn vrouw altijd de bocht afsnijdt krijgt hij een auto ongeluk. De kattenmevrouw draait door en wordt opgenomen. De echtgenote van Gombrowski verlaat hem en hij pleegt zelfmoord in de waterput van het dorp. Hij geniet vooraf van het idee dat het hele dorp zijn lichaamssappen zal drinken. De natuurbeschermer wordt agressief en slaat zijn buurman het ziekenhuis in vanwege opzettelijke rookoverlast. Het blijft onduidelijk of de windmolens geplaatst worden en wie ervan zal profiteren.

940full-juli-zeh

Mijn samenvatting is natuurlijk erg beknopt. In de 670 pagina’s is plek voor meer personages en zelfs een heuse moordgeschiedenis. Kron heeft een dochter die met haar man en dochtertje in het dorp woont. Gombrowski heeft een criminele autohandelaar in het dorp gehuisvest en beinvloedt de burgemeester. Het wordt allemaal perfect uit de doeken gedaan. Naast de personages speelt het dorp zijn eigen rol. De bewoners praten niets uit maar motiveren elkaar door daden. Als de burgemeester wil dat zijn buurman minder vaak gras maait plaatst hij zijn auto in de route van de tankauto die de beerput moet legen. Die buurman hakt vervolgens een boom om die weer zijn weg verspert. Daden zijn duidelijker dan woorden. De waarheid is toch maar multi uitlegbaar. Of zoals Zeh schrijft:  De waarheid was niet wat er daadwerkelijk was gebeurd, maar wat de mensen aan elkaar vertelden. (433)

Juli Zeh leidt ons vanzelfsprekend rond en springt per hoofdstuk naar de gedachten van een andere inwoner. Ze weet iedereen inlevend te duiden met typerende denkdetails. Haar hersens zijn een geoliede machine die geen haperingen toestaat. Maar die originele vertelstructuur heeft ook zijn keerzijde. We springen van geest tot geest, leren iedereen kennen maar binden ons aan niemand. Ik kan met iedereen meeleven maar kies geen partij in het dorpsleven. Ze mogen het van mij lekker samen uitzoeken en wie de moord heeft gepleegd is wel het laatste waar ik benieuwd naar ben. Iedereen handelt misschien wel te vanzelfsprekend vanuit zijn eigen situatie. Echte slechteriken of onschuldigen zijn daardoor niet mogelijk.  Hoe heerlijk zou het zijn als het verhaal vanuit een alomtegenwoordige verteller werd verteld. Eentje die in de hoofden van alle personages kan kijken. Zoals George Eliot bij haar landleven roman Middelmarch (1871) deed. Maar misschien is het wel een onredelijk wens om van een hedendaagse schrijver de stijl van een 19de eeuwer te verlangen. Vertellers zijn ouderwets en we kunnen blij zijn dat Zeh haar handeling tenminste nog chronologisch vertelt en alleen in de gedachten van haar personages naar het verleden gaan. Het leven in Unterleuten is toch meer een kwestie van volhouden en hard werken. Voor de liefde is daarin weinig plaats.

Het boek staat vol met rake observaties die heel vanzelfsprekend weglezen. Ieder karakter heeft een denkkader met eigen waarheden. Slechts een paar voorbeelden om de smaak vast te houden.

Voor Jule was Gerards geestdrift een middel tegen de dreigende informatienarcose van de vroege eenentwinstigste eeuw.         25

De onlangs schoongemaakte tegelvloer voelde koel onder haar voeten, iedere stap was een kleine triomf.       48

Tijdens de laatste etappe van zijn rit zag Konrad Meiler hoe het landschap zichzelf afschafte. Bossen trokken zich terug, heuvels vlakten af, rivieren verzandden, kleuren verbleekten. Hij haatte Pruisen.     53   (Konrad komt uit Beieren)

Schallers arbeidsbestaan had uit een gecompliceerd netwerk van contacten ontstaan, dat aan de randen van de legaliteit was gespannen.       83

Toch ervoer hij de ouderdom nog altijd als een horizon waar je je op af bewoog zonder hem ooit te bereiken.       291

Frederik had de nieuwe wondermachine bij een spciaalzaak in Potsdam besteld, waar even bloemrijk over koffiesoorten en koffiemachines werd gesproken als elders over moderne kunst.       315

De eeuwige pubers wilden alle opties openhouden, om zich er vervolgens over te verbazen dat ze geen idee hadden wat ze met hun leven wilden.    488

autorenbild-thomas-muller

 

Voor Jenny Erpenbeck en Kristine Bilkau zie:

https://erikgveld.wordpress.com/2016/01/19/jenny-erpenbeck-een-handvol-sneeuw-2012/

https://erikgveld.wordpress.com/2016/05/25/kristine-bilkau-de-gelukkigen-2015/

Advertenties

From → literatuur

One Comment

Trackbacks & Pingbacks

  1. Zeh: Ons Soort Mensen – Schermen met Geletterdheid

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: