Skip to content

Marcel Proust 5 – De gevangene – 1923

28/03/2017

Weinig schrijvers krijgen van mij zoveel krediet als Marcel Proust.  Hij lijkt een beetje op een ver familielid die je geduldig en begripvol tegemoet treedt wanneer je eenmaal per jaar op visite gaat. In je herinnering is het een aardige en ontwikkelde man waar je veel van hebt geleerd. Bij de ontmoeting blijkt dat hij gedeeltelijk door de tijd is ingehaald. Bepaalde facetten van zijn gedachtegoed zijn ouderwets en soms incorrect. Maar voor familie wordt veel met de mantel der liefde bedekt. Vooral als er sprake is van een overdadige woordenstroom waar zoveel meer te waarderen valt. Door je zo min mogelijk te storen blijft de sfeer goed en keer je tevreden terug naar huis. Blij dat de visite geslaagd is en de relatie in stand blijft. Tevreden dat de aangegane verplichting voor een jaartje is vervuld en je weer tot de orde van de dag kunt overgaan.

Ik herlees ieder jaar één deel van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust (1871-1922). Tegelijkertijd bewerk ik de aantekeningen van het vorige deel tot een blog. Het is een fijn ritueel om die verloren tijd weer levend te maken. Proust lezen is een oefening in onthaasting en concentratie. Bij de eerste pagina’s zijn de lange zinnen nog stroef en moeten regelmatig worden overgelezen tot de inhoud wordt begrepen. Maar geleidelijk aan ga ik me verheugen op die korte meditatie momenten. Ik kan per dag niet meer dan 3 x 6 pagina’s aan. Het is een mentale fitnesstraining waarbij de geest opfrist en zich optimaal opent. Omdat het verhaal amper van belang is kun je lekker haastloos alle zijsporen en associaties volgen. Deel 1 van De gevangene beschrijft slechts een paar dagen van Marcel die nu voor het eerst ook bij naam wordt genoemd. Hij woont in zijn ouderloze huis samen met zijn vriendin Albertine. Zijn geest schakelt volkomen willekeurig tussen voorvallen, gedachten en associaties. Van zin tot zin volg je zijn gedachtestroom en je weet nooit wanneer de beloning komt. Het wonder van de onthulling en ontknoping kan bij iedere volgende zin geschieden. Deze latere Proust vraagt wel meer aandacht. Zijn uitweidingen nemen de overhand en lijken soms zo ondoordacht dat je denkt een drukproef te lezen. Redigeren was vroeger in de analoge wereld een tijdrovende bezigheid van schrijven en overschrijven. Proust werkte vanwege zijn gezondheid onder tijdsdruk en stierf vlak nadat de laatste regel geschreven was. Hij streepte veel door en plakte stroken in zijn manuscript voor de tussengevoegde zinnen. Dit vijfde deel (van zeven) werd in 1923 één jaar na zijn dood uitgeven.  Het is pas 70 jaar later door Thérèse Cornips voor de Bezige Bij vertaald en voor de eerste keer in 2 delen in 1991 en 1993 uitgegeven met de mooie omslagen van Wout Muller. Ik kreeg ze tegelijk in 1995 van Sinterklaas en heb ze een paar jaar later gelezen. Het zijn dunne boeken van respectievelijk 191 en 245 pagina’s. Ze werden later, toen de serie compleet vertaald was net als in het Frans in één boek uitgegeven.

We worden met het hoofdpersonage Marcel wakker in zijn ouderlijk huis in Parijs. Hij kan aan de straatgeluiden horen wat voor weer het is. Zijn ouders zijn met vakantie in Combray en zijn vriendin Albertine woont bij hem in. Zij mag hem ’s ochtends niet storen en is al weg met haar vriendinnen. Ze hebben een liefdesrelatie maar nu zij volledig in zijn bezit is kan hij niet meer van haar houden. Hij wordt jaloers als ze alleen de deur uitgaat en is bang voor overspel. Marcel gaat naar zijn buurvrouw Duchesse Guermantes voor kledingtips die hij voor Albertine kan laten maken. De gravin coquetteert met haar boerse uitspraak en heeft alle tijd voor Marcel. Op weg terug naar huis komt hij op de binnenplaats Baron de Charlus en de violist Charlie Morel tegen. De heren overwegen dat een huwelijk van Morel met de nicht van Jupien een goede dekmantel zal zijn voor hun homofiele relatie.
Als Albertine thuis komt vraagt hij aan haar vriendin Andrée waar ze geweest zijn en wie ze hebben ontmoet. Albertine valt vermoeid van de dag op zijn bed in slaap en hij kan volledig van haar genieten. Zijn jaloezie verdwijnt en hij ziet een andere Albertine dan degene die hij zich herinnerde. Als hij later hoort dat zij de volgende avond naar de soiree van Mme Verdurin wil gaan komt zijn jaloezie weer terug. Marcel probeert de visite te voorkomen omdat hij vermoedt dat de dochter van de componist Vinteuil speciaal voor haar ook komt. Hij haalt Alberine over om naar het matinee in het Trocadéro te gaan.

Marcel ontwaakt opnieuw en hoort in de geluiden van de straatverkopers aria’s van opera’s. Albertine komt bij hem en ze praten op de manier van verliefden terwijl ze dat niet meer zijn. Ze bedenken maaltijden die ze van de aangeboden waar kunnen bereiden. Albertine vertrekt naar het matinee en Marcel gaat voor het raam staan en wordt van afstand verliefd op de passerende dienst- en winkelmeisjes. Hij vraagt aan huishoudster Françoise om ze waar mogelijk naar zijn kamer te sturen. Een melkmeisje valt van dichtbij tegen en hij verzint een boodschap voor haar. Daarvoor zoekt hij een adres op in de Figaro en ontdekt dat Lea optreedt bij het matinee waar Albertine naar toe gaat. Meteen slaat zijn jaloezie weer toe en hij pijnigt zijn geheugen over eerdere ontmoetingen tussen Lea en Albertine. Hij geeft huishoudster Françoise opdracht om Albertine bij hem te brengen onder het mom dat hij onwel is geworden. Ze telefoneren al snel dat ze eraan komen en Marcel is weer even gerustgesteld. Hij neemt achter de piano plaats en speelt de Sonate van Vinteuil. Hij herkent daarin Wagners Tristan en mijmert nog wat door over de grootheid van de meester van Bayreuth. Als Albertine thuiskomt gaan ze meteen uit rijden en Marcel realiseert zich wat hij allemaal mist door zijn relatie met Albertine. Hij kan daardoor niet naar Venetië en alle meisjes op straat zijn onbenaderbaar. Maar hij realiseert zich ook dat die meisjes juist mooi worden doordat hij gebonden is aan Albertine. Aan het eind van deel 1 sterft de schrijver Bergotte terwijl hij voor Het gezicht op Delft van Vermeer zit en naar het gele stukje muur kijkt. Marcel realiseert zich dat hij net zo gelaagd moet schrijven als Vermeer schilderde.

Marcel laat Albertine thuis achter en gaat naar de soiree van Mme Verdurin. Hij komt eerst Charlie Morel tegen die erg bedroefd is over zijn verloving met het nichtje van Jupien en zijn relatie met Baron de Charlus. Vervolgens ontmoet hij de tekstgeleerde Brichot die nu ondanks de oogoperaties bijna blind is. Ze worden aangesproken door Baron de Charlus die schaamteloze grapjes maakt over hun vermeende homofiele relatie. De baron is een oude uitgebluste man geworden die opvallend te koop loopt met zijn geaardheid. Zijn voornaamste bezigheid is het promoten van zijn protegee Charlie Morel. Het feit dat Morel ook vrouwelijke relaties heeft maakt hem niet jaloers maar geeft juist meer glans aan zijn liefde. De door Charlus geïntroduceerde vrienden die naar Morel komen luisteren hebben geen ontzag voor Mme Verdurin en overheersen haar soiree. Morel speelt een septet van Vinteuil en Mme Verdurin gaat er met een air speciaal voor zitten. Ze wordt genegeerd en alleen de koningin van Napels is aardig en geïnteresseerd in haar. Marcel wordt weer jaloers als hij hoort dat de dochter van Vinteuil heeft afgezegd en denkt dat het vanwege Albertine’s afwezigheid is. Mme Verdurin is kwaad op Charlus en probeert hem en Morel uit elkaar te drijven. Alleen vriendschappen binnen haar salon zijn toegestaan en daarbuiten mag er niets meer gebeuren. Ze vindt dat Morel moet kiezen tussen haar en de baron. Brichot en Marcel moeten de baron aan de praat houden zodat zij Morel kan bewerken. Hij is zo onder de indruk van haar argumenten dat hij meteen afstand van Charlus neemt. Deze is verbijsterd en zou in eigen kringen als een razende tekeer zijn gegaan. Nu als aristocraat onder burgers kijkt hij beteuterd om zich heen en wordt gered door de koningin van Napels. Zij is teruggekomen voor haar vergeten waaier, herkent Mme Verdurin niet meer en kiest resoluut partij voor haar eigen aristocratische milieu.  Charlus kan geen wraak op de Verdurins nemen want hij krijgt even later een longontsteking en zweeft wekenlang dicht bij de dood. Hij verliest zijn scherpe randjes en zijn teloorgang zet door.
Marcel is tevreden dat Albertine thuis op hem wacht maar vindt het ook vervelend om niet in een leeg huis terug te keren. Albertine is kwaad dat Marcel alleen naar Mme Verdurin is gegaan en ze krijgen woorden over zijn  jaloerse insinuaties omtrent Mle Vinteuil. Albertine verspreekt zich dat ze soms vrij wil zijn en Marcel probeert zijn pijn te maskeren door de liefde te beëindigen. Hij zegt dat ze vanavond al afscheid moeten nemen en zij de volgende ochtend zonder hem te zien moet vertrekken. Hij speelt blufpoker want hij wil juist dat ze het weer goedmaken. Hij houdt het lang vol en pas als Albertine echt denkbeeldig afscheid neemt van haar kamer komt hij met het voorstel om het nog een weekje aan te zien. Ze gaan terug naar hun kamers en als Marcel haar 5 minuten later opzoekt is zij al in slaap gevallen. De volgende ochtend wordt het oude leven van bezitten en jaloezie doorgezet. Marcel denkt weer over Venetië en Albertine houdt van hem als de onschuld zelf. De winter gaat voorbij en het komt weer goed tussen hen. Als Marcel plannen gaat maken om zonder afscheid naar Venetië af te reizen blijkt dat Albertine ’s ochtends om 9:00 voorgoed vertrokken is. Marcel voelt zijn hart ineen krimpen en merkt dat hij weer verliefd op Albertine is geworden.

Het hoofdthema van De gevangene is de koppeling tussen de liefde en de jaloezie. Volgens Proust kan het een niet zonder de ander bestaan. De jaloezie is een gevolg van de liefde en zonder die jaloezie zou de liefde niet kunnen bestaan. Alleen als Marcel weet dat Albertine thuis is kan hij haar vergeten en naar andere vrouwen kijken. Als ze zonder hem op stap is moet hij constant denken hoe ze ontmoetingen heeft met potentiële concurrenten.

Ik voelde dat mijn leven met Albertine enerzijds, wanneer ik niet jaloers was, niets dan een last was, anderzijds, wanneer ik jaloers was, niets dan leed.    2-224

In de Franse titel La Prisonnière is de gevangene vrouwelijk dus is Albertine die gevangene. Maar Marcel blijkt net zo goed een gevangene te zijn. Hij kan alleen maar van iets houden dat hij niet bezit. Door zijn jaloezie denkt hij haar te verliezen en gaat hij weer van haar houden. Maar ook als zij veilig thuis is voelt hij zich in zijn vrijheid beknot om naar andere vrouwen te kijken. Het is precies dezelfde relatie als tussen Swann en Odette in Een liefde van Swann. Daar werd eerst Swann verliefd en verloor zijn interesse toen hij Odette veroverd had en zij op hem verliefd was.

Liefde, zowel in smartelijke onrust als in gelukkige begeerte, is aanspraak maken op alles. Zij ontstaat en duurt zolang er een deel te veroveren overblijft. Men heeft alleen lief wat men niet volledig bezit.     pag. 105

Filosofisch kan ik me zeker wel vinden in dat standpunt. Mijn liefde voor reizen, muziek, literatuur en fotografie is het ontdekken van nieuwe onbekende werelden. Zo gauw iets bekend is verdwijnt ook de interesse.  Het is een voortdurende zoektocht naar nieuwe impulsen en het nieuwe in het bestaande. Een dag zonder ontdekking is een dag niet geleefd. Het is best mogelijk dat dit een van de lessen is die Proust mij vroeger heeft geleerd. Want mijn instelling deel ik niet met iedereen. Vaak kunnen mensen juist genieten van het bekende en blijven ze bij hun voorkeuren die vroeger gevormd zijn. Ze zijn tevreden met hun wereld en kunnen die alleen maar verliezen.

De enige werkelijke reis, de enige verjongingsbron, zou niet zijn om naar nieuwe landschappen toe te gaan, maar andere ogen te hebben, de wereld te zien door de ogen van een ander, van honderd anderen, de duizend werelden te zien die ieder van hen ziet, die ieder van hen is; en dat kunnen zij met een Elstir, met een Vinteuil, met huns gelijken, dan vliegen wij werkelijk van ster tot ster.      (pag 2-80 – Elstir is schilder en Vinteuil componist)

Bij het overtypen van de ontknopingszinnen ontdek ik weer hoe vrouwonvriendelijk Proust soms kan zijn:

Zo zei ze naar aanleiding van wat dan ook “O ja! Is dat heus?” Had zij, zoals Odette gezegd: “Is dat heus waar, die grote leugen?”, dan had ik mij er zeker niet om bekreund, want alleen al het absurde van die formulering duidde op de stupide oppervlakkigheid van het vrouwelijk brein.     (pag 18/19).

…….. Maeterlinck (die zij overigens nu bewonderde, met de zwakheid van vrouwenhersens, gevoelig door die literaire modes die laat doorstralen) ……  32

Zulke uitspraken passen niet in de huidige tijd en kunnen lezers van zijn oeuvre vervreemden. Komen ze voort uit de eigen homofiele bewustwording van Marcel Proust in een tijd waar men daar niet openlijk voor uit kon komen? Ik weet er te weinig van om een oordeel te vormen. Het is zeker ook een karaktertrek van de aristocratische wereld die Proust beschreef en die met WW1 verdween. Het is ongehoord te lezen hoe Marcel aan zijn huishoudster Françoise vraagt om een aardige melkmeisje ter inspectie naar zijn kamer te sturen. Als zij tegenvalt stuurt hij haar met een boodschap weg. Duidelijk de wereld van een boven- en onderklasse die gelukkig grotendeels verdwenen is.

Door Albertine op te sluiten had ik tegelijkertijd de wereld al die glanzende vleugels teruggegeven die er ruisen op wandelpaden, op bals, in schouwburgen, en die weer verleidelijk voor mij werden doordat zij niet meer zwichten kon voor hun verleiding.      1-175

Bijna weemoedig neem ik afscheid van dit deel. Met het overschrijven van de ontknopingszinnen komt weer veel schoonheid naar boven. Ook schoonheid die het niet tot citeren haalt en voorgoed verloren gaat. Proust blijft ongrijpbaar in zijn diepte en verwondering. Je zou hem keer op keer moeten herlezen met het gevolg dat je daarmee ook weer zoveel andere boeken uitsluit. Zijn bijzonderheid is ook alleen maar te ontdekken in vergelijking met andere levende Proustiaanse schrijvers als Javier Marias of Mircea Cartarescu.

Marcel is zelf van mening dat knappe vrouwen voor mannen zonder fantasie zijn. Het is dus niet nodig dat zijn Albertine het knapste meisje is. Bij het googelen stuitte ik op zijn inspiratiebronnen Louisa de Mornand  (eerste foto boven) en Élisabeth de Gramont (laatste foto boven). Jammer dat nu mijn fantasiebeeld verstoord is maar ook fijn dat ik dichter bij Proust kon komen.

Het blijft heel moeilijk om de ontknopingszinnen uit het verhaal los te peuteren. Ze zijn zo lang dat ze amper in totaliteit overgeschreven kunnen worden. Toch blijft het een noodzakelijk proces in de waardering van Proust. Want alleen in zijn dialogen en associaties is hij onnavolgbaar en uniek. Voortdurend kom je in de verleiding om door te typen tot je het boek van kaft tot kaft hebt overgeschreven. Ik merk ook dat ik bij herlezing andere zinnen op mijn bladwijzer noteer dan op de bladwijzer van de eerste keer staan.

Snobisme is een ernstige, maar gelokaliseerde kwaal van de ziel, die er niet geheel en al door wordt aangetast.       deel 1-12

…. omdat immers welzijn veel minder uit een goede gezondheid voortvloeit dan uit het onbenutte overschot van onze krachten, kunnen wij er, evengoed als door die te versterken, toe geraken door onze activiteit te beperken. Die waar ik van overliep, en die ik in mijn bed potentieel in stand hield, maakte mij springerig, inwendig steigerend, als een machine die, verhinderd om van zijn plaats te komen, om zijn as draait.       1-24

Over de naast hem slapende Albertine:
Ik die verscheidene Albertines kende in deze ene, ik leek er nog andere naast me te zien liggen. Haar wenkbrauwen, gewelfd zoals ik ze nooit gezien had, omgaven de bolle oogleden als een donzen ijsvogelnest. Rassen, atavismen, verdorvenheden rustten op haar gezicht. Telkens als zij haar hoofd verlegde creëerde zij een nieuwe vrouw, vaak niet door mij bevroedt. Ik leek niet één. maar talloze meisjes te bezitten. Haar allengs diepere ademhaling tilde haar borst nu regelmatig omhoog, en, erbovenop, haar handen, haar parels, op een andere manier verschoven door dezelfde beweging, zoals die bootjes, die meerkettingen, die de golfbeweging doet schommelen.   etc etc etc      1-70

Juist omdat de tederheid er noodzakelijkerwijs geweest moet zijn om het leed te baren – en er trouwens bij tussenpozen weer zal zijn om het leed te stillen – ……… zelfs daarna is de nu en dan terugkerende tederheid noodzakelijk om het leed dragelijk te maken en een breuk te voorkomen; en uit de ontveinzing van de geheime hel die samenleven met een vrouw is, zelfs met vertoon van een intimiteit voorgegeven als teder, …… 1-78

Het is vreselijk om andermans bestaan aan het zijne verbonden te hebben als hield men een bom vast zonder dat men hem los kan laten zonder misdadigheid.     1-183

De natuur lijkt vrijwel alleen in staat korte ziekten teweeg te brengen. Maar de wetenschap heeft zich de kunst om ze te verlengen toegeëigend.     185

Want van bepaalde begrippen maken wij ons een zo vergrote voorstelling dat wij die onverenigbaar zouden vinden met de vertrouwde trekken van een ons welbekend persoon. En wij kunnen moeilijk geloven in de ondeugden, zoals wij ook nooit zullen geloven in het genie, van iemand met wie wij de vorige avond nog naar de opera zijn geweest.        2-46

‘Ach mijn waarde, ik, u weet, ik leef in het abstracte, dit alles interesseert mij alleen vanuit transcendent oogpunt, ‘antwoordde hij (Charlus), met de kwetsbare overgevoeligheid eigen aan zijns gelijken, en de geaffecteerde hoogdravendheid die zijn conversatie kenmerkte.      2-127

…. ik voelde dat ik alleen een gesloten omhulsel raakte van een wezen dat van binnen tot het oneindige voerde. Hoe leed ik onder die positie waartoe de nalatigheid van de natuur ons heeft gebracht doordat zij er bij het instellen van de scheiding der lichamen niet aan heeft gedacht de interprenetratie van de zielen mogelijk te maken.        2-217   

 

Voor het voorafgaande zie:

Deel 1: De kant van Swann – 1913

https://erikgveld.wordpress.com/2013/03/04/marcel-proust-1-de-kant-van-swann-1913/

Deel 2: In de schaduw van de bloeiende meisjes – 1918

https://erikgveld.wordpress.com/2014/08/29/marcel-proust-2-in-de-schaduw-van-de-bloeiende-meisjes-1918/

Deel 3: De kant van Guermantes – 1920/21

https://erikgveld.wordpress.com/2015/04/20/marcel-proust-3-de-kant-van-guermantes-192021/

Deel 4: Sodom en Gomorra – 1921/1922

https://erikgveld.wordpress.com/2016/07/08/marcel-proust-4-sodom-en-gomorra-19211922/

Advertisements

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: