Skip to content

Nino Haratischwili – Het achtste leven (voor Brilka) – 2014

22/06/2017

Toen God de aarde onder de volken verdeelde bewaarde hij voor zichzelf het mooiste stukje. Na afloop bleef er een gemakzuchtige boer achter die niet de moeite had genomen om zich te melden. God was zo tevreden over zijn onthechtheid dat hij hem zijn eigen stukje land gaf. Zo kwamen de Georgiërs aan hun grondgebied ten oosten van de Zwarte Zee. Ze noemen het zelf Kartvelebi. De naam Georgië wordt voornamelijk door het buitenland gebruikt. Het is niet afkomstig van Sint George van de draak maar een verbastering van het Griekse woord boer. Het paarse Georgië ligt tussen de Zwarte en de Kaspische Zee en begrenst met het gele Armenië en het oranje Azerbaijan de Kaukasus. De drie landen waren tot 1991 onderdeel van Sovjet Rusland en proberen nu met moeite hun zelfstandigheid te bewaren. De aan Rusland grenzende Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië zijn in feite al overgelopen en voor Adzjarië is de zaak onbeslist. Door al die Krimmige schermutselingen is de relatie met Rusland niet best. De 5 miljoen inwoners zijn voor 90% orthodox christen en het land is 2 x zo groot als Nederland. Vooral vanwege dat christendom is er affiniteit met onze Europese cultuur en maakt het nog net deel uit van Oost Europa. Herkenbare mensenlevens die door fascisme en communisme zijn gebroken en voorlopig onherstelbare schade hebben opgelopen. Ze zijn zo diep door het stof gegaan dat het Westen hen wantrouwig als ongewenste vluchteling of asielzoeker afwijst.
Ieder serieus boek dat licht in hun duisternis brengt grijp ik met beiden handen aan. 
Een jonge literaire ster wordt helemaal gretig omarmd en gekoesterd. Haar exotische naam vraagt wel enige gewenning. Nino Haratischwili komt volkomen uit het niets met een buitensporig epos over een Georgische familie. Je twijfelt nog even of iemand van 32 de inhoud heeft om 1250 pagina’s lang te boeien. Maar als de recensies in kranten en op internet goed blijven en de naam Tolstoj herhaaldelijk valt is het gebeurd.

Nino Haratischwili heeft een steile schrijverscarrière. Ze is in 1983 in Georgië geboren en schrijft daar al van 1998 tot 2003 toneelstukken voor een zelf opgericht theatergezelschap. In 2003 verhuist ze naar Hamburg waar ze tot 2007 theaterregie studeert. Ze blijft daarna in Duitsland en komt in 2010 met haar debuutroman Juja. Een jaar later volgt Mein sanfter Zwilling en in 2014 breekt ze groots door met haar derde roman Het achtste leven (voor Brilka). Ze lijkt me even slim als haar vertelster Nitsa en schrijft meteen maar in het Duits. In eerste instantie wil ze over het Georgië van jaren 80/90 schrijven. Dat is de chaotische periode rond de onafhankelijkheid van 1991. Voor haar onwetende Duitse lezers voegt ze vervolgens inleidende hoofdstukken toe en voor ze het weet wordt de roman een epos dat begint in 1900.

Mijn als altijd hooggestemde verwachtingen worden meteen in de proloog ruimschoots overtroffen. De Tolstoj vergelijking klopt en ik raak al snel geëmotioneerd door haar menselijk toon en natuurlijke vertelstijl. Hoe kan een debuterende schrijfster op 32 leeftijd al zo’n doorleefde ziel bezitten? Het blijkt mogelijk, zeker omdat Tolstoj ook al met 38 aan zijn nog omvattender Oorlog en Vrede van 1600 pagina’s begon. De dikte van een boek bepaalt onwillekeurig het leestempo. Je wilt met grote stappen vooruit maar Haratischwili dwingt je met haar oog voor detail tot aandacht en onthaasting. Je moet haar tekst lezen als een kort verhaal en vergeten welk dik pakket papier nog in je rechterhand te gaan is. Je van dag tot dag als een van de karakters laten meestromen met de verwoestende vloedgolf van het leven. Er gebeurt zoveel dat de familiestamboom regelmatig voor herbezinning geraadpleegd wordt. De vrouwen dragen het verhaal en doorstaan veel leed. Ze lijken daardoor na afloop meer inwisselbaar dan de mannen die opvallen door afwezigheid. Ze gaan in het leger of werken voor de partij en komen alleen met verlof langs om een kind te maken. Zo verandert een familie in een vrouwenhuishouden waar de grootmoeder en oudtantes volop meebepalen.

Van de 7 hoofdstukken zijn er dan ook 6 gewijd aan een vrouw. Kostja is de enige man die de ruimte en zelfs een eigen hoofdstuk krijgt. Is Het achtste leven daarmee ook een vrouwenboek? Ik vind van niet maar dat de vraag opkomt zegt wel iets over de strekking. Haratischwili beschrijft haar vrouwen zo indringend dat je meent met werkelijke levens te maken te hebben. Na afloop was ik blij dat er ondanks al haar research sprake is van volledig verzonnen personages. Een extra compliment voor de schrijfster die daarmee de prestatie van Jung Chang (1952) overtreft. Changs beschreef in Wilde Zwanen (1991) drie werkelijk bestaande dochters van het China doet eerder aan geschiedschrijving dan fictieve literatuur. (Chang was toen trouwens al bijna 40 en haar boek is dik maar komt toch niet verder dan de helft van dat van Nino). Alle personages van Haratischwili zijn ambivalente mensen van vlees en bloed en zo overtuigend dat ik volop in hun liefde en leed kan participeren. Het leed is groot maar blijft als bij Tolstoj draagbaar. Vanaf de onafhankelijkheid van Georgië in 1991 slaat de chaos van de anarchie toe en wordt het persoonlijke bestaansfundament beschadigd. De personages gaan langzaam ten onder en de schrijfstijl neigt naar de waanzin van Dostojevski. De noodlottige levens verliezen hun grip, draaien door en vernietigen zichzelf. De vertelster kan het niet meer volhouden en vlucht naar Duitsland.

Haratischwili laat haar verhaal in 2006 vertellen door de jarige 32-jarige Nitsa Jasji die zich richt tot haar 13-jarige nichtje Brilka Jasji. In 7 hoofdstukken worden de belangrijkste familieleden beschreven. Het achtste hoofdstuk blijft leeg en is bestemd voor Brilka. Ze is danseres, wil de liedjes van haar oudtante Kitty choreograferen en verwacht dat Nitsa het familieverhaal erbij zal schrijven. Deze heeft daar helemaal geen zin in maar ziet tot slot toch in dat Brilka haar nodig heeft en stemt toe haar verhalende tante-rol te vervullen.

Haar relaas begint netjes bij de start van de 19de eeuw en baant zich geduldig en gedetailleerd zijn weg naar het heden. De politiek wordt ingevlochten met geschiedenis paragrafen waarin we de gesel van het communisme ondergaan. Tot in 1921 toen de bolsjewieken Georgië inlijfden was de hoofdstad Tbilisi een welvarend handelscentrum tussen Oost en West. Het dynamische land verandert in een onbeduidende grensstaat met als enige verdienste dat Stalin er is geboren. Tijdens WW2 kan de bevolking  partij kiezen tussen twee kwaden. Het deel dat aan Duitse zijde vecht voor een vrij Georgië wordt na afloop hard gestraft. Tot slot blijkt bij de onafhankelijkheid van 1991 de ellende alleen maar toe te nemen. Het land vervalt in chaos en anarchie en de bevolking kan zichzelf met moeite in leven houden. De politiek heeft grote invloed op de mensenlevens. De staat is zo dichtbij dat er amper vrije keuzes zijn. Geluk is mogelijk maar slechts van korte duur in dit meeslepende relaas van menselijk onvermogen om het leven vorm te geven.

Het verhaal begint bij de overgrootvader die een geheim chocolade recept overdraagt op zijn dochters. Ze zetten het verrukkelijke drankje in als ze hun zin door willen drijven. Maar de keerzijde van het genot is dat het slecht afloopt met de proever. De chocoladefabrikant heeft 2 dochters. Stasia wil danseres worden en ontmoet de vrije geest van Sopio Erstavi. Ze trouwt met Simon Jasji en plant de familiestamboom. Haar zus de knappe Christine kiest voor het openbare leven en trouwt partijbaas Ramas. Ze wordt vervolgens uitgeleend aan zijn communistische baas en uit jaloezie verminkt door haar echtgenoot die daarna zelfmoord pleegt. Stasia krijgt 2 kinderen. Kostja gaat het leger in en stijgt in Rusland tot grote hoogte. Zijn zuster Kitty moet lijden onder het verraad van haar geliefde Andro Erstavi die de Duitse zijde koos. Zij eindigt als wereldberoemd popzangeres in Engeland. Kostja krijgt slechts een dochter Elene die wispelturig en weerbarstig is. Ze verleidt de naïeve Micha Erstavi tot verkrachting waarna ze abortus pleegt. Vervolgens krijgt ze 2 kinderen van loslopende mannen die snel uit zicht raken. De ene dochter is Nitsa die het boek schrijft en de tweede is Daria die de moeder is van nichtje Brilka waarvoor Het achtste leven is geschreven.

Het zijn stuk voor stuk tragische levens. Te overdadig om samen te vatten. Zeven levens krijgen ieder een korte roman van 180 pagina’s als hoofdstuk! Juist door de zwaarte van hun bestaan krijgen de levens betekenis. Het leed lijkt de kapstok waaraan hun menselijkheid is opgehangen. Er gebeurt zoveel moois en afschuwelijks dat het je gaat duizelen. Niemand wordt gespaard of houdt schone handen. Als Nitsa denkt een verstandhouding met haar opa Kostja te hebben gebruikt hij haar goedbedoelde bekentenissen om schoon schip te maken. Als Andro Erstavi voor een vrij Georgië denkt te strijden wordt zijn zwangere vriendin Kitty door communiste Marian tot een abortus gemarteld. Als die Marian een relatie heeft met Kostja wordt zij door echtgenote Nana en Kitty bloedig gewroken. En zo blijven we 1250 pagina’s lang op het puntje van onze stoel en vallen van ontroering naar verbazing en afgrijzen. Tot de laatste pagina blijft het verhaal origineel en persoonlijk. Bij het overschrijven van de ontknopingszinnen vallen haar eigenzinnige beeldspraken en originele gedachten weer op. Hoe kan Haratischwili dit ooit overtreffen?

 

Revoluties kenmerken zich altijd door onbeleefdheid, waarschijnlijk omdat de heersende klassen niet tijdig de moeite namen het volk goede manieren bij te brengen.    Trotski     66

Sluipenderwijs had hij afscheid genomen van het heden, doordat het dun en doorschijnend was geworden en uiteindelijk scheuren begon te vertonen; oud, verzwakt, gebrekkig, met zwakke nieren, zonder aanzien en niet meer omgeven door de geur van voornaamheid was de chocoladefabrikant ingekapseld geraakt in een ondoordringbare, niet meer los te weken korst van verdriet.       265

De wereld deed een reidans. De skeletten onder de grond gaven het ritme aan. De rozen bloeiden alleen nog zwart. Alle wegen voelden aan als zwaaiende hangbruggen die elk ogenblik konden instorten. Zelfs de sneeuw kreeg een blauwe weerschijn. De hemel was doorboord; ook aan de horizon zag je kogelinslagen en de zon stond weliswaar vermoeid te stralen, maar kon geen warmte meer geven.
De bomen maakten fluisterend afspraken en verhingen zich aan elkaars takken. De vogels vielen uit de lucht, omdat ze bij het zien van de reidans het vliegen verleerden, en de kinderen werden op slag volwassen en poetsten granaten. Tranen waren zeldzaam en kostbaar geworden. Alleen maskers waren gratis.       283

De willekeur waarmee hij om zich heen sloeg, als een draak die zijn vuur niet meer onder controle heeft, was een verschrikking en deed denken aan willekeur uit de jaren dertig.       495

Terwijl hij toch een diepe eerbied voelde voor de rituelen van de dorpelingen, die zo zonder twijfel leefden, zo ver van al het moderne, alsof ze hun eigen tijdrekening hadden. Maar tegelijkertijd had hij een hekel aan die traditiegebonden compromisloosheid, dat bijgeloof, hun gebrek aan bereidheid om iets boven de wetten van hun voorouders te stellen.      522/523

Ze zag er niet uit als een diep ongelukkige vrouw. Haar gezicht had tijdens haar huwelijk leren liegen.   588

Ze had het gevoel dat er heel lang geleden een stuk van de hemel was afgebroken en een dik wolkendek naar beneden was gevallen, waaruit het nu splinters dromen regende.      701

Maar de grond scheurde ongemerkt open. De tijd werd tegen de haren ingestreken, het verloop werd verlegd, het ongeluk was als de vleugelslag van een zwarte vogel, die hen in zijn duikvlucht allemaal even raakte.       782

Daarna stonden ze op het donkere erf, Lana had haar armen strak om haar lichaam geslagen en keek naar de hemel: opeens waren daarboven miljoenen sterren verschenen, ze leken zo dichtbij alsof ze boven hun hoofd een diadeem wilden vormen. Alsof de nacht zich een beetje dieper over de aarde wilde buigen om naar haar te luisteren.      793

Mijn hele kindertijd, die ik in het Groene Huis doorbracht, die tijd voor ik vragen begon te stellen, voordat ik woede en verdriet kon opkroppen, voordat ik de mooie, mij als onze familiegeschiedenis voorgeschotelde puzzel uit elkaar haalde, voordat ik achter de voor mijn neus dichtgetrokken gordijnen begon te gluren, leefde ik met de verhalen, die Stasia’s herinneringen waren.        874

Het Engels smaakte naar zeelucht en de herfstachtige schemering aan de noordelijke kust, een beetje naar viskramen, een beetje naar regen. Het Frans, dat ik nooit had geleerd, moest als abrikozengelei op je tong smelten en naar droge witte wijn smaken. Het Russisch smaakte naar de eindeloze verte, naar graanvelden, naar eenzaamheid en illusies. Maar het Georgisch smaakte stoffig, vol, bijna overvol, en soms naar verstoppertje spelen in het bos. Het Duits dat Severin me leerde, smaakte daarentegen eerst ijskoud en bitter, daarna veranderde de smaak in die van algen, het smaakte naar donkergroen mos, toen werd de smaak weer streng, maar aangenamer, en later, veel later, smaakte het Duits voor mij naar rijpe kastanjes en naar hoogte, ja naar een duizelingwekkende hoogte.         1092

We kwamen aan in Wenen. Een stad die, zo was mijn indruk, getuige was geweest van iets afschuwelijks, toen van schrik de adem had ingehouden en sindsdien geen frisse lucht meer binnen had gekregen.       1241

We reden langs de Adriatische kust. We sneden de tijd in stukken. We geloofden er niet meer in, we hadden onze eigen tijd.      1251

 

Advertenties

From → literatuur

One Comment
  1. Joost Bruins permalink

    Een andere wereld, en wat enthousiast geschreven, leuk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: