Skip to content

Thomas Mann – Koninklijke Hoogheid – 1909

10/07/2017

Tijdens het scheren dwaal ik wel eens door het huis en stop voor de tweede keus boekenkast in de logeerkamer. Het is een overstroom reservoir voor de woonkamerboeken. Natuurlijk staat de kast ook vol en fungeert hij tevens als doorgangshuis voor de derde keus op zolder. De doorstroomcriteria zijn intuitief en omkeerbaar. In alle drie de kasten staan nog te lezen boeken die met te grote ogen in de ramsj zijn gekocht. Zo ook Koninklijke Hoogheid van Thomas Mann dat al in 1979 van fl. 24,90 voor fl. 8,50 is gevonden. Gelukkig staat Thomas Mann garant voor kwaliteit en blijkt hij een veilige investering. Al zijn romans zijn ook nog steeds nieuw te koop bij Bol.com. Maar zoals met veel Duitse schrijvers wil mijn lezen niet goed lukken. Ik begin verwachtingsvol maar verzand vroeg of laat in een abstracte woordenbrei. Hoeveel meeslepender schrijven de Engelsen of de Fransen en bij dat rijtje kunnen de Spanjaarden zich de laatste tijd ook voegen.
Ik heb Thomas Mann meer dan een eerlijke kans gegeven. Zijn dikke debuutroman Buddenbrooks (1901) over het verval van een prominente Hamburgse familie was lang interessant maar is toch niet uitgelezen. Net als de nog omvangrijker Toverberg (1924) waar de conversatie op een Dostojevskiaanse manier uit de hand liep. Zijn Goethe roman Lotte in Weimar (1939) beloofde veel te onthullen over de grootste Duitser maar was zo vormelijk ouderwets dat ik ook daar op 2/3 deel vastliep. Dr. Faustus (1947) heb ik zelfs anderhalf keer gelezen maar gaf me nooit het inzicht in de duivel dat verondersteld was. Tot slot probeerde ik Felix Krull (1954) maar mede omdat Mann het zelf ook opgaf, is ook dit boek snel gestopt. Recentelijk is in 2014 zijn Jozef en zijn broers (1933-1943) vertaald. De recensies waren best wel positief maar de omvang van 1344 pagina’s en het christelijke thema schrokken me af.
Hoe vreemd was het dus dat mijn oog viel op Koninklijke Hoogheid (1909) en ik zomaar besloot vanwege de naderende Oostenrijk vakantie onze Thomas een nieuwe kans te geven. Hij heeft toch niet voor niets in 1929 de Nobelprijs voor de Literatuur gekregen. Vooral het thema sprak me aan over hoe een vorstelijke erfgenaam valt voor een burgermeisje en hij tot het inzicht komt dat het leven meer is dan ceremonies bijwonen.

Hertog Johan Albrecht is rond 1900 vorst van het denkbeeldige Duitse staatje Grimmburg dat 1 miljoen inwoners telt. Land en vorst zijn aan elkaar overgeleverd in een eeuwenoude geschiedenis. De staatsschuld is hoog en vorst en inwoners moeten zuinig aan doen. Men leeft dankzij het herfinancieren van oude leningen en obligaties. De troonopvolger Albrecht II is zwak en woont tijdens de wintermaanden in de warme Middellandse Zee regio. De roman begint bij de komst van de tweede zoon: Klaus Heinrich. Hij wordt geboren met een ingekrompen handje en voldoet daarmee aan de profetie van een zigeunerin die lang geleden voorspelde dat een eenarmige vorst weer voorspoed zal brengen. Klaus Heinrich krijgt een vorstelijke opvoeding en vindt daardoor nooit aansluiting bij zijn leeftijdsgenoten. De school wordt speciaal om hem heen gevormd en de hoofdleraar wil hem geen vragen stellen waar hij geen antwoord op weet. Raoul Ueberbein is de enige docent die oprecht zijn mening geeft en er ontstaat een vader/zoon relatie. Als Klaus Heinrich zich op een bal eindelijk eens laat gaan en tot dansen komt merkt hij dat de groep er genoegen in stelt hem tot hun burgerlijke niveau neer te halen. Ze slaan door en kunnen het niet laten om hem belachelijk te maken.
Als de hertog sterft kan de ziekelijke opvolger Albrecht II zijn ceremoniële taken niet aan en laat die door Klaus Heinrich uitvoeren. Hij heeft het er druk mee maar haalt er geen voldoening uit. Zijn wereld verandert als de schatrijke Amerikaanse industrieel Samuel Spoelman zich in het hertogdom vestigt. Hij wordt vergezeld door zijn jonge dochter Imma, haar vreemd gestoorde gezelschapsdame gravin Löwenjoul en de zenuwachtige hond Percival. Imma is adrem en eigengereid en doet, naast een studie algebra, aan liefdadigheids-werk. Klaus Heinrich raakt geïmponeerd als Imma zich niet door militairen laat tegenhouden en resoluut door een afzetting heenloopt. Hij arrangeert een ontmoeting maar wordt bits bejegend en op afstand gehouden. Toch houdt hij vol, wordt uitgenodigd op de thee en mag met Imma en de freule lange paardrijtochten maken. Toch blijven ze maar kibbelen en Imma wil hem niet in vertrouwen nemen. Ze vindt hem een poseur die alleen maar ceremoniële conversaties kan voeren. In hun maatschappelijke posities zijn veel overeenkomsten. Ze 
zijn allebei buitenstaanders die hun leven hebben afgeschermd tegen de opdringerige buitenwereld. Pas als Klaus Heinrich, na een gesprek met Knobelsdorf (Minister van Staat), geïnteresseerd raakt in staatskunde krijgt hij de aandacht van Imma. Ze gaan samen economie boeken lezen en op het bal vinden ze elkaar ten overstaan van de geïnteresseerde burgerij. De profetie van de zigeunerin komt uit en het land wordt gered door de kapitaalsteun van schoonvader Spoelman. Er kan weer goedkoper gefinancierd worden en het zelfvertrouwen en de welvaart keren weer terug,

Thomas Mann (1875-1955) is een bedachtzaam schrijver.  Zijn romans zijn het resultaat van veel denkwerk dat wordt gevangen in lange geboetseerde zinnen. Hij is zo nauwkeurig dat het lijkt alsof er werkelijke situaties onder zijn loep zijn gelegd. Zijn liefdevolle oog voor details is zo nauwkeurig dat het soms komisch wordt. Hij geniet zelf ook van zijn zinnen maar legt er een stijvere satire in dan zijn tijdgenoot Marcel Proust (1871-1922). Waar Proust vooral aandacht heeft voor de kunst en de menselijke relaties kiest Mann voor de maatschappelijke context. Dit kan een reden zijn waarom ik hem vroeger minder waardeerde. Grimmburg is een parlementaire constitutionele monarchie waarbij de vorst zijn macht moet delen met de volksvertegenwoordiging en gebonden is door een grondwet. Precies als bij onze Willem Alexander en daarmee geeft Mann honderd jaar eerder een nog steeds relevant inkijkje in de gevangenis van het vorstelijke bestaan. Ook de staatszaken hebben overeenkomst met de huidige Griekse kredietcrisis. Door de hoge rente van de staatsschuld groeit het begrotingstekort en wordt dat steeds moeilijker te financieren. Het onderhoud van de vorstelijke paleizen schiet erbij in en de opbrengsten van het land komen niet meer bij de bevolking terecht. Bij het bosbeheer blijft de herplant achterwege en de volle melk is niet voor de boeren maar voor de verkoop.
Maar ook de menselijke interactie krijgt zijn aandacht en Mann toont veel inlevingsvermogen. We volgen de dilemma’s van de minister van financiën en begrijpen dat de ervaren minister van Staat een huwelijk tussen Klaus Heinrich en Imma vanuit staatsbelang belangrijk vindt. Als het aan Klaus Heinrich lag zou dat er nooit komen. Hij is als de rozenstruik in het oude kasteel die prachtige bloemen heeft die echter pas gaan geuren als het land weer welvarend is. Knobelsdorf zet Klaus Heinrich aan tot handelen en als hij zo’n roos aan Imma geeft reageert zij beduusd voor de naderende relatie. Net zoals zij zich trouwens zich bij iedere toenaderingspoging niet meteen gewonnen geeft. Mann creëert daarmee een mooie volwassen liefdesrelatie waarbij Imma het beste in Klaus bovenhaalt en hij haar gevoelige snaar raakt.

Ik lees Koninklijke Hoogheid met als handicap de vertaling van N. Schuitemaker die al in 1938 uitkwam. Het is een stroeve tekst met de nodige vreemde woorden: een litewka schijnt een kledingstuk te zijn en trantelen is drentelen. Bij de nieuwe vertaling van Tinke Davids kreeg Schuitemaker natuurlijk veel kritiek: Een eerdere vertaling deed door veel fouten, slordigheden en hier en daar zelfs een stupiditeit afbreuk aan de charme van het boek. Heel jammer dus dat ik niet up-to-date las. Toch bleef er genoeg te genieten en wekte Koninklijke Hoogheid een honger naar meer Thomas Mann op. Het dure en omvangrijke Jozef en zijn broers is nog een stap te ver. Beter om eerst Lotte in Weimar een tweede kans te geven. Ik bekijk zijn foto’s in deze blog nu met meer gewillige ogen dan voorheen en hoop dat het ook voor Lotte opgaat. Mann is een gevoelige vriendelijke man geworden die hij eerder nog niet was. Maar de magie is bij Lotte in Weimar al op pagina 50 verdwenen. Het lezen is geforceerd en het einde lijkt met nog 330 pagina’s te gaan erg ver weg. Opnieuw kan de oude vertaling uit 1955 van C.J.E. Dinaux hier debet aan zijn. De zinnen zijn lang en abstract en de betekenis is niet altijd te doorgronden. Even denk ik daarin de kern van de Duitse geest met zijn vele mitsen en maren te betreden. Maar doorlezen is niet meer mogelijk en ik geef me over aan mijn oude onvermogen om de Duitse taal en in bijzonder Thomas Mann volledig te doorgronden.

Op de omslag van mijn roman staat een bewerkte foto van een Duitse filmstill uit de Duitse speelfiim Königlich Hoheit van Harald Braun uit 1953 met Ruth Leuwerik en Dieter Borsche. De film blijkt zelf op Youtube in zijn geheel te bekijken.

( https://www.youtube.com/watch?v=fJ230GGnMD0).

 

Advertenties

From → literatuur

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: